Junta denkt vooral aan eigen macht

De tienduizenden doden na cycloon Nargis waren voor de militaire junta in Birma geen aanleiding voor uitstel van een referendum om de eigen macht te versterken.

De cycloon Nargis, die tienduizenden slachtoffers heeft gemaakt, was voor de junta van Birma geen reden om het referendum van zaterdag over een nieuwe grondwet uit te stellen. Alleen in het getroffen gebied, waaronder het economische hart van het land Rangoon, gaan de kiezers pas over twee weken naar de stembus.

Veel maakt het niet uit, zegt woordvoerder Soe Aung van de Nationale Raad van de Birmese Unie (NCUB), een overkoepeling van dertig Birmese oppositiegroepen in ballingschap. De uitslag staat toch al vast. De meerderheid van de bevolking is tegen het voorstel om de dominante rol van het leger in Birma grondwettelijk te verankeren, zegt hij. Maar uit de officiële uitslag zal overtuigend het tegenovergestelde blijken.

Burgers zijn onder grote druk gezet om voor te stemmen, demonstranten werden opgepakt en ambtenaren met ontslag bedreigd als ze zich dissident zouden gedragen. Bij sommige stemlokalen kregen de kiezers afgelopen zaterdag alvast met ‘ja’ aangekruiste biljetten in de handen geduwd, meldde het in buurland Thailand verschijnende Birmese nieuwsblad The Irrawaddy.

De laatste landelijke verkiezingen in Birma waren in 1990. Die verkiezingen, twee jaar na het bloedig neerslaan van een volksopstand in Rangoon, werden met grote overmacht gewonnen door de Nationale Liga voor Democratie (NLD) van Aung San Suu Kyi. Maar de militaire machthebbers schoven de uitslag eenvoudigweg terzijde. Veel democratisch gekozen parlementsleden en activisten belandden in de gevangenis, en Aung San Suu Kyi zelf (in 1991 winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede) kreeg huisarrest.

„Als de grondwet wordt aangenomen, zullen de verkiezingsresultaten van 1990 automatisch ontbonden zijn”, stond vorige week vrijdag in een uitgebreide beschouwing in de krant The New Light of Myanmar. „De oppositionele groepen (die vasthouden aan de resultaten van 1990) weten nu niet meer wat ze moeten doen.” Volgens de krant, die wordt gezien als spreekbuis van het militaire bewind, is het uitbrengen van een ‘ja’-stem een „nationale plicht”.

Vijf jaar geleden lanceerden de militaire leiders hun „routekaart naar democratie”. Die moet leiden tot meerpartijenverkiezingen in 2010, maar niet tot een echte parlementaire democratie. Volgens de tweehonderd pagina’s tellende conceptgrondwet behoudt het leger zijn overheersende invloed op de gang van zaken in Birma. Een kwart van de 440 parlementszetels wordt gereserveerd voor militairen. Het leger behoudt de belangrijkste ministeries. De opperbevelhebber van de strijdkrachten kan de grondwet opschorten. Om de grondwet te kunnen wijzigen, is een meerderheid van driekwart in het parlement nodig.

Niemand hoeft zich volgens The New Light of Myanmar af te vragen waarom het leger zo’n belangrijke rol voor zichzelf heeft vastgelegd in de grondwet. De Birmese geschiedenis sinds de onafhankelijkheid (4 januari 1948) heeft geleerd dat alleen de strijdkrachten een betrouwbare hoeder van de natie zijn. Politici hebben volgens de krant bewezen die rol niet aan te kunnen: ze zijn „van nature schadelijk (in hun opportunistische en manipulatieve gedrag) voor de natie”. Het leger heeft zich juist opgeofferd voor de eenheid van het land.

Hoofdredacteur Aung Zaw (40) van The Irrawaddy, die in 1988 zijn vaderland ontvluchtte, noemt de situatie „absurd”. Juntaleider Than Shwe is geobsedeerd door het voornemen de macht van het leger constitutioneel te verankeren, maar Nargis heeft dat proces ondermijnd, zegt hij over de telefoon vanuit Chiang Mai, in het noorden van Thailand. Het militaire bewind lijdt gezichtsverlies. Het laat zien niet in staat te zijn de mensen te helpen en zich ook niet echt om hen te bekommeren. „Die houding wekt natuurlijk boosheid op”, zegt Aung Zaw. „Nargis heeft alleen onschuldige mensen getroffen en de legerkampen in het midden van het land ongemoeid gelaten. Dat wordt door velen gezien als een slecht voorteken.”

Soe Aung vindt het moeilijk voorspellingen te doen over de uiteindelijke gevolgen van Nargis. Iedereen is woedend en gefrustreerd over de gebrekkige hulpverlening door het leger. De mensen merken dat er geen hulp komt, zegt ook hij. Maar tekenen van openlijk verzet, zoals afgelopen najaar toen er in Rangoon, Mandalay en andere steden werd geprotesteerd tegen de stijgende brandstofprijzen, ziet hij niet. De monniken, die afgelopen voorjaar het voortouw namen bij de demonstraties, houden zich nu bezig met hulpverlening aan slachtoffers. „We hoeven nu geen opstanden te verwachten”, zegt Soe Aung. „Alle aandacht richt zich op overleven.”