Welkom in de oorlogsmist, welkom in het moeras

Denis Johnson: Tree of Smoke. Farrar, Straus en Giroux, 624 blz. € 27,– ****

Tree of smoke, de caleidoscopische roman van Denis Johnson, verschijnt op een merkwaardig moment. Het publieke debat in Amerika gaat over Irak; de open wond van de Vietnamoorlog is een lelijk, maar te verdragen litteken geworden. Johnsons overweldigende boek rijt die wond weer open. Het is een ambitieuze poging tot duiding. Niet politiek of causaal, maar moreel, religieus en psychologisch. Het resultaat is een gefragmenteerd, vrijwel plotloos boek, dat niettemin uit graniet gehouwen lijkt en bewijst dat Vietnam de centrale metafoor blijft voor de Amerikaanse identiteitscrisis.

In vele verhaallijnen, lopend van 1963 tot 1970, met een uitstap naar 1983 en spelend in Vietnam, maar ook in de Filippijnen, Maleisië en Amerika, roept Johnson het conflict tot leven. De meeste personages leren we kennen via hun intiemste gedachten. Een van hen is Francis Sands, kortweg ‘de kolonel’ – een kruising tussen Soldaat van Oranje, Kurtz uit Joseph Conrads Heart of Darkness en God: een luidruchtige ex-oorlogsheld die een eigen koninkrijkje binnen Vietnam heeft bedongen.

Voor Denis Johnson, die zichzelf een christelijk schrijver noemt, is mythologie essentieel. De worsteling die zijn karakters doormaken zijn spiritueel en religieus van aard. Zuidoost-Azië, zo suggereert hij, oefent aantrekkingskracht uit op de zoekende mens. Als Johnson daarmee wil beweren dat oorlog door (religieuze) leegte wordt veroorzaakt, zit hij ernaast, maar het uitgangspunt levert proza dat uitblinkt in detail, kleur en dialoog, en dat tot nadenken stemt.

Johnsons grootste prestatie is het invoelbaar maken van the fog of war. Niemand is wie hij lijkt te zijn, en niets wat gebeurt heeft een duidelijke plaats in een overkoepelend raamwerk. De karakters noch de lezers krijgen zicht op het spel. Een pasklare oplossing of verklaring blijft aan het eind dan ook uit :welkom in de mist. Welkom in het moeras.

Dat na de oorlog de oorlog gewoon doorgaat, spreekt vanzelf. De leegte van de karakters maakt hen blijvend stuurloos. Het zijn geen opwekkende conclusies, maar ze horen bij een boek dat de geschiedschrijving overstijgt en boort naar het wankele hart van de mens. En passant breekt Johnson zo met een curieuze traditie. De vele Amerikaanse Vietnamboeken en -films uit de jaren zeventig en tachtig ten spijt, heeft niemand de oorlog scherper gezien dan Graham Greene in The Quiet American, dat geschreven werd ver vóór de Amerikaanse bemoeienis op stoom kwam. Johnson slaagt erin iets waardevols uit de waanzin op te diepen.

Auke Hulst