‘Inburgeringstoets discrimineert’

De inburgeringstoets die veel migranten in eigen land moeten afleggen voordat ze naar Nederland komen, werkt discriminerend. Vooral Turken en Marokkanen worden getroffen door het verplichte examen. Tot die conclusie komt Human Rights Watch in een rapport dat vandaag openbaar is gemaakt. Deze internationale organisatie richt zich op de aanpak van schendingen van de mensenrechten.

Human Rights Watch, waarvan het hoofdkantoor in New York is gevestigd, is van mening dat de inburgeringstoets in het land van herkomst zich op discriminerende wijze richt tegen gezinshereniging vanuit niet-westerse landen. De organisatie wijst er op dat migranten uit bijvoorbeeld de Europese Unie, de Verenigde Staten, Australië en Japan geen examen hoeven af te leggen.

Vanaf 15 maart 2006 bestaat de inburgeringstoets. Nederland is het eerste land ter wereld waar migranten vóór binnenkomst zo’n examen moeten afleggen. Dat examen bestaat uit een taaltoets en de toets ‘Kennis van de Nederlandse samenleving’. Andere landen toetsen ná binnenkomst.

Human Rights Watch meent dat Nederland gezinshereniging voor specifieke groepen bemoeilijkt. „Deze maatregelen houden gezinnen gescheiden en lijken erop gericht bepaalde soorten mensen uit Nederland te weren”, zegt Holly Cartner van Human Rights Watch, die pleit voor afschaffing van de toets in het land van herkomst.

De mensenrechtenorganisatie heeft vastgesteld dat sinds de invoering van de inburgeringstoets de aanvragen voor gezinshereniging en gezinsvorming uit Turkije en Marokko sterk zijn afgenomen. Dat zou ook komen door de kosten van het examen (350 euro).

Rapport en discussie hierover op nrc.nl/binnenland