Soedan zegt betrekkingen met Tsjaad op

Soedan heeft gisteren de diplomatieke betrekkingen met Tsjaad verbroken na een zware aanval door rebellen uit Darfur op de hoofdstad Khartoum, zaterdag. Daarbij zouden aan beide zijden tientallen doden zijn gevallen.

Volgens Khartoum steunt Tsjaad de moslimfundamentalistische Beweging voor Gerechtigheid en Gelijkheid (JEM), die zaterdag tot in Omdurman kwam, de tweelingstad van Khartoum, aan de andere oever van de rivier de Nijl. De Soedanese VN-ambassadeur, Abdalmahmood Abdalhaleem, zei dat gevangen rebellen onder de doden Tsjadische officieren hadden geidentificeerd. Tsjaad ontkende betrokkenheid bij de aanval, sloot zijn grens met Soedan en verbrak alle economische banden.

Soedan en Tsjaad beschuldigen elkaar routinematig van hulp aan elkaars rebellen. Afgelopen februari beschuldigde Tsjaad Soedan van een rol bij een aanval van Tsjadische rebellen op de hoofdstad N’Djamena. Soedan ontkende dat weer.

De Soedanese regering zegt de rebellenaanval te hebben afgeslagen, maar volgens een correspondent van de BBC blijft de toestand in Omdurman gespannen. JEM-leider Khalil Ibrahim zei gisteren zich nog steeds „met al mijn troepen” in Omdurman te bevinden en zijn offensief voort te zetten. Hij zei dat versterkingen onderweg waren. De Soedanese regering verdubbelde vandaag de prijs op Ibrahims hoofd tot 500 miljoen Soedanese pond (160 miljoen euro). Volgens de Soedanese staatstelevisie heeft de inlichtingendienst een boodschap van Ibrahim aan Tsjaad onderschept waarin de JEM-leider om een reddingshelikopter vroeg.

Volgens het Soedanese staatspersbureau SUNA zijn meer dan driehonderd rebellen gevangengenomen. De Soedanese autoriteiten pakten ook oppositieleider Hassan Turabi op, maar lieten hem na enkele uren weer vrij. Turabi was in de jaren negentig de fundamentalistische ideoloog van het Soedanese regime, maar hij is inmiddels in ongenade gevallen bij president Omar Hassan al-Bashir. Hij is al vaker beschuldigd van relaties met rebellen van de JEM, onder wie Khalil Ibrahim.

Ibrahim weigerde uit te leggen hoe zijn eenheden erin waren geslaagd een aanval te lanceren op honderden kilometers van hun bases in de westelijke regio Darfur. Volgens waarnemers ter plaatse was zijn belangrijkste wapen de snelheid waarmee zijn manschappen in de nacht zich in hun voertuigen uit Darfur en Kordofan naar de hoofdstad hadden verplaatst. Ze werden door het Soedanese leger ontdekt, maar bleken sneller dan hun achtervolgers.

De JEM is de meest effectieve van de talrijke, etnisch-Afrikaanse rebellenbewegingen in Darfur die strijden tegen de door Arabieren gedomineerde regering in Khartoum. Als enige is deze groep ook in de centrale provincie Kordofan actief. (AP, AFP, Reuters)