Toeritdoseringssystemen

Van alle mensen die zich de afgelopen weken tegen de problematiek hebben aanbemoeid, was Rita Verdonk veruit het meest ambitieus in haar plannen: zij gaat de files gewoon „oplossen”.

In ruim water. Even roeren. Klaar is Rita.

Verder was er natuurlijk Eelco Brinkman, voorzitter van Bouwend Nederland, die het volk wakker wilde schudden met zijn pleidooi voor „een verkeersramp”. „Het zou een zegen zijn”, orakelde Brinkman, „als we eens drie dagen achter elkaar totáál vast komen te zitten.”

Ik zou zeggen, Eelco: rij jij de komende drie dagen een paar rondjes Randstad, dat zet ik namens de rest van het land alvast een welgemeend ‘hallelujah!’ in.

En laten we vooral minister Eurlings (Verkeer, CDA) niet vergeten. Hij heeft toegezegd vijftig miljoen euro uit te trekken voor „benuttingsmaatregelen”, zoals 84 „route-informatiepanelen”, 312 „incidentendetectiecamera’s” en 6 „toeritdoseringssystemen”.

Allemaal bedacht tijdens een hilarisch avondje Scrabble.

U kunt er dus rustig van op aan dat de file de komende eeuw vast onderdeel van ons landschap zal blijven. Een paar decennia geborneerd wanbeleid hebben ons daar wel van verzekerd. Zo zitten we opgescheept met een wegennet dat liefst 4.000 kilometer wegdek tekort komt om aan de mobiliteitsvraag te kunnen voldoen, en een spoorwegennet uit de tijd van stoom en kolen, dat het al begeeft bij drie herfstbladeren op de rails of een lentedag warmer dan 25 graden. En we hebben het aan onszelf te danken. Aan de Hollandse kleingeestigheid, die mobiliteit niet beschouwt als grondrecht, maar als overbodige luxe. Die kleingeestigheid die ons het vliegtuig uittakst, de auto uitaccijnst en een trein inpest die ieder jaar duurder én langzamer wordt. Van de miljoenen aan belastinggelden bouwen we extra wegen, bruggen en sporen.

In Afghanistan.

Zo blijven wij het enige land ter wereld met een bnp van meer dan 755 miljard euro, een gemiddeld belastingtarief van 42 procent, en een spoorweg tussen de twee grootste steden waar een trein boemelt die nog geen 55 kilometer per uur gemiddeld haalt.

En die we toch sprinter noemen.

Rob Wijnberg