Zo’n expositie willen wij ook

Vandaag opent een tentoonstelling over het lot van Joodse advocaten in de Tweede Wereldoorlog.

Nederland doet onderzoek naar Duits voorbeeld.

Amandus Wolfsbergen (1903) voerde jarenlang een drukke advocatenpraktijk in Rotterdam, tot hij in februari 1941 een ‘Joodverklaring’ moest ondertekenen. Nadien was het hem als Jood uitsluitend toegestaan voor Joden op te treden. Deze drastische inperking van zijn cliëntèle was feitelijk de doodsteek voor zijn praktijk.

Behalve Wolfsbergen kregen nog 216 Joodse advocaten vanaf 1941 te maken met ernstige restricties bij de uitoefening van hun vak. Op de tentoonstelling Advocaten zonder rechten in het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) in Amsterdam zijn hun namen te lezen. De tentoonstelling wordt vandaag geopend.

De expositie geeft een voorproefje van het onderzoek dat rechtshistoricus Joggli Meihuizen sinds 2006 verricht naar de Nederlandse advocatuur tijdens de Tweede Wereldoorlog. Aanleiding voor dit initiatief is een Duitse tentoonstelling met hetzelfde thema. „De Nederlandse Orde van Advocaten bezocht de tentoonstelling in Keulen en dacht: dit willen wij ook”, zegt de deken van de Orde, Willem Bekkers. „Want de Nederlandse advocatuur is geen haar beter geweest dan de Duitse. Niemand verzette zich tegen de uitsluiting van de Joodse advocaten.”

NIOD-woordvoerder David Barnouw noemt het „opmerkelijk” dat Nederland Duitsland nu volgt in het onderzoek. „Meestal is het namelijk andersom.” Volgens Meihuizen is niet eerder grondig onderzoek gedaan naar dit thema, omdat er lange tijd een taboe op rustte. „Dat het gevoelig lag, blijkt bijvoorbeeld uit een boek uit de jaren tachtig over de naoorlogse zuivering. Daarin worden man en paard niet genoemd, maar gaat het over advocaat X en advocaat Y.”

Deken Bekkers vindt het „de hoogste tijd om open kaart te spelen”. Hij benadrukt daarbij dat het niet de bedoeling is van de Orde van Advocaten, die het onderzoek financiert, om schoon schip te maken. Bekkers: „Dat is onmogelijk. Maar we kunnen er nog wel wat van leren. Zeker in deze tijd, nu er een spanningsveld ontstaat tussen de bescherming tegen terrorisme en de bescherming van de rechtsstaat.”

Het huidige beeld van de advocatuur tijdens de Tweede Wereldoorlog is nogal negatief, meent Meihuizen. Of hij dat beeld moet bijstellen, weet hij nog niet. Hij rondt zijn onderzoek pas in 2010 af. „Maar het staat vast dat Joodse advocaten vreselijk werden vernederd en de rest collectief de andere kant opkeek.” Meihuizen vindt dit verbazingwekkend. „Advocaten hebben immers een gekwalificeerde verantwoordelijkheid: zij zijn er toch om de rechtsstaat overeind te houden.”

De algehele schaamte over deze periode maakt het volgens Meihuizen moeilijk om archiefmateriaal te verzamelen. „Mensen zijn heel terughoudend. Vooral de erven van de Joodse advocaten. Het is natuurlijk ook niet zo’n leuk verhaal.” Daarnaast zijn veel archieven vernietigd wegens het ambtsgeheim of geruimd bij fusies van advocatenkantoren.

Voor oral history is het volgens Meihuizen te laat. Van de bijna tweeduizend advocaten uit de Tweede Wereldoorlog zijn er nog maar tien in leven. Meihuizen: „Zij herinneren zich bijvoorbeeld nog wel dat Rotterdam werd gebombardeerd, maar bijna niets meer van de dagelijkse advocatenpraktijk.”

Overigens richt het onderzoek van Meihuizen zich niet alleen op de beroepsuitoefening van advocaten tijdens de Tweede Wereldoorlog. „Dat zou in het geval van de Joodse advocaten ook lastig zijn, want die moesten er dus vrijwel meteen mee ophouden”, aldus Meihuizen. Daarom probeert hij hen te volgen tot in hun onderduik of, in veel gevallen, tot hun dood. Naar schatting 40 procent van de Joodse advocaten kwam om in concentratiekampen. Zo ook Amandus Wolfsbergen. Hij overleed in 1944 in Auschwitz.

De tentoonstelling Advocaten zonder rechten wordt vandaag officieel geopend . In het NIOD is tegelijkertijd de Duitse tentoonstelling te zien. Meer informatie op www.niod.nl