Stille heldin bleef wroeging voelen

De Poolse Irena Sendlerowa redde in de oorlog 2.500 joodse kinderen. Maar dat wist niemand todat Amerikaanse scholieren haar herontdekten.

Ze stierf gisteren als een wereldberoemde heldin. Maar jarenlang leidde Irena Sendlerowa een stil en onopvallend bestaan. Want dat zij joden had gered van de nazi’s was in het naoorlogse Polen geen verhaal om mee thuis te komen: het antisemitisme stak ook na Auschwitz af en toe lelijk de kop op.

Bovendien was ze lid geweest van het grote verzetsleger AK, een vanuit Londen geleide organisatie die door de communisten in de ban werd gedaan. Ze vreesde voor de veiligheid van haar kinderen en zweeg dus liever, zoals zoveel Poolse helden.

Hoewel het Israëlische Holocaust-instituut Yad Vashem haar in 1965 aanwees als ‘rechtvaardige onder de volkeren’, werd Sendlerowa, achter het IJzeren Gordijn, langzaamaan vergeten. Totdat haar verhaal eind jaren negentig werd herontdekt, mede dankzij vier Amerikaanse scholieren.

Sendlerowa is 98 jaar oud geworden. Ze leefde in een bejaardentehuis in Warschau, de stad waar zij tijdens de oorlog 2.500 joodse kinderen redde van een zekere dood in Duitse vernietigingskampen. Ze redde twee keer zoveel joden als – de wel beroemde – Oskar Schindler, maar vond het geen heldendaad. „Die term irriteert me mateloos”, zei ze in 2005 tegen de BBC. „Het tegendeel is eerder waar. Ik heb nog steeds aanvallen van gewetenswroeging dat ik zo weinig heb gedaan.”

De in 1910 geboren Irena Sendlerowa verloor haar vader toen ze 7 jaar was. Hij was een katholieke arts, met veel joodse Polen in zijn praktijk, en stierf in het harnas, tijdens de bestrijding van een tyfusepidemie. Bij het uitbreken van de oorlog werkte Sendlerowa voor de gezondheidsdienst van de gemeente. Eind 1940 creëerden de Duitsers een joods getto.

Onder het mom van epidemiebestrijding en dankzij speciale werkpassen kon Sendlerowa deze met muren afgeschermde zone in en uit. Samen met tientallen collega’s begon ze baby’s, peuters en kleuters het getto uit te smokkelen, in ambulances, zakken, tassen en zelfs gereedschapskisten, alsook via de riolering en openingen in de gettomuur. De baby’s werden vóór de reis verdoofd.

Ruim 400.000 mensen zaten in het getto op elkaar gepropt. Duizenden bezweken aan honger, uitputting, ziekte en kou. In juli 1942 begonnen de nazi’s met de liquidatie van het getto.

Eenmaal buiten de gettomuren kregen de oudere kinderen eerst een stoomcursus katholieke rituelen, om op te kunnen gaan in de massa. Daarna werden ze ondergebracht bij pleegfamilies. Sendlerowa noteerde op dun papier de oude en nieuwe identiteit van elk kind en stopte die informatie in twee flessen, die ze steeds weer begroef. Vrijwel alle ouders van de door haar geredde kinderen bleken later in vernietigingskamp Treblinka te zijn omgekomen.

Eind 1942 sloot Sendlerowa zich vanzelfsprekend aan bij Zegota, een speciale afdeling van de AK die belast was met het helpen van ondergedoken joden. In oktober 1943 werd ze gearresteerd. Haar benen en voet werden gebroken, maar ze liet niets los. „Ik draag nog de tekenen op mijn lichaam van wat die ‘Duitse supermensen’ me hebben aangedaan.” Ze werd ter dood veroordeeld.

Op weg naar de executieplaats werd ze door een Duitse bewaker bewusteloos geslagen, uit de auto gegooid en achtergelaten langs de weg. Deze man was met dollars omgekocht door Zegota, bleek later. De volgende dag hing overal in de stad wel gewoon haar doodsbericht. Ze heeft het met eigen ogen gelezen, vertelde ze.

In 1999 stelde de Amerikaanse (protestantse) leraar Norm Conard aan vier leerlingen voor om in het levensverhaal van Sendlerowa te duiken. Hij had haar naam gevonden in een artikel over ‘de andere Schindlers’. Hij maande zijn leerlingen tot voorzichtigheid, want dat ze 2.500 joodse kinderen had gered moest wel een typefout zijn. De zoektocht naar Sendlerowa kreeg volop aandacht in Amerikaanse media.

Daarna gingen de schijnwerpers pas echt aan. In 2003 kreeg ze de Orde van de Witte Adelaar, de hoogste onderscheiding in Polen. In 2007 trakteerde de Poolse Senaat haar op een groot eerbetoon.