Chauffeurs staken tegen ‘overnachten in de remise’

De cao-onderhandelingen tussen de vakbonden en de vervoersbedrijven zitten muurvast. Buschauffeurs staken. „De slavenarbeid keert terug.”

Zo’n 25 buschauffeurs staan vanochtend bij de remise van Arriva, aan de rand van Den Bosch. Van verre zijn ze herkenbaar aan hun oranje hesjes van FNV Bondgenoten: ze staken vandaag en morgen.

Wie dichterbij komt, ziet dat ze muziekinstrumenten hebben meegenomen. Daarmee gaan ze straks de stad in, om hun strijdlied ten gehore te brengen. Het refrein gaat zo: Beste baas en politiek, wij zeggen nee / tegen heel dit kromme cao-idee / want je bent een ding vergeten / ook chauffeurs die moeten eten / dus wat ons betreft mag dit weer door de plee.

In een groot deel van het land rijden geen bussen, omdat de cao-onderhandelingen tussen FNV Bondgenoten, CNV Bedrijvenbond en vakbond De Unie met de vervoersbedrijven Connexxion, Arriva en Veolia muurvast zitten. De bonden eisen een loonsverhoging van 3,5 procent en een structurele verhoging van de eindejaarsuitkering met 0,5 procent.

De werkgevers zeggen dat er geen geld is voor meer loon, tenzij de productiviteit omhoog gaat. Ze willen dat de chauffeurs het eerste kwartier van hun doorbetaalde pauze opgeven en volgens een flexibeler rooster werken. In ruil daarvoor bieden de vervoerders hun personeel over de komende drie jaar een loonsverhoging van 11,5 procent.

„Juist onze bazen bieden 11,5 procent. Ze hebben het geld dus wel degelijk. Daaruit blijkt dat het om andere dingen gaat dan geld”, zegt stakingsleider Kees van der Poel bij de poort van Arriva in Den Bosch. De bazen willen onze arbeidsomstandigheden verslechteren, legt hij uit. Hij wijst, bijvoorbeeld, op de ‘gebroken diensten’. „Een chauffeur rijdt ’s ochtends van zeven tot elf uur, is dan vier uur vrij en zit ’s middags van drie tot zeven uur weer achter het stuur. Tussen het begin en het einde van zo’n werkdag mag nu ten hoogste twaalf uur zitten. Maar dat willen ze oprekken naar dertien uur.”

Hij meent dat „de slavenarbeid daarmee terugkeert”. De buschauffeurs kunnen dan net zo goed bij Arriva blijven slapen, meent hij. Zijn collega Hans van Peufflik valt hem bij: „Na zo’n gebroken dienst ben je inderdaad gebroken. Ik kan in de tussenuren naar huis in Oss gaan, maar dat kost extra benzine. Daar heb ik niet het geld voor.”

Woordvoerder Liesbeth de Vries van Arriva noemt de staking onverantwoord. Ze wijst er op dat die de drie werkgevers acht ton per dag kost. Bovendien treffen de chauffeurs de reizigers keihard, meent ze. Ze heeft gehoord dat als het conflict nog niet is opgelost de bussen volgende week in de examenperiode in de spits zullen rijden. „Maar veel scholieren doen examen buiten de spitsuren. Die zijn dan toch nog de klos.”

Dat laatste geldt volgens haar ook voor de automobilisten. Volgens de ANWB was het vanochtend op de wegen als gevolg van de staking twee keer drukker dan normaal op woensdag. „Veel mensen hebben nu toch de auto gepakt”, aldus een woordvoerder van de ANWB.

Bij de poort in Arriva in Den Bosch gaan de stakers ervan uit dat hun actie op begrip kan rekenen onder mensen in het land.