Regenjas

Het is warm buiten. Sterker nog, het is de zonnigste start van de maand mei ooit in ons land gemeten. Het is in Nederland zelfs warmer dan in Spanje. Ik kijk naar het weerbericht in Barcelona: regen, grijze lucht, 18 graden.

Frank Rijkaard moet dus een regenjas aan. Niet zo’n heel dikke, maar toch. Zondag kreeg hij een eervol afscheid in het stadion van Barcelona, na vijf jaar trouwe dienst. Dat is een uitzonderlijk lange periode voor een trainer in Nou Camp. Het kritische publiek komt bij een gemiste penalty al met die vervelende witte zakdoekjes aan.

Bij het lopen naar het stadion kun je de afzeikers meteen herkennen aan de bobbel bij de broekzak. Wat voor voetbalfan ben je als je dat zakdoekje vlak voor het verlaten van je woning bij je stopt? Maar goed, veel Catalanen laten hun geluksgevoel vanaf hun geboorte afhangen van hun voetbalclub. Dan ga je over lijken.

„Ik ga het liefst in alle rust”, zei trainer Frank Rijkaard. Al het gedoe eromheen hoeft voor hem niet zo. Maakte hij een aangeslagen indruk tijdens de persconferentie waar hij sprak over zijn ontslag? „Aangeslagen? O, dat gevoel had ik zelf niet.” Zenuwen dan? „Nee, hoor. Wel een raar gevoel.”

Ik moest denken aan zijn lotgenoot Ronald Koeman. Op het winnen van de nationale beker na, mislukte zijn Spaanse trainersmissie in Valencia binnen één seizoen. Ik was in Madrid op de dag dat de bekerfinale daar werd gespeeld. Koeman zat met zijn selectie in een ondoordringbaar hotel, in de wetenschap dat zijn ontslagbrief al wekenlang klaarlag.

Ook bij Koeman zag je gelatenheid in zijn laatste dagen. Alsof verdwijnende, aan het kruis gespijkerde trainers nog een laatste processie maken langs fans, bestuurders en pers. Na zijn ontslag springt hij in een klaarstaande auto. Weg.

Koeman neemt altijd op een schitterende manier ontslag, misschien wel omdat hij er zoveel ervaring mee heeft. Hij stapt in een kostuum van waardigheid en toont een glimlach die bij zijn salarisschaal past. Hij heeft gelijk, denk je. Er zijn ergere zaken in het leven dan een ontslagprocedure in voetballand.

Na hun voetbalcarrière zijn Koeman en Rijkaard in de wereld van de opsmuk beland. Ze mogen het achterste van hun tong niet laten zien. Ze waren het boegbeeld van Spaanse clubs met een grote traditie. Het zijn voetbaldieren die noodgedwongen moesten praten als aangevallen politici.

Het pantser is dik geworden. En toch, in deze jonge mannen gloeit het van binnen. Dat kan niet anders. Als voetballers lieten ze het wekelijks zien. Het plezier om een lange pass, een geslaagde vrije trap en een sliding.

Als voetballers waren ze nog primair in het uiten van hun frustratie. Rijkaard bespuwde tegenstander Rudi Völler en Koeman veegde zijn reet af met een vijandig shirt. Waar kunnen de volwassen mannen nu nog het ventiel losdraaien om de te hard opgepompte band leeg te laten lopen? Op de golfbaan? In bed? In de kroeg?

Spanje is een levensgevaarlijk voetballand. Twee grote ex-voetballers kregen de zak in Valencia en Barcelona. Ondertussen viert de 24-jarige Wesley Sneijder feest. Hij is in zijn eerste jaar bij Madrid kampioen geworden. Spanje als walhalla.

Madrid. Onbewolkt, 23 graden.

Wesley kan zonder jas naar buiten. Vergeleken bij Rijkaard en Koeman kent Sneijder een zorgeloze periode in Spanje. Hoewel? Zijn zoontje Jessey had de afgelopen week oorontsteking. Peanuts.