Blinde paniek van een digitale paria

Twan Huys deed in promo’s voor het dagelijkse festivaljournaal van de VPRO al een tijdje opgewonden over het feit dat hij naar Cannes mocht. Na verslaggeving van filmfestivals in Amsterdam, Rotterdam en Utrecht ging kennelijk een jongensdroom in vervulling. Maar uit de eerste aflevering gisteravond bleek dat Huys zich een blauwe badge in handen had laten drukken en daar kom je in Cannes niet veel verder mee dan wat party’s en hier en daar een minder gewilde persconferentie. Vanachter de dranghekken bij de rode loper kun je ook een stand-up maken, maar voor het grotere werk en toegang tot de voorstellingen van films in competitie is een roze kaart geboden, liefst met gele stip.

De sterverslaggever zette zijn journalistieke flair in en wist toch vrij vlot contact te maken met juryvoorzitter Sean Penn (die wel het enthousiasme voor Barack Obama ondersteunt, maar niet diens kandidatuur) en burgemeester Bernard Brochand. Ook liet hij zich door Dennis Davidson, de ongekroonde koning van de internationale film-pr, voorlichten over welke stappen hij zou moeten zetten om verder door te stoten in de hiërarchie van Cannes. Met een beetje geluk komt die roze badge voor de presentator van een dagelijks televisiemagazine de komende dagen heus wel in orde. In ieder geval belooft Huys’ opstelling als Kuifje in Wonderland veel plezier voor de thuisblijvers.

Ik ken het gevoel van uitsluiting als gevolg van vergissingen buiten je schuld maar al te goed, en niet alleen uit Cannes. Sinds een dag of twee laat mijn internetaansluiting het grotendeels afweten. Met onvoorspelbare tussenpozen was er soms even verbinding en dan weer geruime tijd niet. De telefonische helpdesk van de provider was steevast in gesprek, dus vermoedde ik al dat het niet aan mijn computer of modem lag. Inderdaad leerden krant, NOS Journaal en Teletekst dat er sprake was van een landelijke storing in de telefooncentrale van KPN, waar vooral pingebruikers, bedrijven en abonnees van XS4ALL het slachtoffer van waren. Herhaaldelijk las ik dat het euvel verholpen was, maar in de praktijk werd het alleen maar erger. Vanaf gisteravond zeven uur tot diep in de nacht was de lijn compleet dood en begon ik me te realiseren hoe een softwarefoutje in een centrale op een nachtmerrie kan uitlopen.

De afgelopen jaren heb ik net als iedereen steeds meer activiteiten naar het internet verplaatst. Communicatie die traditioneel over de telefoon of post verliep, handel je nu vanzelfsprekend per e-mail af. De voordelen zijn evident, maar de nadelen inmiddels ook. Het opzoeken en controleren van informatie, bekijken van gemiste televisieprogramma’s, bijhouden van een weblog en modereren van reacties, heel vanzelfsprekende onderdelen van het dagelijks werk van een journalist, zijn ineens ook niet meer mogelijk. Voor je het weet, ben je een paria, machteloos en onaanraakbaar, die geen deel meer uitmaakt van de informatiesamenleving.

Ik realiseer me dat ik pech heb, omdat ik heb gekozen voor een dure provider met een zekere reputatie als het gaat om betrouwbaarheid en klantvriendelijkheid. Ik was te goed van vertrouwen. In dit geval waren er enkele duizenden andere slachtoffers, die vermoedelijk ook allemaal eens gaan rondkijken welke partijen er nog meer op de markt zijn. Maar stel je nu eens voor dat de explosieve groei van het dataverkeer leidt tot een massaal bandbreedte-infarct. Dat de back-ups het ook laten afweten en dat een heel land plat komt te liggen. Als een vergissing al meer dan 48 uur een flink aantal mensen kan duperen, wat voor schade zou een saboteur dan niet kunnen aanrichten?

Het is makkelijker om zonder de juiste accreditatie in Cannes toch je werk te doen dan in je eigen huis, als het een beetje tegenzit. Misschien moeten we allemaal proberen wat minder afhankelijk te worden van web en mail. Wat me nog het minst bevalt, is de blinde paniek toen de data niet meer als water uit de kraan stroomden. Het was de bedoeling dat de technologie ons vrijer zou maken en in dat opzicht ben ik niet tevreden over mijzelf, ook al gaat het nu alweer ruim een uur goed.