Balkenende merkt nauwelijks iets van slavernij

Premier Balkenende en minister Verhagen waren op bezoek in Suriname. In het binnenland ging het over het slaverijverleden.

Gevoelige onderwerpen, zoals de ‘honderd procentcontrole’, of excuses voor de slavernij, omzeilde Balkenende tijdens zijn tweedaags bezoek aan Suriname niet. Balkenende beloofde een „menswaardiger” vorm van drugscontroles op Schiphol, en verwees naar al eerder gemaakte excuses voor de slavernij in 2001 door voormalig minister Roger van Boxtel. Veel belangrijker vond Balkenende de onderlinge vriendschap tussen Suriname en Nederland, was hij zichtbaar onder de indruk van de economische groei in het land, de hartelijkheid van de Surinamers en de ongekende mogelijkheden die er liggen.

Volgens Balkenende speelt de discussie rondom de excuses voor slavernij zich voornamelijk in Nederland af, in Suriname merkt hij er nauwelijks iets van. „Ik kom hier alleen maar hartelijke en vriendelijke mensen tegen. Niemand spreekt mij aan op het slavernijverleden.” Toch werd Balkenende tijdens zijn onderhoud met de Surinaamse president Ronald Venetiaan gecorrigeerd toen hij beweerde dat de 3,5 miljard gulden ontwikkelingsgeld die Suriname bij de onafhankelijkheid van 1975 kreeg, ook een tegemoetkoming voor het leed van de slavernij was. Volgens Venetiaan klopt dat niet en staat het ontwikkelingsgeld los van het slavernijverleden.

Over de Afobakaweg, gemaakt van een restproduct van Surinames belangrijkste exportproduct bauxiet, loeien de sirenes van de colonne van Balkenende onderweg naar Balingsoela. De weg, die binnenkort wordt geasfalteerd door het Chinese bouwbedrijf Dalian is de belangrijkste doorgangsweg naar het zuidelijk gelegen binnenland van Suriname. Tijdens zijn bezoek in 2005, bij de viering van dertig jaar onafhankelijkheid, beloofde Balkenende aan president Venetiaan bij een volgend bezoek ook het binnenland van Suriname te bezoeken, waar de grootste reserves natuurlijke hulpbronnen van Suriname liggen: hectares ongerept tropisch regenwoud, bomen, rivieren, goud en bauxiet.

„Wij zijn hier, omdat de Nederlanders ons ooit uit Afrika hebben gehaald”, zei minister Michel Felisi van Regionale Ontwikkeling, zelf een marron, afstammeling van gevluchte slaven, gisteren in het dorpje Balingsoela. „Alleen al daarom hebben we een band samen.” Volgens de minister is het belangrijk dat de nazaten van de mensen die zijn voorouders verscheept hebben, weten wat er is gebeurd, maar zijn excuses niet noodzakelijk. „Voor mij persoonlijk zeker niet. Ik lig niet dagelijks wakker van de pijn van de slavernij, maar het is wel belangrijk dat we weten wat er is gebeurd.”

Balkenende is de eerste premier sinds de Surinaamse onafhankelijkheid van 1975 die een bezoek brengt aan het binnenland. De stuwdam en het stuwmeer, verantwoordelijk voor de grootste elekriciteitsopwekking van Suriname maken indruk. In de boot op het meer wordt een literfles locaal Parbobier geopend en in de felle zon neemt Balkenende een flinke slok.

In de twee dagen dat hij in Suriname is probeert hij een zo duidelijk mogelijk beeld van het land te krijgen. En dat betekent naast de geplande bezoekjes aan de Anton de Kom-universiteit of bauxietmultinationals Suralco, er ook zelf op uit trekken, de straat op.

’s Avonds begeeft Balkenende zich naar het bekende uitgaansplein ’t Vat waar zich overwegend Nederlandse stagiaires ophouden. Deze groep, ruim tweeduizend per jaar, vormen een groot deel van de Nederlandse gemeenschap in Paramaribo. Nederlandse toeristen willen met de premier op de foto, stagiaires dringen aan op zijn handtekening en beginnen een gesprekje. De groeiende Nederlandse gemeenschap wordt tijdens een speciale receptie door Balkenende ontvangen. Dat het ondernemerschap waar de Nederlanders om bekend staan, ook in Suriname wortel schiet is met de tientallen nieuwe restaurants en winkels die het afgelopen jaar door Nederlanders zijn geopend duidelijk zichtbaar. „Dat Balkenende ons uitnodigt is een steun in de rug”, merkt een van de Nederlandse gasten op. „Ook al woon ik hier al jaren, het blijft toch ook mijn premier.”