Dramaseries zijn gewoon erg duur

De publieke omroep produceert slechts één grote dramaserie per jaar.

Ondanks extra geld van minister Plasterk blijft drama duur.

Acteur Hans Kesting in een aflevering van de advocatenserie Keyzer & De Boer (NCRV en KRO) Foto NCRV NCRV

Drama lijkt wel het eeuwig ondergeschoven kindje van de Nederlandse publieke omroepen. Minister Plasterk (OC&W, PvdA) zegde vorig jaar 15 miljoen euro extra toe voor dramaproducties, maar wanneer dat bedrag beschikbaar komt en hoe dat wordt verdeeld is onduidelijk. Drama is duur om te maken, lastig om je als omroep mee te profileren en het samen inkopen van buitenlandse producties lukt de omroepen zelden.

„De nieuwe zenderindeling biedt mogelijkheden om drama horizontaal te programmeren”, zegt Joost Dekkers van de Federatie Filmbelangen. „Op Nederland 1 zou twee keer per week drama voor een breed publiek te zien moeten zijn. Maar dan moet er wel voldoende drama worden gemaakt om een heel jaar door op vaste tijdstippen te kunnen uitzenden. Dat is nu niet het geval.”

Vorig najaar schreef de Federatie Filmbelangen een brandbrief aan minister Plasterk. Voor binnenlandse en buitenlandse fictie moet veel meer geld beschikbaar komen. „Wij willen jaarlijks twee kwaliteitsseries in plaats van één, zoals Stellenbosch in 2007”, zegt Dekkers. „Er moet ook veel meer geld voor jeugddrama komen. Kinderen kunnen nu naar de soap Spangas kijken of naar De Daltons van de VPRO. Daar zit niets tussen.”

De extra 15 miljoen euro van Plasterk zijn „vijftien mooie afleveringen van een nieuwe serie”, aldus de minister. Maar zo eenvoudig ligt het niet, aldus Dekkers. „De Nederlandse Publieke Omroep (NPO) wil het dramabudget de komende drie jaar steeds met 2,5 miljoen euro verhogen. Pas vanaf 2009 gaan producenten echt iets merken van het extra geld. Dat is pikant, omdat de NPO in 2008 op papier al 7 miljoen extra zou hebben geïnvesteerd. Daarvan merkt de kijker niets. Slechts de helft van de 15 miljoen van Plasterk gaat echt naar meer nieuw Nederlands drama.”

Volgens Lennart van der Meulen, netmanager van Nederland 2, kun je altijd wel meer geld eisen. Volgens hem is er ten opzichte van 2007 dit jaar wel degelijk 7,5 miljoen euro meer voor drama. „Positief is ook dat er nu voor het eerst een meerjarig budget is voor dramaproducties. Dat loopt bovendien elk jaar op. Laten we maar eens kijken of we daarvan iets moois kunnen maken.”

Terwijl in de meeste buurlanden net zoveel drama op tv is als amusement of informatieve programma’s, blijft het genre in Nederland achter. Dat bleek onder meer uit onderzoek uit 2004 van een commissie onder leiding van Alexander Rinnooy Kan. Hoe komt dat?

„Voor een goed dramabeleid heb je een lange adem nodig”, zegt Mignon Huisman, inkoper bij de NPO van buitenlandse fictie. „Een aantal zaken zorgt dat die lange adem er hier niet is. Van overheidswege krijgen de omroepen tegengestelde richtlijnen; ze moeten met elkaar samenwerken en tegelijkertijd zichzelf meer profileren. Daarnaast is het hier, met allerlei ingewikkelde financieringsconstructies, moeilijk om zelf drama van de grond te krijgen. Verder is er voor drama weinig belangstelling in de top van de Nederlandse omroepen, want die worden veelal gerund door mannen met een journalistieke achtergrond.”

Netcoördinator Van der Meulen: „Omroepen kunnen zich makkelijker profileren met een informatief programma dan met een dramaserie. De KRO toont haar identiteit meer met een programma als De wandeling dan met de serie Keyzer & De Boer Advocaten. Als netcoördinatie moeten we dat voortdurend bijsturen.” Hij stelt verder dat het produceren van drama relatief duur is in Nederland. „De BBC maakt een serie en verkoopt die over de hele wereld. Het enige wat wij met een serie kunnen is herhalen.”

De aankoop van series loopt niet soepel. Tot voor kort kocht elke omroep eigen buitenlandse series aan. Huisman: „Nu hebben we de krachten gebundeld, zodat er meer slagkracht is om goede buitenlandse series te kopen. Bovendien kunnen we als NPO rekening houden met het algemeen belang én met de doelstelling van de individuele omroep. De KRO is goed in Engelse detectives en de NCRV in kostuumdrama. Zo ontstaat een mooie mix van specialismen.”

Volgens Huisman zou het goed zijn wanneer er ook meer centrale sturing komt bij de ontwikkeling van drama van eigen bodem. „Nog steeds heeft elke omroep zijn eigen drama-afdeling, met eigen doelstellingen. Wanneer je ook hier de krachten bundelt, kun je veel duidelijker en herkenbaarder zijn voor het publiek.”