India speculeert over aanslagen in ‘Roze Stad’

Bij een reeks bomaanslagen in de Indiase stad Jaipur vielen gisteren zeker 80 doden. India verdenkt extremisten uit Kashmir en Bangladesh. Mogelijk werken die samen.

Grote ontreddering in de befaamde ‘Roze Stad’, de ommuurde historische binnenstad van Jaipur die gisteravond rood kleurde, zoals een Indiase krant vandaag schreef. Binnen een tijdsbestek van twaalf minuten gingen op dicht bij elkaar gelegen plekken in de stad zeven bommen af. De dodelijkste was bij een drukbezochte hindoetempel. Volgens onofficiële cijfers vielen er in totaal meer dan tachtig doden.

De autoriteiten hebben gereageerd zoals verwacht mocht worden, zonder iets nieuws te vertellen. „Duidelijk een geval van een terroristische aanslag, bedoeld om zo veel mogelijk mensenlevens te treffen”, zei de politiecommandant van de deelstaat Rajasthan gisteravond laat. De Indiase staatssecretaris van Binnenlandse Zaken, Sriprakah Jaiswal, sprak van een „goed georkestreerde samenzwering”. En Sonia Gandhi, leidster van de regerende Congrespartij, beschreef de aanslagen als „een misdaad tegen de menselijkheid”.

Maar de grote vraag is natuurlijk: wie heeft deze terreurdaad in Jaipur uitgevoerd? En waarom? De afgelopen drie jaar zijn in India bijna vierhonderd mensen gedood bij bomaanslagen. Bijna nooit wordt de verantwoordelijkheid opgeëist. Ook nu heeft geen enkele organisaties zich gemeld. En er worden wel vaak mensen opgepakt voor verhoor, zoals nu ook in Jaipur, maar echte daders worden niet vaak gevonden.

Toch herkennen de Indiase autoriteiten ook deze keer de vingerafdrukken van moslimextremisten. „Men kan de betrokkenheid van een buitenlandse mogendheid niet uitsluiten”, zei staatssecretaris Jaiswal. Met ‘buitenlandse mogendheid’ wordt buurland Pakistan bedoeld.

Concreet komt de analyse van de Indiase inlichtingendiensten er op neer dat islamitische terreurgroepen uit Kashmir, gesteund of op zijn minst gedoogd door Pakistan, proberen de relaties tussen hindoes (80 procent) en moslims (14 procent) in India op scherp te zetten en zo het land te destabiliseren. Dat is niets nieuws. Nieuw is wel het aantreden van een democratisch gekozen regering in Islamabad, zes weken geleden. Die heeft gezegd de „vrijheidsstrijd” van de Kashmiri te steunen, maar ze is wellicht ook bereid tot toenadering tot India over de kwestie-Kashmir. Dat willen de jihadisten voorkomen. Volgens sommige inlichtingenbronnen zullen ze daarom hun activiteiten op Indiaas grondgebied weer opvoeren.

Maar ‘moslimextremisme’ is een breed begrip. Sinds gisteravond wordt ook gespeculeerd over de betrokkenheid van Harkut ul-Jehad-e-Islami (HuJI), een Bengaalse groepering die van Bangladesh een puur islamitische staat wil maken. Onduidelijk is evenwel waarom HuJL terreurdaden zou uitvoeren in Jaipur.

Mogelijk is sprake van samenwerking tussen Bengaalse extremisten en milities uit Kashmir. Ze delen hun islamitische gedrevenheid en er zijn historische banden: tot hun bloedige afscheiding in 1971 vormden Pakistan en Bangladesh (Oost-Pakistan) één land.

Feit is in ieder geval dat politiebronnen in de Noord-Indiase deelstaat Uttar Pradesh in november ook de HuJI aanwezen als mogelijke dader van aanslagen bij rechtbanken in Varanasi, Faizabad en Lucknow. Toen vielen er 15 doden. Drie maanden eerder kwamen 44 mensen om bij twee aanslagen in de Zuid-Indiase deelstaat Adhra Pradesh. De premier van die deelstaat zei destijds dat „de beschikbare informatie wijst op terroristische organisaties die gevestigd zijn in Bangladesh en Pakistan”.