Geld verbranden voor doden tussen de ruïnes

Reddingswerkers hebben na een dag oponthoud door regen en mist het rampgebied in China bereikt. In veel plaatsen is de schade veel groter dan verwacht.

In het tussen de bergen van Sichuan gelegen Hanwang verbranden mensen nepgeld bij de doden. Zodat hun geliefden wat te besteden hebben in het hiernamaals. Ondertussen leggen reddingswerkers nog meer doden aan de kant van de weg. Twee dagen na de zware aardbeving in de Chinese provincie is het dodental opgelopen tot meer dan 15.000. Ten minste eenzelfde aantal zou nog worden vermist.

De eerste hulpverleners hebben de meeste zwaargetroffen plaatsen inmiddels bereikt. Het leger heeft bovendien een luchtbrug opgezet naar het moeilijk toegankelijke district Wenchuan. Daar lag het epicentrum van de beving van maandag, die volgens het Amerikaanse US Geological Survey een kracht had van 7,9 op de schaal van Richter. Met helikopters worden in Wenchuan voedsel, medicijnen en drinkwater gedropt.

Het Chinese leger, dat 50.000 militairen naar het ten westen van provinciehoofdstad Chengdu gelegen rampgebied heeft gestuurd, kon gisteren bijna niets uitrichten. Slecht weer en mist hielden helikopters aan de grond en maakten het voor reddingsploegen onmogelijk om hun werk te doen. Aardverschuivingen hebben bovendien wegen onbegaanbaar gemaakt, waardoor vrachtwagens met militairen en hulpgoederen de getroffen plaatsen niet kunnen bereiken.

Reddingswerkers die nu het gebied te voet zijn ingetrokken, treffen volgens het Chinese staatspersbureau Xinhua steden aan die veel erger zijn beschadigd dan zij hadden verwacht. In het stadje Yingxiu, waar 10.000 mensen woonden voor de ramp, telden de hulpverleners niet meer dan 2.300 overlevenden, van wie er duizend zwaargewond zijn.

Bij de puinhopen van de middelbare school van het dorpje Juyuan wordt het geweeklaag van ouders iedere tien tot vijf minuten onderbroken door het geknal van vuurwerk. Voor ieder dood kind wordt, om boze geesten af te weren, een rotje afgestoken. Hoofd Zhou Yun van de faculteit Civiele Techniek van de Guangzhou Universiteit spreekt hardop zijn twijfel uit over de kwaliteit van de bouw van de talloze in het gebied ingestorte scholen. Volgens de ingenieur is er sinds 1989 goede wetgeving die voorschrijft hoe er gebouwd moet worden, maar wordt die niet altijd correct toegepast. „Als de bouwers de kantjes er niet vanaf hadden gelopen, dan zouden de scholen niet als eerste zijn ingestort”, zegt hij in het dagblad de Financial Times.

Hoewel de Drieklovendam in de Yangtze de beving onbeschadigd heeft doorstaan, zorgt een aantal dammen en elektriciteitscentrales die dicht in buurt staan van het epicentrum voor ‘zeer gevaarlijke situaties’. Zo is negen kilometer van de stad Dujiangyan bij de Min rivier volgens provinciale bestuurders een waterkrachtcentrale ingestort. En stroomopwaarts aan de dezelfde rivier ligt het waterreservoir Tulong, dat er volgens de lokale autoriteiten slecht aan toe is. Breken de dammen van Tulong, dan dreigt er groot gevaar voor de elektriciteitsinstallaties die verder stroomafwaarts staan.

In Parijs heeft het Instituut voor Radiologische Bescherming en Nucleaire Veiligheid zijn zorgen uitgesproken over de kernreactoren in het gebied die worden gebruikt voor onderzoek en verrijking. (AP, Reuters, CNN)