We staan, stonden en staan weer achter Israël

Israël viert zijn zestigjarig bestaan. Nederland heeft het land altijd gesteund, maar het warme gevoel lijkt een beetje weg. „Je ziet een zekere slijtage.”

Toenmalig minister Chris van der Klaauw van Buitenlandse Zaken (midden) met premier Begin van Israël in 1979. Links mevrouw Begin. Foto NRC Handelsblad, Vincent Mentzel Mentzel, Vincent

Minister Maxime Verhagen (Buitenlandse Zaken, CDA) houdt zondag de belangrijkste toespraak op het symposium dat het Centrum Informatie en Documentatie Israel (CIDI) organiseert ter gelegenheid van het zestigjarig bestaan van de Joodse staat. Vice-premier en PvdA-leider Wouter Bos liet al vorige week van zich horen door middel van een felicitatietoespraak voor de Nederlandse Federatie Zionisten in Amsterdam. „Toch gebeurde het. Toch kon het. Toch werd de droom werkelijkheid.”

En dan is er nog de schriftelijke felicitatie van premier Balkenende waarin hij zijn waardering uitspreekt voor de „bewonderenswaardige wijze waarop de Israëlische bevolking in de afgelopen zestig jaar onder vaak moeilijke omstandigheden een moderne democratie met een hoogwaardige economie heeft opgebouwd”.

Nederland, althans de Nederlandse regering, staat nog altijd pal achter Israël. Zeker dit kabinet, waar voor het eerst in de parlementaire geschiedenis de orthodox-christelijke ChristenUnie aan deelneemt. In het regeerakkoord van CDA, PvdA en ChristenUnie wordt geen enkel buitenland met name genoemd, met uitzondering van Israël.

Een vredesregeling „kan pas stand houden met veilige en erkende grenzen voor Israël en een levensvatbare Palestijnse staat”, aldus het akkoord. Een passage die volgens het Tweede Kamerlid Joel Voordewind (ChristenUnie) „bijna letterlijk” uit het verkiezingsprogramma van zijn partij komt. „Voor ons was heel belangrijk dat die veilige en erkende grenzen voor het eerst in een regeerakkoord genoemd zouden worden”, zegt hij.

Ook Ronnie Naftaniel, directeur van het Centrum Informatie en Documentatie Israël, ziet een stevige band. Nog niet eens zozeer in beleid, wel in engagement. „De persoonlijke betrokkenheid van mensen als Verhagen, Balkenende en Rouvoet is groot. Dit kabinet zal Israël niet licht laten vallen.”

Onder de bevolking neemt de onvoorwaardelijke steun voor Israël af. „Je ziet dat er een zekere slijtage aan het optreden is”, zegt Naftaniel. „Telkens lijkt er vrede in de lucht te zitten en dan lukt het toch weer niet. Dan wenden mensen zich af.”

Uit een onderzoek van bureau Synovate/Interview NSS van eind vorig jaar kwam naar voren dat 31 procent van de ondervraagden het eens was met de stelling dat Nederland Israël te hulp moet schieten als het land wordt aangevallen. Maar de groep die neutraal tegenover de stelling staat is verreweg het grootst: 49 procent, terwijl 20 procent het oneens is.

Nederland en Israël. ‘Gezworen vrienden’, luidt de toepasselijke titel van het boek dat de journalist Frans Peeters elf jaar geleden schreef over „het geheime bondgenootschap” tussen Nederland en Israël. De uitingen zijn bekend. Tijdens de zesdaagse oorlog van 1967 was menig achterruit van een Nederlandse auto voorzien van de sticker: ‘Wij staan achter Israël’. In de Tweede Kamer schaarden direct na het uitbreken van de oorlog alle partijen, met uitzondering van de Boerenpartij, zich achter een motie waarin onvoorwaardelijke steun aan Israël werd uitgesproken. „Ik wil er geen enkele twijfel over laten bestaan aan welke kant de sympathie van onze fractie staat”, sprak fractievoorzitter Aantjes van de Anti Revolutionaire Partij (die later zou opgaan in het CDA) bij die gelegenheid. „Dat is zo vanwege hetgeen er thans gebeurd is, maar ook omdat dit niet los kan worden gezien van de lijdensweg die dit volk door de eeuwen heeft moeten gaan.”

