Wie moet de Birmezen dan beschermen?

De internationale gemeenschap heeft een verantwoordelijkheid jegens Birma, vinden Ivo Daalder en Paul Stares. De VN moet de druk op de Birmese junta opvoeren.

De militaire junta van Birma slaagt er niet in de meest fundamentele verantwoordelijkheid na te komen die iedere regering deelt: het zorgdragen voor de veiligheid van haar onderdanen. In het kielzog van de verwoestende tyfoon die vele tien- (zo niet honderd-)duizenden levens heeft geëist en nog veel meer mensen totaal ontredderd heeft achtergelaten, heeft de internationale gemeenschap een grootschalige humanitaire hulpoperatie op gang gebracht om de miljoenen getroffenen bijstand te verlenen.

Maar in plaats van deze hulp van de rest van de wereld te verwelkomen, heeft de junta reddingswerkers de toegang tot het land ontzegd. Er is nu zelfs beslag gelegd op de zeer beperkte hulpgoederen van de VN, zodat de VN zich gedwongen heeft gezien verdere hulpverleningsinspanningen op te schorten. Dit komt neer op een schaamteloos onvermogen van de Birmese junta om te voldoen aan de belangrijkste opdracht van iedere regering, de bescherming van haar onderdanen.

De noodzaak om in Birma tot actie over te gaan is zeer acuut. Grote delen van het land staan onder water. Dorpen, wegen en spoorlijnen zijn weggevaagd of overstroomd. Voedseldistributie is daardoor niet mogelijk en de riolering werkt niet meer. Miljoenen mensen ontberen de meest fundamentele levensbehoeften: voedsel, drinkwater en onderdak. Op grond van de huidige schattingen zullen bij het uitblijven van onmiddellijke hulp 1,5 miljoen mensen de dood vinden door ziekte en honger.

Als de nationale regering het niet kan, wie moet de mensen dan bescherming bieden? Die vraag wordt al langer gesteld in de context van genocide en grootschalige misdaden tegen de menselijkheid. Drie jaar geleden gaven de lidstaten van de Verenigde Naties een plechtig antwoord: de internationale gemeenschap. Op de VN-top ter viering van de zestigste verjaardag van de organisatie kwamen alle lidstaten overeen dat regeringen de verantwoordelijkheid hebben hun onderdanen te beschermen, en dat de internationale gemeenschap die verantwoordelijkheid zou moeten overnemen als een regering dat niet kan of wil doen.

Eerder deze week opperde de Franse minister van Buitenlandse Zaken Bernard Kouchner dat de Verenigde Naties deze gemeenschappelijke verantwoordelijkheid ten aanzien van het Birmese volk op zich zouden moeten nemen. Kouchner weet beter dan de meeste anderen wat hier werkelijk op het spel staat, omdat hij de oprichter en voorman is geweest van de humanitaire hulporganisatie Artsen zonder Grenzen.

Maar de woorden van Kouchner stuitten op een muur van stilte. Toch had Kouchner gelijk: we moeten niet onmiddellijk tot het gebruik van geweld overgaan (hetgeen velen menen dat de verantwoordelijkheid om beginselen te verdedigen inhoudt), maar de internationale druk op de Birmese junta verhogen om de juiste stappen te zetten.

De regering-Bush zou zich aan de zijde van de Franse regering moeten scharen en een resolutie moeten indienen in de VN-Veiligheidsraad, waarin de Birmese regering wordt opgeroepen onmiddellijk de toegang van internationale hulpgoederen en hulpverleners tot het land toe te staan en de VN de leiding over de hulpoperatie te laten nemen. Om haar pleidooi te ondersteunen zou de regering in Washington gedetailleerde beelden moeten laten zien van het lijden en de omvang van de verwoestingen in Birma (zoals zij dat ook zo doeltreffend heeft gedaan in de gevallen van Bosnië en Darfur, om de twijfelende Verenigde Naties over de streep te trekken).

De resolutie zou de mogelijkheid open moeten houden van extra maatregelen – zoals het uit de lucht afwerpen van hulpgoederen – als de Birmese regering niet meteen met het verzoek zou instemmen. En de Veiligheidsraad zou zich erop moeten vastleggen binnen 24 uur op de zaak terug te komen, de reactie van Birma te bespreken en bijkomende maatregelen te overwegen.

Sceptici zullen zich ongetwijfeld afvragen waarom je je die moeite zou getroosten. China, Birma’s nauwste bondgenoot, en wellicht Rusland zullen dergelijke inspanningen toch wel weer blokkeren. Maar er zijn goede redenen om aan te nemen dat China het schandaal zal willen voorkomen dat onvermijdelijk het gevolg zou zijn van dwarsliggen in New York. Na nog maar net te zijn veroordeeld wegens haar daden in Tibet en de gênante wapenzendingen naar Zimbabwe, kan de regering in Peking zich niet nóg een mondiale pr-crisis veroorloven, die landen er ditmaal van zou kunnen overtuigen zich alsnog uit de Olympische Spelen in Peking terug te trekken. Integendeel: door in het hoogste VN-orgaan de juiste weg te bewandelen en zijn invloed op de regering in Rangoon aan te wenden, kan China zijn geschonden imago weer enigszins oppoetsen.

Maar belangrijker is dat China het volk van Birma zou helpen.

De wanhopige situatie schreeuwt om dringend ingrijpen. Als er in een geval als dit, waarbij miljoenen mensen door de eigen regering in de steek worden gelaten, geen beroep kan worden gedaan op de verantwoordelijkheid van de internationale gemeenschap om hulp te bieden, dan kan dat in geen enkel ander geval. Dit is een zaak van uiterste urgentie. Als de internationale gemeenschap nu tekortschiet, wordt daarmee de leegheid van haar beloftes om op te komen voor humanitaire beginselen aangetoond, én de toenemende irrelevantie van de Verenigde Naties.

De wereld, en zeker het volk van Birma, kunnen zich een dergelijke mislukking niet veroorloven.

Ivo Daalder is verbonden aan het Brookings Instituut, Paul Stares is directeur van het Centrum voor Preventieve Actie bij de Raad voor Buitenlandse Betrekkingen van de VS.

Zie over de VN ook responsibilitytoprotect.org