In India kijken naar duel HGC

De eerste Euro Hockey League is in sportief opzicht geslaagd.

Of het ook commercieel aanslaat, is nog de grote vraag.

De ontmoeting tussen de Nederlandse clubs HGC en Rotterdam in de halve finale van de Euro Hockey League. Foto Rien Zilvold rotterdam hockey foto rien zilvold Zilvold, Rien

Alsof de duivel ermee speelde leverde uitgerekend de finale van de Euro Hockey League (EHL) geen doelpunten op. Voor een sport die juist de ambitie heeft zich bij het televisiepubliek als flitsende kijksport te etaleren, was 0-0 na zeventig minuten commercieel geen sterke business case.

Desondanks overheerste na afloop de positieve kritiek op de eerste editie van de EHL. In de 39 voorgaande wedstrijden die afgelopen seizoen in de proeftuin van het hockey waren gespeeld, waren toeschouwers en televisiekijkers gewend geraakt aan 7-4 uitslagen als die van zaterdag in Rotterdam, in de halve finale tussen de thuisclub en HGC.

„Het fundament staat”, zegt initiator Maurits Hendriks, bondscoach van Spanje. „Maar we moeten vooral niet achterover leunen.”

De doelstelling was het hockey als kijksport aantrekkelijk te maken voor een breed publiek. „Hockey moest echt op een andere manier gepresenteerd worden”, zegt Hendriks. „We moesten stoppen met zeuren dat hockey een kleine sport is, of dat we een handicap hebben als sport voor de televisie.”

De wedstrijden van de EHL waren afgelopen seizoen te zien in 52 landen, waaronder India, Maleisië en Pakistan. In Nederland, Spanje en Duitsland konden kijkers live beelden zien – door vijftien camera’s geregistreerd. „Dat is nog nooit eerder gebeurd met clubhockey”, zegt Hendriks. „In India zijn de duels in hun geheel uitgezonden. Dat zijn wapenfeiten, daar moet je mee door.”

De eerste editie van de EHL, met 24 clubs uit twaalf landen, werd uitgesmeerd over vier weekends, in plaats van één toernooi aan het eind van het seizoen. Wedstrijden werden opgeknipt in vier kwarten, onbesliste duels werden beslecht met shoot-outs.

De Engelse international Barry Middleton, spits van HGC, is enthousiast over het toernooi. „Wij speelden in Rotterdam voor ruim vierduizend toeschouwers. Hoe vaak gebeurt dat bij clubhockey?” Hij is ook blij met de deelname van clubs uit landen als Rusland en Schotland. Dergelijke clubs kwamen in het verleden niet eens in de buurt van de Europa Cup 1, omdat alleen de landskampioenen uit de acht sterkste landen werden toegelaten. Middleton: „Clubs uit minder traditionele hockeylanden doen nu ervaring op tegen sterke clubs uit Duitsland of Nederland.”

Mede daardoor is het evenement echt Europees geworden, vindt Hendriks. „Dinamo Kazan uit Rusland en St. Germain uit Frankrijk haalden de tweede ronde. Volgend jaar komt er een Italiaans team bij. Daar kijk ik nu al naar uit.” Volgens zijn collega-bondscoach Roelant Oltmans is de Europese hockeybond (EHF) hiermee de juiste weg ingeslagen. „We hebben gezien dat Uhlenhorst door een club uit Schotland tot een verlenging werd gedwongen. Topclubs kunnen niet meer een gewoonterecht ontlenen aan hun status. Deze competitie helpt de ontwikkeling van de sport. De Fransen willen volgend jaar in Parijs een ronde organiseren. Zo moet het zich verbreden.”

Of het Eurohockey ook commercieel aanslaat, is nog de grote vraag. Dat het in veel landen te zien is, zegt niets over de kijkcijfers. „Met Pasen werd in Nederland de 150.000 aangetikt”, zegt Hendriks. „Dat was een enorme stap. Met het mooie weer deze pinksterdagen moeten we het afwachten. Maar het groeit, dat is belangrijk.”

Hendriks blijft wel nuchter. „Deze opzet is alleen levensvatbaar als meer bedrijven instappen. Terecht wordt bij dit soort evenementen altijd een parallel getrokken met de Champions League. Die hebben niet alleen sportief een heel mooi format, maar ook commercieel, want er willen veel bedrijven meedoen. Ik denk dat wij die levensvatbaarheid ook hebben, maar de basis moet breder.”

Ook aan dat format valt volgens betrokkenen nog genoeg te verbeteren. Oltmans vindt het sportieve gedeelte „absoluut geslaagd”, maar hij is ook van mening dat de dagen waarop de EHL-wedstrijden worden gespeeld, duidelijker moeten vastliggen. „Je concurreert nu in een paas- of pinksterweekend met zóveel andere evenementen. Daardoor kunnen de televisiekijkcijfers wel eens tegenvallen. Misschien moeten we toe naar een hockeyavond, zoals bij de Champions League in het voetbal. Iedereen weet dat je op dinsdag- en woensdagavond thuis moet zijn als je dat wilt zien.”

Tevredenheid heerst wel over een aantal nieuwe regels die speciaal voor de EHL werden bedacht om het spel aantrekkelijker te maken. Zo wordt een speler met een groene kaart voor twee minuten uit het veld gestuurd. In het ‘traditionele’ hockey betekent groen slechts een waarschuwing. „Heel goed”, zegt Middleton. „Juist die kleine, professionele overtredingen blijven nu achterwege.”

De opdeling van wedstrijden in vier kwarten van elk 17.30 minuten – voor zendgemachtigden interessant wegens reclamemogelijkheden – oogst ook lof om sportieve redenen. Oltmans: „Daardoor kunnen de beste spelers langer in het veld blijven. Ze krijgen na één kwart rust. Een speler als Fürste van Uhlenhorst ging in de halve finale pas vijf minuten voor tijd van het veld. Dat zie je anders nooit.”

Hoewel de internationale hockeyfederatie (FIH) niet staat te juichen over alle noviteiten in de nieuwe Europese competitie, zien Oltmans en Hendriks in de EHL juist kansen. Hendriks peilde de stemming onder de clubcoaches: „Iedereen is ronduit positief.” Oltmans: „Dit is het platform waar we kunnen experimenteren.” Hij ziet graag meer aanpassingen, zoals de regel dat een speler een bal boven zijn schouders niet met zijn stick mag stoppen. „Als iemand gecontroleerd een bal boven zijn schouders stopt en het is niet gevaarlijk, mag je van mij doorspelen. Nu kun je een corner tegen krijgen.”

Op andere verbeteringen wordt nog gestudeerd, hoewel Middleton niet direct weet wat hij zou willen veranderen. Vooruit, één dan. „Cheerleaders misschien?”

Vanaf zondag 18 mei play-offs in de hoofdklasse. Kijk op www.hoofdklasse.nl