Tijdens de Yom Kippoer oorlog van 1973, waarbij Israël werd aangevallen, was sprake van directe, zij het geheime Nederlandse militaire steun. Zonder zijn premier Joop den Uyl op de hoogte te stellen, besloot minister Henk Vredeling (Defensie, PvdA) vanaf vliegbasis Gilze-Rijen in Noord-Brabant grote hoeveelheden wapens en munitie naar Israël te vliegen. „Ik heb die rotoorlog van ’40-’45 meegemaakt. Zoiets wil je niet nog eens zien gebeuren”, zegt de vorig jaar overleden Vredeling ter verdediging van zijn solo-actie in de onlangs verschenen biografie van Joop den Uyl.

Dat jaar, 1973, was volgens Ronnie Naftaniël ook het moment dat Nederland schrok van de eigen ‘wij-staan-achter-Israël-houding’. „Toen de door de Arabische landen tegen Nederland afgekondigde olieboycot uitbrak, is men achter de grote Europese rug gekropen. Sinds die tijd is het Nederlands beleid ten aanzien van het Midden Oosten op hoofdzaken Europees beleid geworden.”

ChristenUnie-Kamerlid Voordewind is het daar niet mee eens. Op buitenlands terrein kunnen de landen van de Europese Unie juist nog wel een eigen afweging maken, meent hij. „Er wordt natuurlijk wel afgestemd, maar er bestaat vrijheid van handelen. En dat doet iemand als Verhagen dan ook als hij naar Gaza gaat of raketbeschietingen door Hamas op Sderot aan de orde stelt. Dan ben ik blij met deze minister van Buitenlandse Zaken die duidelijk het lijden van Israël onder de aandacht brengt ter compensatie van landen die met name de Palestijnse kant belichten.”

En dat is nu juist wat iemand als voormalig minister van Buitenlandse Zaken Hans van den Broek, ook CDA, niet lekker zit. Waar iemand als ex-premier Van Agt (eveneens CDA) zich de afgelopen jaren heeft ontpopt als de ultieme pleitbezorger van de Palestijnse zaak – zijn website DriesVanAgt.nl is er volledig aan gewijd – kiest Van den Broek voor de meer voorzichtige benadering om in het bijzonder zijn partijgenoten tot een genuanceerder standpunt te bewegen.

„De bedoelingen van het huidige Nederlands beleid zijn allemaal goed, maar alleen is het effect niet zo groot”, zegt hij. „Nederland probeert tot een eindoplossing te komen die klopt met alle uitspraken van de Europese Unie van de afgelopen tien of twintig jaar, maar de middelen om daar te komen worden niet gebruikt. Met recht wordt geprotesteerd tegen al de blokkades, tegen de voortgaande bouw van de nederzettingen. Maar er wordt afgezien van werkelijk druk op Israël uitoefenen, bijvoorbeeld door middel van economische sancties om dat beleid op te geven of te versoepelen.”

Is ‘de oorlog’ dan toch de verklaring voor de uitgesproken Nederlandse houding? Oud-minister Van den Broek: „De holocaust en de shoah spelen een belangrijke rol. Op zich vind ik dat ook volstrekt verdedigbaar. Alleen, je moet je daar natuurlijk wel bij bedenken dat het niet de Palestijnen zijn die de holocaust hebben uitgevoerd.”

Joel Voordewind gaat veel verder terug om een verklaring te geven voor zijn pro-Israël instelling. „Voor ons gaat het om een heel bijzonder volk. Een volk waar wij onze wortels als joods-christelijke natie hebben liggen. Zonder jodendom was er geen christendom geweest.”

Rectificatie / Gerectificeerd

Correcties en aanvullingen

Van der Klaauw

Het onderschrift bij de foto van oud-minister Van der Klaauw en de Israëlische premier Begin (14 mei, pagina 2) is onjuist. De vrouw op de foto links is H.C. van der Klaauw -Van Everdingen, niet mevrouw Begin.