En echt, de wind wijkt hier af naar links

Hier geen woord over lerarenstakingen of urennormen.

Deel 9 in een serie: ode aan het vak aardrijkskunde.

Vanaf het eerste moment dat ik voor de klas stond, wist ik dat ik de juiste keuze had gemaakt. Het is fantastisch om bij te kunnen dragen aan de cognitieve en sociale ontwikkeling van een kind en dit van dichtbij mee te mogen maken. In de afgelopen jaren heb ik een aantal verschillende vakken gegeven, maar ben ik vooral docent aardrijkskunde, een prachtvak.

In het tweede jaar dat ik lesgaf, sprak ik tijdens een ouderavond bij ons op school, de ouders van Peter. deze leerling was dat jaar net bij ons in de eerst klas gekomen en stond op zijn eerste rapport een onvoldoende voor aardrijkskunde. Op een ouderavond ga je een kortstondig moment in gesprek met geïnteresseerde, bezorgde en heel soms boze ouders totdat na tien minuten met een luid geloei de bel gaat en de volgende ouders op de stoep staan. Het aardige is dat je vaak de kinderen terugziet in de ouders, maar ook de ouders ziet in de kinderen. Op deze avond kwamen de vader en moeder van Peter langs, en wilden graag met mij over de onvoldoende praten. De vader van de jongen was nogal verbaasd over het feit dat zijn zoon een onvoldoende stond.

„Meneer Jonkers, ik snap niet dat mijn zoon onvoldoendes haalt voor aardrijkskunde”, zei de vader, „want ik was vroeger ontzettend goed in topografie en dat is toch helemaal niet moeilijk?”

Mijn allereerste herinneringen aan het vak aardrijkskunde gaan ook terug naar de tijd van de topografie. Op mijn lagere school gebruikten wij zogenaamde insteekkaarten. Wij pakten dan een houten kaart van Nederland of Europa uit een houten kastje en gingen met insteekpunaises de vlaggetjes met namen op de juiste plaats zetten. Vervolgens lieten we dat controleren door de leerkracht en probeerden we zoveel mogelijk vlaggetjes uit ons hoofd te leren. Als ik kijk naar de manier waarop mijn ouders vroeger aardrijkskundeonderwijs kregen en topografie moesten leren, ben ik blij dat het nu niet meer op die manier hoeft. Zij kenden praktisch alle dorpjes en steden van Nederland, zelfs die dorpjes waarvan de meeste mensen van mijn generatie, nog nooit hebben gehoord. De kaart van Nederland wordt niet meer zo grondig bestudeerd en dat hoeft ook bijna niet meer omdat iedereen met een Tomtom in de auto zijn weg wel vindt.

„Maar wat behandelen jullie dan tijdens de aardrijkskunde les?”, vroeg de vader van Peter mij. Ik vertelde de ouders dat aardrijkskunde ingedeeld kan worden in een fysisch deel en een sociaal deel. In het fysische gedeelte komen onderwerpen aan bod zoals klimaten, landschappen, aardbevingen en vulkanen. Dergelijke onderwerpen zijn tegenwoordig altijd gemakkelijk en leuk te illustreren aan de hand van video- en tv-beelden. In een tweede klas gaat het een ochtend over het programma Try before you Die. Veel leerlingen hebben de avond daarvoor dit programma op televisie gezien en ze kunnen over niets anders praten. BNN was naar de koudste plek op aarde geweest en presentator Filemon maakte duidelijk hoe de mensen op deze plek konden overleven. De hele les hebben we over niets anders gepraat dan de koudste plek op aarde, de warmste plek op aarde en alle andere extreme plaatsen. Op zo’n moment is het vak aardrijkskunde niet alleen heel leerzaam maar ook nog een extra spannend en leuk.

