Toch liever olifanten wassen

Afgestudeerden worden steeds meer onder druk gezet om snel carrière te maken.

Maar als de bedrijfswereld tegenvalt haken starters ook sneller weer af.

In het noorden van Thailand mishandelde olifanten wassen, fruit voor ze snijden en hun poep wegscheppen. Niet direct iets dat je een succesvolle jonge advocaat en een fiscaal jurist vrijwillig ziet doen.

Maar toch, Willemijn Oudenaarden (25) en Willemijn van Bekkum (26) gaan in december twee weken olifanten verzorgen. Ze behoren tot een groep jonge, talentvolle hoogopgeleiden met een goede baan met de behoefte ‘iets goeds te doen’ voor de samenleving. „Even uit die ivoren toren vertrekken, waar alles draait om geld en leaseauto’s”, vertelt Van Bekkum.

De Thaise olifanten moesten hun leven lang in de houtkap werken, dagelijks zware goederen vervoeren of zijn misbruikt in de toeristenindustrie, om geld op te halen als vervoersmiddel voor toeristen. Nu leven ze in vrijheid in een park van de Thaise Elephant Nature Foundation. Eén keer per week mogen de olifanten naar de olifantenhemel, zoals Van Bekkum het noemt. „Daar mogen ze vrij spelen, zwemmen en eten.”

De stichting vraagt een financiële bijdrage aan de vrijwilligers die komen helpen. Met dat geld wordt eveneens de lokale bevolking van werkgelegenheid voorzien en worden de waterputten in omliggende dorpen bijvoorbeeld gefinancierd. „Je maakt de wereld er een stukje beter mee”, aldus Van Bekkum. „We besloten niet alleen met een cocktail in de hand naar de ondergaande zon te gaan staren.”

Oudenaarden en Van Bekkum gaan na hun reis met plezier weer terug naar kantoor, maar veel high potentials, jonge hoogopgeleiden werkzaam bij grote, hoog aangeschreven bedrijven, laten hun hele carrière voor wat het is. Zij starten een weeshuis in Zuid-Amerika, of een hotel in Oostenrijk, omdat ze ontevreden zijn over de mogelijkheden in hun baan.

Annelies van Vianen, hoogleraar arbeids- en organisatiepsychologie aan de Universiteit van Amsterdam, verbaast het niets dat er jonge hoogopgeleiden zijn die na verloop van tijd de sociale kant missen in het bedrijfsleven. „Mensen die rechtvaardigheid belangrijk vinden en graag anderen helpen, zijn bijna nooit ook de mensen die in hoge mate succes en rijkdom nastreven.”

De hoogleraar vindt het ‘verstandig’ als jonge talenten verder kijken dan hun neus lang is. „Net afgestudeerde jongeren hebben het idee dat ze nú de keuze moeten maken voor de rest van hun carrière. De eerste jaren van je loopbaan moet je juist zoeken naar wat bij je past.”

Afgestudeerden worden door hun studiegenoten en bedrijven onder druk gezet, stelt ze. „Ze moeten succesvol zijn in de ogen van hun maatjes, maar daardoor beseffen ze pas na verloop van tijd dat ze niet in hun bedrijf thuishoren.”

De trend die Van Vianen schetst, wordt bevestigd aan de werkgeverskant. Bedrijven merken langzaam de gevolgen van een nieuwe generatie die zich meldt op de arbeidsmarkt en hebben moeite jonge, hoogopgeleide werknemers aan zich te binden. Dat ziet Yolanda Buchel, loopbaanbegeleider bij adviesbureau GITP. „Werk maakt tegenwoordig deel uit van de identiteit van werknemers, veel meer dan tien jaar geleden. Ze zeggen sneller: aan deze ratrace doe ik niet mee.”

De rollen zijn omgedraaid, ziet zij: „High potentials vragen zich af: voegt dit werk iets toe aan mijn leven? De van oudsher hiërarchische rolverdeling dat de werknemer voor het bedrijf werkt, geldt niet meer.”

Wat kunnen bedrijven doen om deze hoogopgeleiden binnen te houden? Een verzorgde cursus olifanten wassen helpt niet, denkt hoogleraar Van Vianen: „De typische bedrijfscultuur spoel je namelijk niet zomaar weg. Wel zou het helpen bij de selectie duidelijker te maken wat die cultuur inhoudt, zodat studenten bewuster kiezen voor een organisatie die bij ze past.”