Made in Germany? Nein, in Solingen!

Gronauers messenmakerij is een klassieke onderneming.

Made in Germany staat voor voor duurzaamheid en kwaliteit. Dat geldt ook voor deze messen uit Solingen.

Het grote Duitse exportsucces kan zich in verrassend kleine bedrijven manifesteren. Friedrich Olbertz-Carl Aug. Meis GmbH is een onderneming met zeventien mensen in dienst, die vrijwel uitsluitend producten voor de uitvoer maken. Zakmessen, want dit is Solingen. Hier moet zelfs de aanduiding Made in Germany wijken voor een belangrijker predikaat: Made in Solingen.

Achim Gronauer (49) is de directeur van Olbertz, een informeel geklede man wiens firma in een karakteristieke achterafstraat in Solingen mooie en kostbare messen produceert en deze onder andere naar de Verenigde Staten exporteert.

„In Amerika bestaat nog veel waardering voor handwerk en kwaliteit. En voor het begrip Solingen”, zegt Gronauer. 85 tot 90 procent van zijn productie is bestemd voor de export.

Gronauers messenmakerij is een klassieke onderneming in een eeuwenoude bedrijfstak, die zijn producten al uitvoerde toen de woorden export en Duitsland nog niet als vanzelfsprekend met elkaar waren verbonden.

Nu is dat anders. Anno 2008 bestelt de hele wereld Duitse waren. De Duitsers zijn Weltexportmeister, zoals ze zelf trots melden: wereldkampioen export, nog vóór de Chinezen. Het zijn niet alleen grote en bekende ondernemingen die aan het buitenland leveren, zoals Mercedes, Bayer of MAN. Ook het Duitse midden- en kleinbedrijf levert zijn bijdrage aan de export.

Vorig jaar voerde de Bondsrepubliek voor de recordwaarde van 969 miljard euro uit. Machines, auto’s, chemische en farmaceutische producten, kunststoffen, elektrotechnische apparaten, meetinstrumenten, gereedschappen. Allemaal Made in Germany, dat haast magische stempel dat voor een mix van kwaliteit, duurzaamheid en service heet te staan.

Maar de messen, de scharen en de bestekken komen toch in de eerste plaats uit Solingen, de enige geografische aanduiding in Duitsland die door een eigen merkenwet bescherming geniet, de zogeheten Verordnung zum Schutz des Namens Solingen.

Solingen heeft altijd mede van de export geleefd. Merken als Herder, Zwilling/J.A. Henckels, Kretzer (scharen) en Ed. Wüsthof Driezackwerk (keukenmessen) hebben hun weg in de hele wereld gevonden. Vorig jaar zette de snijwarenbranche in het relatief bescheiden Solingen (ruim 160.000 inwoners) voor 2,1 miljard euro om, een stijging van ruim 12 procent vergeleken met het jaar ervoor. Omzet en stijging worden grotendeels door de uitvoer bepaald. Zonder export zou Made in Solingen ondenkbaar zijn.

‘Mijn buitenlandse klanten zijn graag bereid veel geld uit te geven zolang ze maar zeker weten dat ze iets goeds krijgen dat jaren meegaat”, zegt Achim Gronauer. „Ik ken Amerikaanse zakmesverzamelaars die hun messen in de familie willen houden en het aan een kind of een kleinkind geven. Er is me een verhaal verteld van een klant die een zakmes van ons, twintig jaar oud, op zijn sterfbed doorgaf. ”

Friedrich Olbertz-Carl Aug. Meis GmbH maakt in goede jaren een omzet van circa 1 miljoen euro. Hoewel het bedrijf al sinds 1872 bestaat, heeft de zakmessenmaker af en toe moeilijke tijden gekend. De bedrijfsgeschiedenis vertelt een verhaal van een productie die uit noodzaak steeds exclusiever is geworden met kwalitatief betere en esthetisch steeds mooiere messen.