De sociale aardrijkskunde gaat daarentegen juist weer meer over relaties tussen bijvoorbeeld mensen en landen. De politieke, economische en culturele aspecten van een land komen aan de orde maar ook hoe de mensen daar leven. De leerlingen ontwerpen bijvoorbeeld een flyer om geld in te zamelen voor een project in een ontwikkelingsland, verdiepen zich in de globalisering, de islamitische wereld en China. Veel onderwerpen die bij aardrijkskunde behandeld worden, zijn natuurlijk erg actueel. Zo zijn er de huidige onrust in Tibet en de naderende Olympische Spelen, het uitkomen van de film van Geert Wilders en de onrustig verlopen verkiezingsstrijd in Kenia. Eigenlijk kun je wel zeggen dat aardrijkskunde je in staat stelt om actuele ontwikkelingen in de wereld goed te begrijpen.

De ouders van Peter luisteren geïnteresseerd. „Het is dus meer dan het uit je hoofd leren van plaatsen, rivieren, gebergten en landen”, vat ik mijn betoog samen. Het blijft natuurlijk onvermijdelijk dat je ook enig idee moet hebben waar welke plaatsen liggen en waar welke rivieren stromen. Want waar komt de Rijn ons land ook weer binnen? Topografie blijft dus wel een onderdeel maar aardrijkskunde gaat ook over natuurverschijnselen, theorieën, ontwikkelingen in bepaalde gebieden en de relatie daartussen.

Hierbij dacht ik meteen aan aardrijkskunde op mijn middelbare school. Vrienden van mijn oude middelbare school die aardrijkskunde eindexamen hebben gedaan, claimen nog steeds dat zij hun geografische kennis hebben opgedaan in die lessen. Zo kreeg ik in januari 2007 het volgende sms’je van een vriend die net op huwelijksreis in Australië was:

‘Ha Gijs ik zit in Sydney en laat net mijn bad leeglopen en raad eens, water draait hier echt de linkerkant op.’

Hiermee doelde hij op de wet van Buys Ballot die zegt dat wind op het noordelijk halfrond een afwijking naar rechts heeft en op het zuidelijk halfrond een afwijking naar links. Helaas geldt datzelfde niet voor water dat het afvoerputje instroomt, maar ik heb hem in de waan gelaten.

De vader en moeder van Peter wilden graag weten wat Peter kon doen om betere cijfers te halen. Ik heb toen uitgelegd dat het belangrijk is dat je begrijpt wat je leert en dat je datgene in je eigen woorden uit kunt leggen. Laat Peter maar eens vertellen wat hij zojuist allemaal geleerd heeft voor zijn aardrijkskundetoets. Als hij in zijn eigen woorden uit kan leggen waar het over gaat is hij al een heel eind op weg. Verder beloofde ik dat ik Peter buiten de les om best nog een keer iets uit wilde leggen. De resterende tijd spraken we over de sociale ontwikkelingen van Peter, want naast vakdocent ben je immers ook nauw betrokken bij de persoonlijke ontwikkelingen van je leerlingen. Ik vertelde de ouders overigens ook dat ik Peter als een leuke, spontane jongen zie en dat het met aardrijkskunde echt wel goed zal komen. Aan het einde van het gesprek ging de bel en stonden de ouders op om naar de volgende leraar te gaan. Ook voor mij stonden er weer nieuwe ouders klaar.

Inmiddels geef ik voor het zesde jaar les en heb ik Peter nog steeds in de klas. Hij doet dit jaar eindexamen havo, onder meer in aardrijkskunde, en ik ben er van overtuigd dat hij het gaat halen. Of hij uiteindelijk weet waar Jubbega ligt, weet ik niet, maar ook zonder deze kennis zal hij zeker komen waar hij wil.

Gijs Jonkers (31) studeerde sociale geografie aan de Universiteit van Amsterdam. Sinds 2002 leraar Lyceum Sancta Maria. In 2004 rondde hij de 1e graadslerarenopleiding aan de Vrije Universiteit Amsterdam af.