Lichte olympische zorgen bij de roeiers

Nederlandse roeiers stelden in München olympische startbewijzen veilig, maar misten het podium.

Roeisters Marit van Eupen en Kirsten van der Kolk zijn zondag bij hun eerste gezamenlijke wereldbekerwedstrijd in drie jaar als vierde geëindigd. De prestatie van de lichte dubbeltwee in München was een uitschieter voor de Nederlandse roei-equipe. Het vlaggenschip, de vier zonder stuurman, behaalde wel een olympisch startbewijs, maar geen medaille. Geert Cirkel, Matthijs Vellenga, Jan Willem Gabriëls en Gijs Vermeulen eindigden – ongebruikelijk – als vierde, achter Groot-Brittannië, Tsjechië en Duitsland. Skiffeur Sjoerd Hamburger en de lichte vier zonder stuurman stelden deelname in Peking veilig, maar moesten dat doen in de B-finale. De nog niet olympisch gekwalificeerde mannenacht miste de A-finale ook.

De roeiers klaagden over ‘oneerlijke’ wind. Had die invloed?

Bondscoach Mark Emke: „Als het windstil was geweest, had je andere uitslagen gehad, maar in deze omstandigheden heb je ook bepaalde kwaliteiten nodig. Op rommelig water moet je controlerend roeien. De Britse vier-zonder deed dat heel goed. Zij voerden hun race strakker en rustiger uit dan wij.”

Baart het zorgen dat de vier zonder stuurman een medaille miste?

„We hadden tweede moeten worden, maar hebben een podiumplek door technische fouten op het laatste stuk verspeeld. Daar moet je wel zorgen over hebben, maar we moeten ons niet druk maken. De Italianen vielen ook tegen, maar zij vinden dat niet meer dan vervelend. Dit seizoen draait alles om de Olympische Spelen. Het eerste gewin is kattengespin.”

Wat vond u van de mannenacht?

„Ik vond het niet tegenvallen. De acht had echt nadeel van de baanindeling en hielden later toch concurrenten voor het olympische kwalificatietoernooi achter zich.”