Advies Raad voor Cultuur niet ingrijpend

De kunstsector wacht geen grootscheepse renovatie. Veel blijft bij het oude. Dat valt op te maken uit het advies dat de Raad voor Cultuur vandaag aan minister Plasterk (OCW, PvdA) presenteerde. In dat advies doet de raad voorstellen aan de minister voor het wel of niet subsidiëren van kunstinstellingen in de periode 2009-2012.

De veranderingen zijn marginaal. Er zijn 13 nieuwkomers en er vallen ook 13 instellingen uit. Het Holland Festival krijgt een half miljoen meer. Het nieuwe Kunstcentrum Marres in Maastricht krijgt voor het eerst rijkssubsidie en meteen een half miljoen. Literair festival Winternachten en filmtijdschrift Skrien krijgen geen geld meer. Het zijn opmerkelijke veranderingen, en voor betrokken instellingen cruciaal, maar de kunstsector zal er niet wezenlijk door veranderen.

Er waren 275 aanvragers. Van de 123 aanvragers die een negatief advies krijgen, mogen 29 instellingen proberen een subsidie bij de daarvoor bestemde fondsen te krijgen. Zo ook de Theatercompagnie, die bij de Raad van 2 miljoen naar nul euro gaat.

De Raad vraagt 26,6 miljoen meer aan subsidie dan de minister ter beschikking heeft. „Dat geld is er niet”, liet Plasterk meteen weten. Hij vroeg de Raad binnen een maand met een „nader advies” te komen. „Het is een integer advies en een begrijpelijke vraag om meer geld, maar ik zou graag van de experts zelf horen waar die 26,6 miljoen vanaf kan.”

De Raad gaat zich beraden over de vraag of dat nader advies wordt gemaakt. Het verzoek viel de voorzitter van de Raad, Els Swaab, „rauw op haar dak”: „We hebben hard en precies geoordeeld. Dit is wat de plannen van Plasterk kosten.”

Die kosten zijn nu vastgesteld op 271,1 miljoen. De Raad vraagt om 93,3 miljoen voor 145 culturele instellingen. Voor de cultuurfondsen (die zelf ook subsidies te verdelen krijgen) moet 147,5 miljoen komen. En 30,2 miljoen moet naar de sectorinstituten.

Plasterk zegt 244,5 miljoen beschikbaar te hebben. In het advies schrijft de Raad zich „niet te kunnen voorstellen” dat hij het extra geld niet geeft, want dan gaat het nieuwe subsidiesysteem „niet goed van start”.

De Raad adviseert niet over de zogeheten boegbeelden: de grote instellingen die niet vierjaarlijks geld aanvragen, maar voor onbepaalde tijd worden gesubsidieerd.

De minister maakt op Prinsjesdag, 16 september, bekend hoe de definitieve verdeling van de subsidie zal zijn.

Cultuurnota: pagina 9