Zorgen dat de jongens geen rare dingen doen

Door vergrijzing bereidt de helft van de familiebedrijven momenteel opvolging voor. Derde aflevering in een serie bedrijfsportretten: Duinrell in Wassenaar.

Wie na de groengele entree vol vrolijk kijkende kikkers naar de camping van Duinrell rijdt, ziet als hij goed kijkt aan zijn rechterhand een authentiek pand. In vroeger tijden een woonhuis, nu het belangrijkste kantoor van het attractie- en vakantiepark.

Beneden bevindt zich de directiekamer. In een grote, leren bureaustoel zit, gekleed in een wit met lichtblauw geruit overhemd Philip van Zuylen van Nijevelt, een van de twee directeuren. Op de achtergrond rijden caravans het terrein op en huppelen kinderen aan hun moeders hand. De andere directeur, broer Roderick, voegt zich een half uur later bij Philip, en gaat toevallig gekleed in exact hetzelfde hemd. Dat kan niet voor de foto, vinden de broers, dus gaat in de hal het overhemd van Roderick uit en wordt uit een andere kamer een effen overhemd tevoorschijn gehaald. „Anders lijken we wel heel erg op elkaar.”

Philip en Roderick van Zuylen van Nijevelt zijn de zoons van Hugo Robert Joan graaf van Zuylen van Nijevelt, die het Wassenaarse landgoed Duinrell begin jaren zestig omtoverde tot recreatiegebied. Roderick: „De term recreatie bestond toen helemaal nog niet. Mijn vader zette gewoon een schommel en een wip neer. Hij vond het dan prima als mensen er een tent naast zetten.”

Een attractiepark leiden gaat nu wel anders, beamen de broers. „We moeten concurreren met parken die zijn overgenomen, waar ontzettend veel geld in wordt gepompt. Attracties zijn niet snel meer speciaal. Het moet groter en sneller. En na twee jaar heb je de hausse wel gehad. Dan is het weer tijd voor iets nieuws.”

Het mooiste voorbeeld om het verschil in tijdgeest tussen vader en zoons te illustreren, is de introductie van het Tikibad, een van Duinrells grootste trekpleisters. Vader Hugo investeerde begin jaren tachtig meer dan zijn jaaromzet van 15 miljoen gulden in het zwembad. Philip: „Ik vraag hem nog wel eens: hoe wist je nou dat het een succes zou worden? Dan antwoordt hij, een beetje bozig: ‘Het leek me leuk. Het is toch ook leuk? Ik wist dat gewoon.’ Tussen zijn idee en de realisering van het project zat geen enkele stap. Geen onderzoek, advies of break-evenpoint. De banken vonden het maar een matig plan, maar hij heeft er geen nacht minder om geslapen.”

In 2000 namen Philip en Roderick het stokje officieel van hun vader over, toen 70 jaar oud. Voor Philip, die eerst 8 jaar bij de internationale bank Lombard Odier werkte, was het altijd al duidelijk dat hij het familiebedrijf in wilde. „Ik was als jongetje al Duinrell-minded. Ik ging vaak met mijn vader mee de bossen in en heb altijd een enorme drive gevoeld om het bedrijf in de familie te laten voortbestaan. Ik lijk ook op mijn vader, heb zijn optimisme geërfd.”

Roderick herinnert zich het plezier dat hun vader altijd had in het werken met zijn zoons. Dat begon al vroeg. „Dan lagen we ’s avonds in bed en kwam hij met een heftruck onder ons slaapkamerraam staan. Na een paar uur werken in de bossen van het park legde hij ons weer vies in bed. Dat mocht mijn moeder dan zogenaamd niet weten, maar die had het natuurlijk al lang door.”

Philip merkt op dat het leiden van een groot bedrijf een grote verantwoordelijkheid is, zeker als je jong bent. „Ik herinner me een kerstdiner met het personeel. Ik was begin 30, zag al het personeel en dacht: jeminee, deze mensen hebben allemaal een echtgenoot en kinderen. Daar ben je wel verantwoordelijk voor.”

De broers zijn daarom blij dat ze Duinrell samen runnen. „Een heleboel zaken hier zijn emotioneel gedreven, dan is het prettig dat je iemand naast je hebt die dat zonder uitleg begrijpt, maar er ook doorheen kan prikken”, aldus Philip.

De overdracht van de vader op de zonen vinden ze goed verlopen. Philip: „Het is heel belangrijk dat je een overname doet op het moment dat zowel vader als kind niet te oud is, anders gaat de vader klagen en is het kind te oud om er nog in te groeien.”

En een paar keer per jaar overleggen ze nog met hun vader, als ze gedrieën de strategie van het park doorspreken, ‘zodat vader Hugo ziet dat zijn jongens geen rare dingen doen’. Schietspelletjes bijvoorbeeld mogen er in het park nooit komen, vindt vader, die de oorlog meemaakte en daarin zijn eigen vader verloor. De overnamecontracten van de zoons bevatten een speciale noot, die de directeuren verbiedt spelletjes als paintball te ontwikkelen.

Vader Hugo woont nog steeds op het park. De 50 hectare bos die het landgoed ook nog bezit, onderhoudt de bijna 80-jarige graaf zelf. Philip: „Er staan ongeveer 60.000 bomen, waarvan er laatst 4.000 gedund moesten worden. Hij gaat dan alle bomen na om te controleren welke daarvoor in aanmerking komen. Die worden er met paarden uitgetrokken, want hij wil de grond niet beschadigen met trekkers.”