Europees hockey in 52 landen op tv, maar wie kijkt?

De eerste editie van de Euro Hockey League (EHL) is in sportief opzicht geslaagd. Commercieel zijn er wel vraagtekens. „Dit is het platform waar we kunnen experimenteren.”

Uitgerekend de finale van de Euro Hockey League (EHL) leverde geen doelpunten op. Voor een sport die de ambitie heeft zich bij het televisiepubliek als flitsende kijksport te etaleren, was 0-0 na zeventig minuten geen reclame voor het Europese clubtoernooi.

Desondanks overheerste na afloop de positieve kritiek op de eerste editie. In de 39 voorgaande duels die afgelopen seizoen in de proeftuin van het hockey waren gespeeld, waren toeschouwers en tv-kijkers gewend geraakt aan uitslagen als die van zaterdag in Rotterdam, in de halve finale tussen de thuisclub en HGC (4-7). „Het fundament staat”, zegt initiator Maurits Hendriks, bondscoach van Spanje. „Maar we moeten vooral niet achterover leunen.”

De doelstelling was het hockey als kijksport aantrekkelijk te maken voor een breed publiek. „Hockey moest echt op een andere manier gepresenteerd worden”, zegt Hendriks. „We moesten stoppen met zeuren dat hockey een kleine sport is, of dat we een handicap hebben als sport voor de tv.”

De wedstrijden van de EHL waren afgelopen seizoen te zien in 52 landen, waaronder India, Maleisië en Pakistan. In Nederland, Spanje en Duitsland konden kijkers live beelden zien – door vijftien camera’s geregistreerd. „Dat is nog nooit eerder gebeurd met clubhockey”, zegt Hendriks. „In India zijn de duels in hun geheel uitgezonden. Dat zijn wapenfeiten, daar moet je mee door.”

De eerste editie van de EHL, met 24 clubs uit twaalf landen, werd uitgesmeerd over vier weekeinden, in plaats van één toernooi aan het eind van het seizoen. Wedstrijden werden opgeknipt in vier kwarten, onbesliste duels werden beslecht met shoot-outs.

De Engelse international Barry Middleton, spits van HGC, is enthousiast. „Wij speelden in Rotterdam voor ruim vierduizend toeschouwers. Hoe vaak gebeurt dat bij clubhockey?” Hij is ook blij met de deelname van clubs uit landen als Rusland en Schotland, die in het verleden niet eens in de buurt kwamen van de Europa Cup 1, omdat alleen de landskampioenen uit de acht sterkste landen werden toegelaten. Middleton: „Clubs uit minder traditionele hockeylanden doen nu ervaring op.”

Mede daardoor is het evenement echt Europees geworden, vindt Hendriks. „Dinamo Kazan uit Rusland en St. Germain uit Frankrijk haalden de tweede ronde. Volgend jaar komt er een Italiaans team bij. Daar kijk ik nu al naar uit.” Volgens zijn collega-bondscoach Roelant Oltmans is de Europese hockeybond (EHF) hiermee de juiste weg ingeslagen. „We hebben gezien dat Uhlenhorst door een club uit Schotland tot een verlenging werd gedwongen. Topclubs kunnen niet meer een gewoonterecht ontlenen aan hun status. De Fransen willen volgend jaar in Parijs een ronde organiseren. Zo moet het zich verbreden.”

Of het Eurohockey ook commercieel aanslaat, is nog de vraag. Dat het in veel landen te zien is, zegt niets over de kijkcijfers. „Met Pasen werd in Nederland de 150.000 aangetikt. Dat was een enorme stap”, zegt Hendriks. Volgens gegevens van de Stichting KijkOnderzoek keken zaterdag maximaal 12.000 en zondag maximaal 62.000 mensen naar de EHL.

„Deze opzet is alleen levensvatbaar als meer bedrijven instappen”, zegt Hendriks. „Terecht wordt bij dit soort evenementen altijd een parallel getrokken met de Champions League. Die hebben niet alleen sportief een heel mooi format, maar ook commercieel. Ik denk dat wij die levensvatbaarheid ook hebben, maar de basis moet breder.”

Ook aan dat format valt volgens betrokkenen nog genoeg te verbeteren. Oltmans vindt het sportieve gedeelte „absoluut geslaagd”, maar hij vindt dat de speeldagen duidelijker moeten vastliggen. „Je concurreert in een paas- of pinksterweekeinde met zó veel andere evenementen. Daardoor kunnen de kijkcijfers tegenvallen. Misschien moeten we toe naar een hockeyavond, zoals bij de Champions League in het voetbal.”

Tevredenheid heerst wel over een aantal nieuwe regels die speciaal voor de EHL werden bedacht om het spel aantrekkelijker te maken. Zo wordt een speler met een groene kaart voor twee minuten uit het veld gestuurd. In het ‘traditionele’ hockey betekent groen slechts een waarschuwing. „Heel goed”, vindt Middleton. „Juist die kleine, professionele overtredingen blijven nu achterwege.”

De opdeling van wedstrijden in vier kwarten van 17.30 minuten – voor zendgemachtigden interessant wegens reclamemogelijkheden – oogst ook lof om sportieve redenen. Oltmans: „Daardoor kunnen de beste spelers langer in het veld blijven. Ze krijgen na één kwart rust. Een speler als Fürste van Uhlenhorst ging in de halve finale pas vijf minuten voor tijd van het veld. Dat zie je anders nooit.”

Hoewel de internationale hockeyfederatie (FIH) niet staat te juichen over alle noviteiten in de nieuwe competitie, zien Oltmans en Hendriks in de EHL juist kansen. Oltmans: „Dit is het platform waar we kunnen experimenteren.” Hij ziet graag meer aanpassingen, zoals de regel dat een speler een bal boven zijn schouders niet met zijn stick mag stoppen. Op andere verbeteringen wordt nog gestudeerd, hoewel Middleton niet direct weet wat hij zou willen veranderen. Vooruit, één dan. „Cheerleaders misschien?”