Stemmen, ook na de cycloon

Voor het eerst in achttien jaar stemde Birma zaterdag, ondanks de recente cycloon.

De bevolking is boos over de trage hulp, maar „verwacht nu geen opstanden”.

Boeddhistische monniken ruimen op na de cycloon in Birma. Foto AFP Myanmar Buddhist monks clean a street from a tree collapsed during the cyclone Nargis in Yangon on 12 May, 2008. The flow of international aid into Myanmar, which says 62,000 people are dead or missing, has increased in the past two days, but relief agencies say much more is needed to avert a humanitarian catastrophe. AFP PHOTO / Khin Maung Win AFP

Jammer van de tienduizenden, mogelijk meer dan honderdduizend dodelijke slachtoffers van de cycloon Nargis. En jammer ook van de overlevenden wier gezondheid nu in gevaar komt door het uitblijven van hulp. Maar afgelopen zaterdag 10 mei was ondanks alles een historische en blije dag voor Birma. In de ogen van de junta. Voor het eerst in achttien jaar mocht de natie naar de stembus, voor een referendum over een nieuwe grondwet.

Alleen in de 47 zwaarst getroffen districten, waaronder Rangoon, werden de verkiezingen uitgesteld. Daar kunnen de overlevenden van Nargis pas op 24 mei hun oordeel geven.

Wanneer de uitslag van de volksraadpleging bekend zal worden gemaakt, staat nog niet vast. Wel is zeker dat niet hoeft te worden gerekend op een verrassing, zegt woordvoerder Soe Aung van de Nationale Raad van de Birmese Unie (NCUB), een overkoepeling van dertig Birmese oppositiegroepen in ballingschap. De meerderheid van de bevolking is tegen het voorstel om de dominante rol van het leger in Birma grondwettelijk te verankeren, zegt hij. Maar uit de officiële uitslag zal overtuigend het tegenovergestelde blijken.

Ook buitenlandse waarnemers, net als buitenlandse hulpverleners niet welkom, noemen dat scenario voorspelbaar. De burgers zijn onder grote druk gezet om voor te stemmen, demonstranten werden opgepakt en ambtenaren met ontslag bedreigd als ze zich dissident zouden gedragen. Bij sommige stemlokalen kregen de kiezers afgelopen zaterdag alvast met ‘ja’ aangekruiste biljetten in de handen geduwd, meldde het in buurland Thailand verschijnende Birmese nieuwsblad The Irrawaddy.

Volgens oprichter en hoofdredacteur Aung Zaw was de opkomst over het algemeen laag. Maar voor de uitslag zal dat weinig uitmaken. „Er is geen minimumopkomst vastgelegd om het referendum geldig te doen zijn”, zegt een westerse diplomaat in de Thaise hoofdstad Bangkok. „Dus ook bij een zeer kleine opkomst zal de nieuwe grondwet gewoon van kracht worden.”

De laatste landelijke verkiezingen in Birma waren in 1990. Die parlementsverkiezingen, twee jaar na het bloedig neerslaan van een volksopstand in Rangoon, werden met grote overmacht gewonnen door de Nationale Liga voor Democratie (NLD) van Aung San Suu Kyi. Maar de militaire machthebbers schoven de uitslag eenvoudigweg terzijde. Veel democratisch gekozen parlementsleden en activisten belandden in de gevangenis en Aung San Suu Kyi zelf (in 1991 winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede) werd in haar eigen huis opgesloten.

Met de nieuwe grondwet wil de junta de herinnering aan Suu Kyi’s democratische zege nu voorgoed uitwissen. „Als de grondwet wordt aangenomen, zullen de verkiezingsresultaten van 1990 automatisch ontbonden zijn”, stond vorige week vrijdag in een uitgebreide beschouwing in de krant The New Light of Myanmar. „De anti-regeringsgezinde groepen (die vasthouden aan de resultaten van 1990) weten nu niet meer wat ze moeten doen.”

Volgens de krant, die wordt gezien als spreekbuis van het militaire bewind, is het uitbrengen van een ‘ja’-stem eenvoudigweg een „nationale plicht” voor de burgers van Birma.

Volgens The New Light of Myanmar hoeft niemand zich af te vragen waarom het leger een belangrijke rol voor zichzelf heeft vastgelegd in de grondwet. De Birmese geschiedenis sinds de onafhankelijkheid (4 januari 1948) heeft immers geleerd dat alleen de strijdkrachten een betrouwbare hoeder van de natie zijn. Politici hebben volgens de krant bewezen die rol niet aan te kunnen. ‘Politici zijn van nature schadelijk (in hun opportunistische en manipulatieve gedrag) voor de natie’, schrijft The New Light of Myanmar namens de junta. Het leger heeft zich daarentegen opgeofferd voor de eenheid van het land.

Helaas voor de junta zijn deze vaderlandslievende bespiegelingen de afgelopen dagen niet echt tot de buitenwereld doorgedrongen. Daar overheersen ongeloof over het doorgaan van het referendum en woede over de aanhoudende blokkade van buitenlandse hulp en hulpverleners om de slachtoffers van Nargis bij te staan. „Niemand hoefde enige illusie te hebben over het ware karakter van de militaire leiders in Birma, maar wat er nu gebeurt, maakt je sprakeloos. Dit is niet meer van een menselijk niveau”, zegt oppositiewoordvoerder Soe Aung (46) in Bangkok, die als studentenleider na de opstand van 1988 naar Thailand vluchtte.

Hoofdredacteur Aung Zaw (40) van The Irrawaddy, die eveneens in 1988 zijn vaderland ontvluchtte, spreekt van een „absurde” situatie. Juntaleider Than Shwe is geobsedeerd door het voornemen de macht van het leger constitutioneel te verstevigen, maar Nargis heeft dat proces ondermijnd, zegt hij over de telefoon vanuit Chiang Mai, in het noorden van Thailand. Het militaire bewind lijdt gezichtsverlies. Het laat zien niet in staat te zijn de mensen te helpen en zich ook niet echt om hen te bekommeren, zegt hij. „Die houding wekt natuurlijk boosheid. Los daarvan: de komst van Nargis, die alleen onschuldige mensen heeft getroffen en de legerkampen in het midden van het land ongemoeid heeft gelaten, wordt door velen gezien als een slecht voorteken’’, zegt Aung Zaw. „Maar het is moeilijk te voorspellen wat er nu gaat gebeuren.”

Ook Soe Aung vindt het moeilijk voorspellingen te doen over de uiteindelijke afloop van cycloon Nargis. Iedereen is woedend en gefrustreerd over de gebrekkige hulpverlening door het leger. De mensen merken dat er geen hulp komt, zegt ook hij. Maar tekenen van openlijk verzet, zoals afgelopen najaar toen er in Rangoon, Mandalay en andere steden werd geprotesteerd tegen de stijgende brandstofprijzen, ziet hij niet. Afgelopen najaar namen monniken het voortouw bij demonstraties, nu houden ze zich bezig met hulpverlening aan slachtoffers die toevlucht hebben gezocht in hun kloosters.

„We hoeven nu geen opstanden te verwachten”, zegt Soe Aung. „Alle aandacht richt zich op overleven, op het helpen van gezinsleden, buren, vrienden, dierbaren. De eerste zorg van de mensen is nu om zich staande te houden, om hun leven weer een beetje op orde te krijgen.”

Lees meer over ‘Nargis’ en de politiek in Birma op nrc.nl/birma