Inflatie China naar 8,5 procent

De inflatie in China is in april tot 8,5 procent gestegen en nadert daarmee het hoogste peil in twaalf jaar. Dat maakte het Chinese bureau voor de statistiek gisteren bekend.

Als reden voor de toegenomen inflatoire druk worden de sterk gestegen voedselprijzen genoemd. De Chinese centrale bank maakte in een reactie bekend dat ze de banken gaat verplichten de hoeveelheid geld die ze als reserve aanhouden met 0,5 procentpunt te verhogen. Daarmee komt deze zogeheten reserveratio op 16,5 procent. Het is al de vierde keer dit jaar dat de Chinese autoriteiten die reserveplicht aanscherpen. China gebruikt het instrument om de geldhoeveelheid in de markt te verminderen en de inflatie in te dammen.

De sterke toename van de consumptieprijzen verraste investeerders. Zij hadden een daling in april verwacht. Afgelopen maand werd het voedsel in China echter meer dan 22 procent duurder.

Voedsel is goed voor eenderde van de Chinese consumentenuitgaven. Ook op productieniveau gingen de prijzen omhoog – tot 8,1 procent in april, een stijging met 0,1 procentpunt – mede door de toegenomen kosten voor energie en ruwe materialen.

De Chinese regering probeert al een tijdje met strenge monetaire maatregelen de inflatie in toom te houden. Zij vreest dat stijgende voedselprijzen voor sociale onrust zullen zorgen.

Eind vorige week omschreef vicepremier Wang Qishan – die ook voorzitter is van het Chinese comité voor de organisatie van de Olympische Spelen – de inflatie als het grootste economische probleem van zijn land.