Kernwapens vs. gas

Mede onder Amerikaanse druk hebben Shell en het Spaanse Repsol de Iraanse autoriteiten geen definitieve toezeggingen durven doen over deelname aan de ontwikkeling van een onderdeel van het grootste gasveld ter wereld, Pars. Het probleem is dat Iran ambities koestert om kernwapens te ontwikkelen. Om die reden streven de Verenigde Staten economische sancties na die verdergaan dan wat de Veiligheidsraad van de VN aan Iran heeft opgelegd. Shell heeft veel belangen in Amerika en is kwetsbaar voor economische sancties van het Congres en de Amerikaanse regering.

De ontwikkeling van dit veld, dat ook voor de export is bedoeld, zou Europa minder afhankelijk maken van energiegigant Rusland. Het Iraanse gas zou onder andere geleverd kunnen worden via de Nabucco-pijplijn die buiten Rusland om zou moeten lopen.

Het Russische Gazprom en een Chinees energiebedrijf willen nu maar al te graag de plekken opvullen die worden opengelaten door Shell en Repsol, evenals het Franse Total dat met hetzelfde probleem worstelt. Omdat de extra sancties eenzijdig door de Amerikaanse overheid worden bepaald, voelen Rusland en China zich daar niet aan gebonden. Weliswaar hebben Russen en Chinezen minder technische ervaring dan de westerse energiebedrijven, maar ze doen hun best om die zo snel mogelijk te ontwikkelen.

Het is zaak om het streven naar onafhankelijkheid in energievoorziening voor Europa in overeenstemming te brengen met het internationale beleid tegen de verspreiding van kernwapens. Zinloos zijn sancties tegen Iran niet. De Iraanse exploratie van energie is van buitenlandse technische bijstand afhankelijk. Door de vertraagde ontwikkeling van gas- en olievelden loopt Iran inkomsten mis.

Vorige maand nog heeft de Veiligheidsraad de sancties tegen Iran aangescherpt met onder meer visumbeperkingen en bevriezing van bepaalde banktegoeden. Volgens de National Intelligence Estimate van de Amerikaanse inlichtingendiensten heeft internationale druk Iran er in 2003 toegebracht het programma voor kernwapens te staken. Het is dus zaak om binnen de Veiligheidsraad gezamenlijk te blijven optrekken, zoals gebeurde in maart, vlak nadat Iran een raket had gelanceerd. Voor buurstaat Rusland was dat alarmerend.

Toch zou het Westen onder eenzijdige druk van Amerika niet verder moeten gaan met sancties tegen Iran dan hetgeen in de Veiligheidsraad al is afgesproken. Een boycot heeft alleen zin als alle VN-lidstaten daaraan moeten meedoen. Op de sancties van de Veiligheidsraad moet worden voortgebouwd met diplomatie, ook in het belang van Rusland, de buur van Iran.

Shell en Repsol hebben zich nog niet helemaal teruggetrokken uit Iran. Ze onderhandelen nog over andere onderdelen van gasexploratie en bouwen aan een fabriek voor vloeibaar gas. Dat is gerechtvaardigd. Het is ook een Amerikaans belang dat het energiearme Europa voor gas en olie minder is aangewezen op leverantie door Rusland.