Europa is vooral een mannending

Nederlanders vinden de Europese Unie niet leuk, wel wenselijk.

En ze overschatten hun kennis van Europa, blijkt uit een groot opinieonderzoek.

Nederlanders zijn in vergelijking met andere Europeanen heel positief over het lidmaatschap van de Europese Unie. Maar ze hebben, eveneens in vergelijking met andere Europeanen, een weinig positief beeld van de EU.

Twee bevindingen uit de Europese verkenning 6: Europa’s buren, die het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en het Centraal Planbureau (CPB) vorige week hebben uitgebracht. Ze baseren zich op de gegevens van de periodieke Eurobarometer en op eigen onderzoek.

Het beeld dat zich opdringt, is dat „Nederlanders zich heel pragmatisch opstellen jegens Europa”, zegt Paul Dekker (SCP). „Leuk en aantrekkelijk vinden Nederlanders Europa niet, enthousiast worden ze er niet van. Ze schikken zich in het onvermijdelijke van het lidmaatschap.”

Sinds 2003 brengen beide bureaus jaarlijks een verkenning uit, in opdracht van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Dit keer gaan ze nader in op de publieke opinie in de lidstaten (SCP) en de economische mogelijkheden van zestien EU-buurlanden (CPB). Voor het opinieonderzoek heeft het SCP gekeken naar steun voor, betrokkenheid bij en afwijzing van de EU.

De steun voor het EU-lidmaatschap ligt gemiddeld op ongeveer 60 procent, met het Verenigd Koninkrijk als uitschieter naar beneden (35 procent). De steun onder Nederlanders – bijna 80 procent noemt het EU-lidmaatschap een „goede zaak” – is sinds 1994 niet meer zo hoog geweest. Dat relativeert het beeld dat Nederlanders sinds het ‘nee’ tegen de Europese Grondwet (bijna twee jaar geleden) zoveel kritischer en negatiever over de Europese Unie zouden zijn, concludeert het SCP.

In meerderheid zijn Europeanen (ook Nederlanders) voorstander van een Europees beleid bij de bestrijding van terrorisme, technologisch onderzoek en milieubescherming. Daarentegen laten de meesten zorg, onderwijs, sociale zekerheid, belastingen en pensioenen liever over aan de nationale overheid.

Bij de betrokkenheid valt op dat mannen, 55-plussers en hoger opgeleiden beduidend sterker betrokken zijn bij de EU dan vrouwen, mensen die jonger zijn dan 55 jaar en lager opgeleiden. Linkse en rechtse stemmers scoren even hoog wat betreft betrokkenheid, terwijl mensen die zichzelf in het politieke midden plaatsen duidelijk lager scoren.

In vergelijking met de rest van Europa hebben veel Nederlanders de indruk dat ze goed op de hoogte zijn van de EU, terwijl hun feitelijke kennis daar weinig aanleiding toe geeft. „Evenals vorig jaar hebben Nederlanders weer iets te veel eigendunk”, aldus de rapporteurs. Daarentegen blijken Portugezen en Slowaken juist wat te bescheiden. Grieken, Luxemburgers en Oostenrijkers halen hier de beste cijfers. Italianen en Britten zijn de hekkensluiters.

Zo’n 8 procent van de Nederlanders staat zeer negatief tegenover de EU. Daarin zit een opmerkelijk sekseverschil: onder mannen is het aandeel ‘sterke afwijzers’ met 12 procent meer dan twee keer zo groot als onder vrouwen (5 procent).

Onder deze ‘sterke afwijzers’ zit volgens de SCP-analisten verder een „opvallend groot” aandeel van werklozen en arbeidsongeschikten (14 procent), stemmers op de SGP (13 procent), de Partij voor de Dieren (15 procent) en bovenal de PVV (24 procent). Onder kiezers die bij de Kamerverkiezingen van eind 2006 op D66 en GroenLinks stemden zitten relatief heel weinig sterke afwijzers van de EU.

Lees het rapport via nrcnext.nl/links