Niet per se ‘Europese’ regering in Servië

Om een regering te vormen komt het pro-westerse blok, winnaar van de Servische verkiezingen, zetels tekort.

De nationalisten en radicalen nemen het initiatief.

Daags na de overtuigende verkiezingswinst van de ‘coalitie voor een Europees Servië’ komen in de Servische hoofdstad Belgrado niet de winnaars, maar de verliezers bijeen om te praten over een nieuwe regering. De pro-Europeanen boekten zondag bij de parlements- en gemeenteraadsverkiezingen een flinke zege. Maar de radicale en nationalistische eurosceptici nemen het eerste initiatief.

In de Servische politiek bepalen niet per se de kiezers wie uiteindelijk de winst verzilvert. Dat wordt bekonkeld in kafana’s, Servische restaurants waar het licht rond lunchtijd wordt gedimd en ‘deals’ worden beklonken met glaasjes slivovitsj.

Zondagavond werd in Belgrado vuurwerk afgestoken door de aanhang van de Democratische Partij (DS) van president Boris Tadic die, in alliantie met kleinere, pro-westerse partijen, op 103 zetels uitkwam. Tadic, die vóór toenadering tot de Europese Unie is, werd vooraf weinig kans toegedicht vanwege de onafhankelijkheidsverklaring van Kosovo die heeft geleid tot een anti-westerse houding onder veel Serviërs. Politiek-analisten voorzagen dat Tadic’ directe rivaal Tomislav Nikolic, leider van de Servische radicale partij (SRS), zou profiteren van die stemming. Nikolic zoekt aansluiting bij Moskou en neemt afstand van de EU die, vindt Nikolic, „de illegale onafhankelijkheid van onze Servische provincie heeft mogelijk gemaakt”. Ook de Servische premier Vojislav Kostunica, van de Democratische Partij van Servië (DSS), heeft de deur naar Europa dichtgegooid. De onafhankelijkheidsverklaring door Kosovo op 17 februari was de oorzaak van de val van de regering-Kostunica, op 8 maart en de vervroegde verkiezingen van zondag.

Toch bleven de radicalen (SRS) steken op 77 zetels en de DSS van Kostunica op 30. Opiniepeilingen, die Nikolic’ winst voorspelden, zaten er flink naast – in enquêtes voorafgaand aan de verkiezingen lieten de meeste Serviërs kennelijk hun nationalistische gevoelens prevaleren. Maar eenmaal in het stemlokaal bleek de pro-Europa-agenda van Tadic toch aantrekkelijker. „Servië heeft gekozen voor de weg naar Europa”, jubelde Tadic. In Brussel wordt zijn winst door diplomaten gekwalificeerd als „een pro-westerse keuze”.

Jongeren die in Belgrado nu feestvieren verheugen zich op versnelde versoepeling van het visa-regime, zodat ze makkelijker kunnen reizen naar Europa en eindelijk „over de muur van hun getto kunnen kijken” – zoals veel Servische jongeren de isolatie ervaren, waarin hun land verkeert sinds het regime van Slobodan Milosevic. Ze zijn de demonisering van hun land zat en willen het oorlogsverleden van hun ouders ten grave dragen. Maar de ironie wil dat een hervormingsgezinde regering pas kans maakt als ‘Europeanen’ zoals Tadic bereid zijn met diezelfde demonen uit het verleden zaken te doen.

Om een coalitie met een meerderheid van zetels (126 van de in totaal 250) te smeden kan Tadic rekenen op samenwerking met de liberaal-democraten (LDP, 13 zetels) en splinterpartijen die minderheden in Servië vertegenwoordigen. Maar dan nog komt Tadic zetels tekort, waardoor hij mogelijk veroordeeld is tot samenwerking met de Socialistische Partij van Servië (SPS), de partij van wijlen Milosevic die 21 zetels behaalde.

„Nooit meer terug naar de donkere jaren negentig”, was Tadic’ campagneleus. Maar om te kunnen regeren is hij afhankelijk van de erfgenamen van het Milosevic-tijdperk. Houdt Tadic die boot af, dan sluit SPS zich mogelijk aan bij Nikolic en Kostunica, die al druk in overleg zijn. Maar net als Tadic kunnen zij zónder de SPS geen meerderheidsregering vormen.