Over sterke, dappere en heilige moeders

Voor kalenderfetisjisten is 2008 een opmerkelijk jaar. Niet alleen vallen de Dag van de Arbeid en Hemelvaartsdag samen, ook wordt Moederdag gelijk gevierd met de uitstorting van de Heilige Geest. Eerste Pinksterdag was dus het ideale moment voor de uitzending door de KRO van de documentaire Ave Maria - Van dienstmaagd des Heren tot koningin van de hemel, die anderhalf jaar geleden beperkt in de bioscoop te zien was.

Bij die gelegenheid werd Nouchka van Brakel, regisseur van de documentaire, een plichtmatige benadering en ontoereikende beeldtaal verweten. Ik vind dat reuze meevallen. Eerder zou je kunnen zeggen dat de inhoudelijke samenhang tussen verschillende aspecten van de Mariaverering wat schetsmatig blijven. Dat de moeder Gods veel overeenstemming vertoont met voorchristelijke moedergodinnen wordt wel aangestipt. Juist in de talloze close-ups, van een Poolse militair die een pelgrimstocht naar de Zwarte Madonna van Czestochowa onderneemt, of van gelovigen bij de processie van de Virgen del Carmen in het Andalusische Estepona, wordt voelbaar wat Mariadevotie betekent voor hedendaagse katholieken. Wel een minuut lang kijken we alleen naar het gezicht van een Spaanse vrouw die de kroning van het beeld van de H. Maagd in extase beleeft. Dat is niet omdat de esthetiek van de televisie close-ups vereist, maar omdat je door gezichten gedetailleerd in beeld te brengen op een filmische manier nabijheid kunt suggereren.

Het is ook het gezicht van een andere moeder dat het meest bijblijft in de bijdrage van Het uur van de wolf (NPS), afgelopen vrijdag, aan het moederdagweekeinde. Denise Janzée, die toevallig Ave Maria monteerde, maakte Mijn moeder, de actrice: Willeke van Ammelrooy. Op de gelaatstrekken van een van de grootste Nederlandse filmsterren raak je niet snel uitgekeken, ook niet nu ze 64 is. Zelf noemt ze Mira en Antonia de filmpersonages die het dichtst bij haar staan, maar het meest intens filmde Frans Zwartjes haar in de experimentele speelfilm It’s Me, bijna een documentaire over haar gezicht.

Wat moeizamer is de poging van de dochter en regisseur om voor de camera haar moeder aan het huilen te krijgen, omdat ze dat nog maar zo weinig heeft gezien. Slim bedacht is het wel, want alle acteurs geven alleen in een rol iets van zichzelf prijs. Het is immers hun verdienste dat ze heer en meester zijn over hun emoties en met de zichtbaarheid daarvan kunnen spelen. Denise Janzée noemt haar moeder „een onneembare vesting met scheuren”. Dat beeld klopt. Maar de keuze van iemand die vaak veel ellende voor de kiezen kreeg (de documentaire onthult daar slechts een fractie van) om sterk te willen lijken – voor de buitenwereld en voor haar kwetsbare dochter – wekt alleen maar bewondering.

Nog zo’n dappere moeder - van twee autistische zonen - dook op in het programma Dragons’ Den (KRO), dat beginnende ondernemers om een bijdrage laat vragen aan een bloedraad van potentiële investeerders. Deze moeder wilde een franchise beginnen van huizen waarin autistische kinderen kunnen worden opgevangen, omdat de bestaande gezondheidszorg daar niet in voorziet. Ze liep het geld mis, omdat de ‘draken’ het business plan niet overtuigend vonden. Maar de vraag waarom particulier initiatief nodig zou zijn voor een dergelijke voorziening werd niet eens gesteld.

Het zal wel met de marktwerking te maken hebben. Dat die niet optimaal functioneert in de zorg bleek zondag ook uit de Zembla-aflevering Wie verschoont mijn moeder? Kinderen van dementerende bejaarden in het verpleeghuis Novawhere te Purmerend filmden en fotografeerden heimelijk poepnagels, overvolle luiers en andere ‘mensonterende toestanden’. De locatiemanager zei dat dat niet waar kon zijn en de inspectie was tevreden, omdat het aantal verpleeghuizen met ernstige problemen de laatste jaren daalde van honderdvijftig naar vijftig. De inspectie „doet niet aan wantrouwen” en bovendien is afgesproken dat individuele problemen thuishoren bij de niet geheel onafhankelijke klachtencommissie. Het zal je moeder maar wezen.