‘Twaalf meter boeken ben ik kwijt’

Bij Bouwkunde huisden maquettes, bibliotheken en meubels van bekende architecten. Na de grote brand van gisteren vreest iedereen het ergste.

Een opvoedingsmachine voor aanstormende architecten. Zo omschrijft architectuurhistoricus Wouter Vanstiphout het gisteren afgebrande gebouw van de faculteit Bouwkunde van de TU Delft, een ontwerp van Van den Broek en Bakema uit 1970. Veel promovendi zijn werk van jaren kwijt. Mensen die op het punt stonden af te studeren hebben hun maquettes in vlammen zien opgaan.

Morgen zou de nieuwe Rijksbouwmeester Liesbeth van der Pol een tentoonstelling openen van maquettes, meubels en tekeningen uit de eigen collectie. Vanmorgen kwamen professoren en studenten bij elkaar om de schade in ogenschouw te nemen en elkaar te steunen.

„Ik ben twaalf meter boeken en achttien jaar studentenwerk kwijt. Maar minstens even erg vind ik het verlies van het gebouw”, zegt hoogleraar stedenbouwkundig ontwerp Han Meyer.

De omvang van de schade aan de beroemde bibliotheek, de kaarten en de collectie meubels – ook voor de tentoonstelling – is nog niet bekend. Zowel het gebouw zelf als de collecties erin zijn volgens betrokkenen van grote cultuurhistorische betekenis. De bibliotheek op de begane grond en de depots in de kelder zijn volgens de brandweer waarschijnlijk intact gebleven; welke schade ze hebben geleden is nog niet bekend. De bibliotheek van Bouwkunde is samen met die van het Nederlands Architectuurinstituut in Rotterdam de belangrijkste in zijn soort van Nederland. Van de 40.000 boeken dateren vele van vóór 1850. Tot de pronkstukken behoren atlassen van Blaeu uit de zeventiende eeuw en werken van Hugo de Groot, Van Leeuwenhoek en Stevin. Er is ook een grote collectie kaarten, waarvan de mooiste begin vorig jaar zijn gedigitaliseerd; die van vóór 1850 zijn opgeborgen in de schatkamer van de bibliotheek, het Trésor genoemd.

De faculteit heeft ook een grote collectie meubels van beroemde architecten, waaronder stoelen van Rietveld, Marcel Breuer, J.J.P. Oud, Jean Prouvé en van Mart Stam voor Gispen. Van Rietveld zit ook een bijzondere collectie van tachtig schaalmodellen in de collectie. Een deel daarvan zou te zien zijn in de tentoonstelling die morgen zou opengaan. Daar zouden ook maquettes te zien zijn van Frank Lloyd Wright, Le Corbusier, Adolf Loos en Jean Prouvé. De maquettes van Prouvé zouden binnenkort in bruikleen worden gegeven voor een tentoonstelling in het Museum of Modern Art in New York.

De Rotterdamse architect Wytze Patijn, sinds twee jaar actief als decaan bij TU Delft, was juist bezig verbeteringen aan het inmiddels veel te krappe gebouw door te voeren. Het gebouw was ontworpen voor 800 studenten, maar dat zijn er inmiddels rond de 3.000. Patijn was met een aantal ondersteunende diensten in bouwketen in de tuin gaan zitten om binnen ruimte te maken. In glazen dozen op alle verdiepingen werden voorwerpen uit de eigen collectie tentoongesteld om de rijkdom van de collectie te etaleren. De dertiende verdieping was vrijgemaakt voor de nieuwe Delft School of Design van Winy Maas van het bureau MVRDV. „In zijn nieuwjaarstoespraak pleitte decaan Wytze Patijn voor meer samenwerking onder de leus ‘Meer koffie, minder analyse’. Het is wrang dat de brand met kortsluiting in een koffieapparaat is begonnen”, zegt promovenda Fransje Hooimeijer.

Wouter Vanstiphout promoveerde in 2005 op het werk van Van den Broek. „Van den Broek en Bakema hebben een aantal gebouwen voor deze wijk van de TU ontworpen, waaronder de karakteristieke Aula, maar omdat dit het gebouw was voor Bouwkunde hebben ze hun ziel erin gelegd.” Van den Broek beschouwde het als een instructiemodel voor zijn visie op architectuuronderwijs. „Hierin liet hij aan studenten zien hoe architectuur volgens hem werkte. Hij ontwierp het als een ontmoetingsplek van verschillende voetgangersstromen en functies. Daardoor kreeg het de structuur van een stad, met een brede straat in het midden met uitzicht op grote zalen naar de ene kant en kleinere kantoren aan de andere”, aldus Vanstiphout.

Het gebouw symboliseerde een zekere tragiek in de loopbaan van Van den Broek. „Hij ontwierp dit samen met Broekema net in de tijd dat hij zelf wegging als hoogleraar aan de TU. En op het moment dat het af was kantelden de opvattingen over het vak. Men geloofde niet meer in deze monumentale, functionalistische architectuur. Toen was het allemaal stadsvernieuwing en bewonersparticipatie wat de klok sloeg. Zo werd het gebouw een monument voor een architectuur die op het moment van oplevering voorbij was.”

Maarten Jan Hoekstra, medewerker ‘theorie en methoden’, legde de laatste hand aan het derde deel in de serie ‘De kern van de stedenbouw in het perspectief van de 21ste eeuw’, dat verplichte literatuur in het nieuwe studiejaar zou worden. „De vlammen sloegen drie meter hoog uit mijn kamer. Afbeeldingen, tekeningen en de geredigeerde teksten voor de nieuwe uitgave zijn weg. En het hele archief van de vorige twee delen.” Hoogleraar technische ecologie Taeke de Jong raakte zijn persoonlijke bibliotheek kwijt van drieduizend boeken. Er is een digitale catalogus van, maar de boeken zelf zijn weg. Hij heeft meteen een nieuwe harde schijf gekocht, zegt hij. „De wetenschap houdt niet op bij een gebouw”, zegt De Jong. „Maar het gebouw was een belangrijke opslagplaats van kennis en persoonlijke herinneringen van bijna alle Nederlandse architecten.”