Bange banken

Net nu in de Nederlandse economie de eerste motregen begint te vallen, worden banken terughoudender bij het verstrekken van paraplu’s. Volgens gegevens van De Nederlandsche Bank scherpen banken in Nederland de voorwaarden aan waaronder zij krediet verlenen. Dat geldt niet alleen voor bedrijven, maar ook voor particuliere klanten.

Deze reactie, die zich in heel Europa voordoet en ook in de Verenigde Staten, komt niet onverwacht. De internationale kredietcrisis heeft het eigen vermogen van veel banken flink aangetast. Banken moeten vermogen aanhouden als buffer voor mogelijke verliezen op de leningen die zij verstrekken. Als deze verplichte reserves onder druk staan, heeft dat automatisch gevolgen voor de hoeveelheid te verlenen krediet. Onder die omstandigheden zullen banken zich meer dan gebruikelijk richten op de meest kredietwaardige klanten.

Bovendien is het lastig geworden voor banken om geld te lenen op de financiële markten en dat vervolgens door te lenen aan cliënten. Bronnen die vanzelfsprekend waren geworden, zoals kortlopende obligaties met bijvoorbeeld hypotheekportefeuilles als onderpand, zijn opgedroogd.

Hoewel de schade bij Nederlandse banken volgens eigen opgave in internationaal perspectief tot dusverre mee lijkt te vallen, ontkomen ook hier burgers en bedrijven niet aan een verschraling van de kredietverlening. Dat zal zeker ook te maken hebben met het feit dat twee majeure financiële instellingen, ABN Amro en Fortis, hun eigen problemen hebben. Het in drie stukken opgedeelde ABN Amro is veel tijd en aandacht kwijt aan interne reorganisaties. Fortis heeft het extra zwaar, omdat de aankoop van vooral het Nederlandse deel van ABN Amro al een groot beroep deed op de vermogenspositie.

Het aantrekken van de kredietvoorwaarden door banken komt op een ongelukkig moment. De overgang van de snelle economische groei van de afgelopen jaren naar een bescheidener tempo is altijd een heikel moment in de conjunctuur. Daar komt bij dat de woningmarkt door de sterk gestegen prijzen een belangrijke factor voor de economie is geworden. Het ‘vermogenseffect’, waarbij consumenten zich rijker of armer voelen door de stijging of daling van de waarde van hun huis, is van groeiende invloed op het bestedingsgedrag.

Nu is de groei van de kredietverlening de afgelopen tien jaar zeer fors geweest. Het lag voor de hand dat er een einde zou komen aan de steeds grotere schuldpositie van consumenten, die het tegenwicht vormt van de gestegen woningprijzen. Maar het is te prefereren dat deze overgang zonder grote schokken plaatsvindt. Het beperken van de groei van de kredietverlening is voor banken een manier om hun vermogenspositie op peil te houden. Het alternatief is het versterken van de financiële buffers door middel van de uitgifte van aandelen of het uitschrijven van leningen die voor het eigen vermogen kunnen worden aangewend. Dat laatste verdient de voorkeur. Krediet is de levensader van de economie, en die kan maar beter niet worden afgeknepen.