Tegenwoordig is het zo dat Olbertz alleen nog maar op bestelling werkt, waardoor er geen dure voorraden hoeven worden aangehouden. Gronauer vertelt dat zijn messen in de Verenigde Staten aftrek vinden als kunst- of verzamelobject.

Er zijn speciale clubs waar zakmessen kunnen worden bewonderd, gekocht en geruild. De mooiste messen die door zijn bedrijf zijn gemaakt, houden doorgaans hun waarde. Of kunnen zelfs in prijs stijgen.

Een mes van Olbertz kost al gauw 200 tot 300 euro. „En een bovengrens is er niet”, zegt Gronauer. „Als de klant wil betalen, maken wij alles. We hebben in Amerika zakmessen verkocht van 4.500 dollar.”

Zo’n mes kan een heft hebben van parelmoer of ivoor, dat nog niet verboden is. Het heeft misschien een lemmet van het prachtig gelaagde, veelvuldig bewerkte en vooral peperdure damaststaal. En het kan verschillende werktuigen en inscripties hebben.

De iets minder exclusieve zakmessen van Olbertz – maar nog altijd objecten voor verzamelaars – hebben doorgaans een lemmet van koolstofstaal, dat goed gesmeed, geslepen en geëtst kan worden. Met dat laatste wordt bedoeld dat met een speciaal procedé blijvende afbeeldingen op het lemmet worden aangebracht; vooral in de Verenigde Staten geliefd onder zakmesbezitters.

Een goed zakmes moet volgens Gronauer allereerst lang scherp blijven. Daarbij zijn de kwaliteit van het staal en de bewerking ervan bepalend. Het heft moet geklonken zijn en niet gelijmd. Het moet eenvoudig te bedienen zijn en de afwerking dient perfect te zijn.

Zakmessenmaker Olbertz heeft zijn voortbestaan trachten te verzekeren door een handwerkproduct zo fraai, exclusief en kostbaar mogelijk te maken. Het zakmes zelf, of het productieproces ervan, is in wezen nauwelijks vernieuwd. Alle bedrijven in de Solinger snijwarenindustrie zijn voor een welgestelder publiek gaan produceren. Maar sommige hebben de weg naar de innovatie gevonden.

Scharensmid Kretzer, bijvoorbeeld, ontwikkelde een speciale schaar om pizza’s in punten te knippen. En een industriële schaar die door de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA wordt gebruikt op haar missies in de ruimte en die onder alle omstandigheden gemakkelijk staaldraad en metaalfolie kan doorknippen.

Achim Gronauer van Olbertz zegt dat zijn oeroude bedrijvigheid nog steeds toekomstperspectief heeft. Een paar bedreigingen zijn er wel. Allereerst is er altijd de verleiding om, zoals Gronauer het noemt, „snel een paar euro’s te pakken”. Gronauer noemt geen namen, en hij wil niet kwaadspreken, maar er zijn collega’s in Solingen die hun producten inmiddels elders laten maken, in China bijvoorbeeld. De kwaliteit hoeft niet slecht te zijn, „maar Made is Solingen is het natuurlijk niet”.

Een ander gevaar is volgens hem het nijpende gebrek aan gekwalificeerd personeel. Vakkrachten zijn voor Standort Deutschland haast letterlijk van levensbelang. Dat is in Solingen niet anders dan in Stuttgart of Hamburg. De politiek heeft er al alarm over geslagen; noodoproepen komen uit bijna alle technische branches. Het is een vraagstuk waarin vergrijzing, schoolverlating zonder diploma, verkommerend lager beroepsonderwijs en onderwaardering voor technische beroepen in een noodlottige combinatie samenkomen. Duitsland is op zoek naar minstens 95.000 vakkrachten.

Gronauer weet er alles van. Hij heeft een messenslijper moeten terughalen die al gepensioneerd was. Nu probeert deze 65-jarige zijn moeilijke vak, dat veel gevoel en geduld vergt, aan een jongere collega door te geven.