Uitzendwerk is goede opstap

Uitzendbanen vormen een belangrijke opstap naar de arbeidsmarkt voor werkzoekenden. Eén op de drie niet-werkende werkzoekenden komt aan de slag door met een uitzendbaan te beginnen. Dat blijkt uit onderzoek dat het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI) en brancheorganisatie voor uitzendondernemingen ABU lieten doen onder 1,2 miljoen CWI-cliënten.

De werkzoekenden werden vier jaar lang gevolgd. Daaruit bleek dat uitzendkrachten op lange termijn net zoveel kans hebben op langdurig betaald werk als werkzoekenden die direct via de werkgever een dienstverband aangaan. Het aantal hernieuwde inschrijvingen bij het CWI na tweeënhalf jaar ligt voor beide groepen gelijk: ongeveer eenderde van alle werkzoekenden moet opnieuw naar werk zoeken. De groep uitzendkrachten vinden dan wel sneller werk.

Een direct dienstverband geeft op lange termijn een grotere kans dat de werkzoekende in directe dienst van zijn werkgever blijft. Na tweeënhalf jaar is 46 procent van de uitzendstarters in dienst bij een werkgever, voor mensen die direct in een dienstverband startten ligt dat op 66 procent.

Niet voor alle bevolkingsgroepen is doorstroom naar een vast dienstverband na een uitzendbaan even gemakkelijk. Lager opgeleiden, ouderen en allochtonen komen moeilijker bij een werkgever aan de slag. „Maar er is een grote algemene groep CWI-klanten voor wie de uitzendbaan een belangrijke opstap vormt naar de arbeidsmarkt”, stelt onderzoeker Arjan Heyma van onderzoeksbureau SEO Economisch Onderzoek.

De ABU en het CWI lieten het onderzoek uitvoeren omdat de arbeidsmarkt krap is en blijft. „De spanning is kwalitatief in plaats van kwantitatief”, aldus ABU-voorzitter Hans Kamps. De twee partijen willen samenwerken om het aanbod beter te laten aansluiten op wat werkgevers zoeken. Nederland is het eerste land waar de private uitzendsector en het publieke CWI nauw met elkaar samenwerken. „We hebben elkaar hard nodig”, aldus Kamps.