Spiegel

Aan het begin van elk zomerseizoen wil ik even bij Parnassia het strand op. De zee zien. Het is een onwrikbare traditie geworden, een bezwering misschien ook, een soort afkloppen op (ongeverfd) hout: ik ben er nog, kijk maar, hier sta ik.

Parnassia is een strandpaviljoen in de Kennemerduinen bij Bloemendaal aan Zee. Vanaf het hoog gelegen terras heeft de bezoeker een mooi uitzicht op strand en zee. Ik loop er altijd heen vanuit het station Overveen, een stevige wandeling die door de duinen voert en langs het Vogelmeer, een van de stilste en fraaiste plekken in de Nederlandse natuur.

De verbouwing van Parnassia, dat dit jaar vijftig jaar bestaat, was eindelijk voltooid, zag ik toen ik aan kwam lopen. Het werd tijd. Die verbouwing duurde al jarenlang, elke zomer veronderstelde je ten onrechte dat de rommeligheid volgend jaar wel zou zijn afgelopen. Ze hadden toch een heel jaar om eruit te komen? Maar zo werkt het niet in de bouw.

Misschien wel als een soort compensatie voor de doorstane ontberingen had de directie een opmerkelijke nieuwigheid ingevoerd. Ik las er vorig jaar iets over in Het Parool. Het ging om een zogeheten confrontatiespiegel op de toiletten. Wat is dat ook weer?

Ik moest het even opzoeken: een confrontatiespiegel is een stuk glas in een wand dat aan de ene kant doorzichtig is en aan de andere kant alleen spiegelend, zodat je via de doorzichtige kant iemand kunt observeren zonder zelf gezien te worden. De spiegel wordt veel op politiebureaus gebruikt.

Zo’n spiegelwand is dus op de drukbezochte toiletten van Parnassia tussen de mannen- en vrouwenafdeling opgesteld. Met dit niet onbelangrijke onderscheid: de mannen bevinden zich aan de transparante kant, zij kunnen er doorheen kijken, de vrouwen kunnen zich alleen spiegelen. Schrik niet té erg, dames: het gaat bij jullie alleen om de ruimte met de wastafels. (Bij een volgende verbouwing kunnen we misschien een stapje verder gaan.)

Toen ik er in Het Parool over gelezen had, zag ik het nog niet helemaal voor me. Ik liep dan ook voor het eerst van mijn leven een tikkeltje nieuwsgierig naar de toiletten. Over een breed front, boven de pisbakken en een wasbak, verhief zich een hoge spiegelwand die een fraai uitzicht bood op mijn geliefde Kennemerduinen, en tevens op twee vrouwen die zich op de voorgrond stonden op te maken.

Ze stonden een meter van me vandaan en leken me aan te kijken, maar dat was schijn. Ze waren zich niet bewust van mijn aanwezigheid aan de andere kant van de spiegel. Ze gingen geconcentreerd op in hun activiteit, ik kon onbespied doen wat mijn blaas van mij verlangde.

Later hoorde ik van een vrouw dat op de spiegel de waarschuwing „Let op! Confrontatiespiegel” is aangebracht. Maar ze had er nauwelijks acht op geslagen, het woord zei haar niets.

In Het Parool zei de eigenaar van Parnassia erover: „Ik begrijp de ophef niet zo. Humor kun je niet uitleggen.” Hij vond de spiegel „niet seksistisch”.

Als hij dat meent, moet hij de rollen ook eens durven omdraaien: de vrouw bespiedt de man. Voor de potloodventers onder ons moet hij dan wel een gewijzigde tekst aanbrengen: „Heerlijk! Confrontatiespiegel!”