Condooms

De twee jonge zakenmannen die naast mij op het terras zaten, namen het er even van – net als ik. De jasjes gingen uit, de stropdassen werden ontstropt. Ze bestelden een cappuccino en een salade. Het was twaalf uur in de middag, lunchuur, en het was heet in de stad. Het Rembrandtplein dat vlak voor ons als een afgeleefd dier lag te stinken, zou nu een zwembad moeten zijn bij een bepalmd hotelterras in de tropen.

„Anyway”, zei de dunste van de twee zakenmannen, „dat zit er weer op. Het had slechter kunnen aflopen.”

De ander haalde zijn schouders op. Hij was een geblokte man met stekeltjeshaar dat als onkruid op de rotsbodem van zijn merkwaardig platte hoofd groeide. „Je moet kunnen blufpokeren”, zei hij. „Dat hoort er gewoon bij. Toen die kerel begon te aarzelen, wist ik dat we goed zaten. Hoe hebben jullie het gehad in Thailand?”

Die abrupte overgang in een gesprek naar een ander onderwerp, het lijkt wel of je dat vaker hoort dan vroeger. Zou het te maken hebben met de flitsende montage in de moderne speelfilm? Het is maar een gedachte. Anyway, we gingen nu even met vakantie naar Thailand.

„Leuk”, zei de dunne, „maar vermoeiend. De eerste week waren we allemaal aan de schijterij.”

„Nooit bij die straattentjes eten. Nog leuke dingen gekocht?”

„Allicht. Carla kon niet meer ophouden.”

„Dat afdingen, leuk hè, dat je het gewoon op een euro laat hangen”, zei de stekelharige.

„Ach, op een bepaald moment denk je wel: laat die sloeber dat nou maar verdienen.”

De stekelharige lachte kort en met weinig vreugde. „Ben je gek, ze verdienen tóch altijd aan je.”

Nu het gesprek weer een zakelijker wending had gekregen, zag hij ruimte voor de verrassende vraag: „Wat doen we nou met die condooms?”

„Leg nog eens precies uit hoe je dat voor je ziet”, zei de dunne.

„We zouden voor het EK voetbal speciale condooms laten maken en die onder de Oranje-supporters verspreiden.”

„Zijn we dan al niet veel te laat? Voor je een goed ontwerp hebt en die dingen gefabriceerd zijn, ben je maanden verder.”

De stekelharige zei even niets. Hij boog zich over zijn salade en begon met lange tanden te eten, als iemand die zijn dieetplicht deed, maar veel liever een calorierijke hamburger had verzwolgen.

„Ik weet het”, zei hij, nadat hij zijn korte nek had opgericht, „maar ik had het te druk met andere dingen. Maar het idee laat me niet los. We kunnen die condooms toch ook in de aanloop naar het WK gaan verkopen, het hangt toch niet op dat EK?”

De dunne keek sceptisch. „We hadden nú de kans. Of Oranje naar het WK gaat, moet je nog helemaal afwachten.”

De ander knikte, maar heel kort en met merkbare tegenzin. „In zaken moet je risico’s nemen.”

„Er zijn al zoveel condooms op de wereld”, zei de dunne. „Had je al bedacht hoe je deze condooms eruit wilde laten zien?”

De stekelharige veerde op, als een verheugd kind. „De kleur moet natuurlijk oranje zijn, en daar zou dan in een forse witte letter overdwars op komen: Oranje boven.”

Het duurde even voordat de dunne de vondst verwerkt had. Toen zei hij met half afgewend gezicht: „Het blijft jammer dat je er zo laat mee bent.”