Regenval vertraagt hulp aan bevolking

Regen en mist vertragen de reddingswerkzaamheden in China waar gisteren in de provincie Sichuan ten noordwesten van de stad Chengdu een aardbeving meer dan 12.000 mensen het leven heeft gekost. De aardbeving, die tot in Peking en Shanghai werd gevoeld, had een kracht van 7,8 op de schaal van Richter en was daarmee de zwaarste beving in China in dertig jaar.

De Chinese regering heeft 34.000 militairen naar het rampgebied gestuurd om te helpen bij het bergen van de slachtoffers en het verzorgen van de gewonden. Het weer is echter zo slecht dat het Chinese leger wordt gedwongen om reddingsacties uit te stellen, zo meldt het Chinese staatspersbureau Xinhua. Zware regenval en slecht zicht maken het bovendien voor helikopters onmogelijk om te landen. Over land is het gebied ook nauwelijks te bereiken doordat de beving landverschuivingen heeft veroorzaakt die de wegen naar het gebied hebben geblokkeerd.

Het epicentrum van de beving, die gisteren in China vroeg in de middag plaatsvond, lag in het bergachtige district Wenchuan. Het gebied is van de buitenwereld afgesloten waardoor nog veel onduidelijk is over de situatie. In de stad Beichuan, ten oosten van Wenchuan, is volgens het Chinese staatspersbureau Xinhua 80 procent van de gebouwen ingestort. In het district zouden tussen de 3.000 en 5.000 doden zijn gevallen. Onder de ingestorte gebouwen in het rampgebied bevinden zich acht scholen waar vermoedelijk honderden scholieren onder het puin zijn bedolven.

De Chinese premier Wen Jiabao is direct na de beving naar Sichuan gevlogen. „Er is geen minuut te verliezen. Een minuut, een seconde kan het leven van een kind betekenen”, hield hij de reddingswerkers bij aankomst voor.

Behalve de Verenigde Staten, Japan, Rusland en Europa heeft ook Taiwan, dat door China wordt beschouwd als een afvallige provincie, toegezegd aan de regering in Peking. (Reuters, AP)