Geweld in Tetovo baart EU zorgen

Ongeveer 10.000 mensen hebben gisteren in de Macedonische stad Tetovo gedemonstreerd uit boosheid over een mislukte aanslag op een etnisch Albanese politicus, die maandag plaatsvond. De leider van de etnisch Albanese oppositiepartij Democratische Unie voor Integratie (DUI), Ali Ahmeti, werd in zijn auto in Tetovo met automatische wapens onder vuur genomen. Ahmeti bleef ongedeerd, maar een omstander raakte gewond bij de schietpartij.

Ahmeti voerde in Tetovo campagne voor de Macedonische parlementsverkiezingen, die op 1 juni plaatsvinden. Zondag en maandag waren ook minstens acht kantoren van de DUI het doelwit van geweld. In zeven gevallen werd geschoten en een keer werd een handgranaat gebruikt. De DUI gaf een andere etnisch Albanese partij, de regerende Democratische Partij van Albanezen (DPA), de schuld van de aanslag op Ahmeti. Volgens de DUI zou ook de Macedonische veiligheidsdienst erbij betrokken zijn geweest, met het oogmerk de DUI-aanhang te bewegen niet te gaan stemmen. De DPA ontkende de beschuldigingen.

De Europese Unie, de Verenigde Staten en de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) reageerden bezorgd op het verkiezingsgeweld in Macedonië. Een woordvoerster van de Europese Commissie riep op tot een „onmiddellijk” gerechtelijk onderzoek naar de incidenten en onderstreepte dat de organisatie van „vrije en eerlijke verkiezingen” tot de „essentiële criteria” voor EU-lidmaatschap behoren. Macedonië kreeg in december 2005 de status van kandidaat-lidstaat van de EU.

Ahmeti is de voormalige commandant van het etnisch Albanese Nationale Bevrijdingsleger, dat in 2001 een gewapend conflict uitvocht met de Macedonische regering. Na het Ohrid-vredesakkoord van 2001 maakte zijn partij van 2002 tot 2006 deel uit van een centrum-linkse regering in Skopje. Ongeveer een kwart van de 2,1 miljoen Macedoniërs is van etnisch Albanese afkomst. (AP, AFP)