Patstelling in Servië

Het zou niet voor het eerst in de geschiedenis van een parlementaire democratie zijn dat de partij die de verkiezingen wint, de formatie verliest. Dat zou weleens het lot kunnen worden van de winnaar van de Servische verkiezingen van afgelopen zondag, het pro-Europese blok van president Tadic. Zijn DS en de andere partijen die tot deze alliantie behoren, behaalden met 102 van de 250 zetels een verrassend goed resultaat, verrassend in elk geval in vergelijking met wat opiniepeilingen voorzagen.

Europees Commissaris Rehn, belast met de uitbreiding van de Europese Unie, zag Servië in een reactie in potentie al als „de motor van de westelijke Balkan”. En de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, Maxime Verhagen (CDA), meende dat de stabilisatie- en associatieovereenkomst die de EU met Servië kort voor de verkiezingen had gesloten, als eerste stap naar een lidmaatschap van dit land, strategisch goed heeft gewerkt: het zou pro-Europa-kiezers naar het DS-blok van Tadic hebben gelokt.

In de eerste euforie na de grote zege van dit blok zijn deze reacties wellicht begrijpelijk, maar de realiteit is anders. De ultranationalistische SRS blijft de grootste partij in het parlement (77, tegen 60 voor DS zonder alliantie) en kan samen met de nationalistische DSS/NS van premier Kostunica de socialistische SPS proberen over te halen om een meerderheidscoalitie te vormen.

De SPS, een andere verrassende winnaar bij deze verkiezingen, kan ook naar het blok van Tadic overhellen (evenals de liberale LDP) en heeft dus zo bezien de sleutel bij de coalitiebesprekingen in handen. De partij dus van oud-president Milosevic van Servië en Joegoslavië, de man die in 2001 in Belgrado op verdenking van oorlogsmisdaden werd gearresteerd en uitgeleverd aan het Joegoslavië-tribunaal, en die in 2006 in de cel overleed.

Het is geen aanlokkelijk vooruitzicht dat deze SPS in feite bepaalt of Servië de komende jaren een pro-Europese koers zal voeren of zich juist veel meer op de oude bondgenoot Rusland zal oriënteren. Dat land heeft in Servische ogen in elk geval het voordeel dat het zich verontwaardigd heeft getoond over de onafhankelijkheidsverklaring van Kosovo.

Optimistisch getoonzette reacties vanuit de Europese Unie en vanuit de lidstaten zijn dus nogal voorbarig. De Unie maakte zich op voor toetreding op termijn van een Balkanblok: Albanië, Bosnië en Herzegovina, Kroatië, Macedonië, Montenegro en Servië. De Servische kiezers hebben zondag het DS-blok zetelwinst gegeven. Maar ook een in potentie anti-Europese coalitie een meerderheid bezorgd.

Partijen bovendien die weinig voelen voor onvoorwaardelijke samenwerking met het Joegoslavië-tribunaal, een eis die met name Nederland en België hebben gesteld aan volgende stappen die tot het Servische lidmaatschap van de EU hadden moeten leiden. Waaronder de uitlevering van de Bosnisch-Servische generaal Mladic mag worden verstaan. De realiteit is dat noch die uitlevering noch het lidmaatschap zondag dichterbij zijn gekomen.