Berlusconi zoekt dialoog

Nieuwsanalyse

Silvio Berlusconi hield zich bij de start van zijn derde kabinet op de vlakte over urgente kwesties als het overheidstekort, de afvalcrisis en Alitalia.

Een uitgestoken hand naar de oppositie, flirtbriefjes voor jonge vrouwelijke kamerleden en een verzoek tot God om steun bij het realiseren van de wederopstanding van Italië. In zijn de regeringsverklaring gisteren in de Kamer van Afgevaardigden heeft Silvio Berlusconi alle registers opengetrokken om zowel zijn bondgenoten als de oppositie te behagen en zich te presenteren als de premier van alle Italianen.

„De burgers hebben gezegd: doe wat jullie hebben beloofd en doe het snel, want Italië heeft geen tijd te verliezen… het land moet zich weer oprichten”, aldus Berlusconi. Zijn zalvende toon ontlokte zelfs de oppositie tot drie keer toe applaus, iets wat Berlusconi bij zijn vorige regeringsverklaringen in 1994 en 2001 niet was overkomen.

De enige kritische reactie kwam van de ex-officier van justitie Antonio di Pietro, leider van de partij ‘Italië van de Waarden’: „Het is een val. De uitgestoken hand van Berlusconi is als de uitgestoken poot van een wolf naar een lam” – waarbij het lam de door de verkiezingsnederlaag ernstig gedesoriënteerde centrum-linkse oppositie is.

Belangrijkste uitdaging voor de nieuwe regering is de kwakkelende economie. Italië groeit al vijftien jaar minder dan de andere Europese landen. Berlusconi beloofde het begrotingstekort (nu 2,3 procent) onder controle te houden én maatregelen te nemen om de groei te stimuleren. Ook zal de regering ernaar streven de regio’s een groter aandeel te laten behouden van het belastinggeld dat ze innen. Iets wat voornamelijk door het rijkere noorden wordt geëist.

Berlusconi hoopt „in dialoog met de oppositie” te kunnen werken aan de hervorming van de overheidsinstellingen. Concrete voorstellen deed hij gisteren niet. Over de beleidsterreinen justitie en media, waarop de vele malen vervolgde mediatycoon in zijn vorige ambtstermijn zo actief was, zei hij ook vrijwel niets. Wellicht om polemieken te voorkomen.

De eerste honderd dagen wil Berlusconi gebruiken om de Italianen te plezieren. Nog dit jaar zal de onroerendgoedbelasting op de eerste woning worden afgeschaft. Ook de belasting op overwerk verdwijnt, in een poging de productiviteit te stimuleren. De EU heeft minister Giulio Tremonti van Financiën al laten weten dat de vier miljard die deze plannen kosten elders binnen de begroting moeten worden teruggevonden.

Om zijn imago van daadkrachtige leider waar te maken zal Berlusconi snel de vuilniscrisis in Napels moeten oplossen. Volgende week woensdag houdt hij de eerste ministerraad in Napels om op symbolische wijze zijn betrokkenheid te tonen. De wijze waarop hij de misstand wil aanpakken, liet hij nog in het midden.

Andere topprioriteit is de redding van de noodlijdende vliegmaatschappij Alitalia. Italiaanse bedrijven, banken en de Italiaanse vliegmaatschappij Air One zouden samen Alitalia moeten overnemen. Maar Alitalia verliest steeds meer geld en de Europese Commissie plaatst grote vraagtekens bij het overbruggingskrediet van 300 miljoen euro dat Rome heeft toegekend aan Alitalia.

Ander belangrijk beleidspunt is veiligheid. Berlusconi heeft zijn overwinning mede te danken aan het groeiende gevoel van onveiligheid. De media overspoelen de Italianen met berichten over inbraken, roofovervallen en geweldplegingen door immigranten. Het laatste decennium is het aantal immigranten verviervoudigd tot vier miljoen. Daar bovenop zijn er nog eens 700.000 illegalen.

Afgelopen weekeinde nog probeerde een Roma-zigeunerin in Napels een baby van zes maanden te stelen uit een appartement. Gisteravond leidde dit tot een aanval op de zigeunerkampen in Napels. Molotovcocktails en stenen vlogen richting de barakken. In verschillende steden nemen burgers het heft in eigen hand door burgerwachten op te richten.

Minister Roberto Maroni (Binnenlandse Zaken) werkt inmiddels aan het strafbaar stellen van illegale immigratie. Ook overweegt hij illegalen tot 18 maanden te laten vasthouden in een gesloten opvangcentrum. EU-burgers, zoals Roma-zigeuners, die niet in hun eigen onderhoud kunnen voorzien, of die een misdrijf begaan, zouden naar hun land van herkomst worden teruggestuurd.