En toen waren er nog 21...

Een basisschool met minder dan 23 leerlingen moet dicht, volgens de wet.

Friese dorpen worstelen met die regel. „Er hoeft maar één gezin te vertrekken.”

Als boer Tjeerd niet was overleden, hoefde de basisschool in het Friese Goingarijp (206 inwoners) niet dicht. Want dan hadden de erven zich niet verzet tegen de landonteigening en was de nieuwbouwwijk al klaar geweest. Zo redeneert een dorpsbewoner op een bijeenkomst over de toekomst van basisschool It Slûske. „Maar er is ook knap geblunderd in de politiek.”

De gemeente Skarsterlân had het schoolbestuur jaren voorgehouden dat het zich geen zorgen hoefde te maken over het leerlingenaantal. Als dat een keer onder de 23 (het absolute minimum) zou duiken, zou de school nog twee jaar de tijd krijgen om meer leerlingen te trekken.

Met het oog op de wijk in aanbouw maakte niemand zich zorgen toen de school op de peildatum in oktober vorig jaar 21 leerlingen telde. Tot de gemeente in januari een brief uit Den Haag ontving. De bekostiging van de school houdt deze zomer op.

Op de informatieavond die de school belegt om de ouders in te lichten, zijn veel dorpsbewoners afgekomen. Niet alleen ouders; het schoolgebouw biedt ook onderdak aan de kaatsclub en de computerles voor ouderen. Asje Mandemaker-Rijpkema (65) zat hier vroeger zelf op school. Net als haar ouders en haar drie kinderen. Nu zingt ze er wekelijks in het koor en haar man houdt hier zijn kaartavondjes. „Het is een sociaal gebeuren. Alles in het dorp gebeurt om en nabij de school”, vertelt ze. Als de emoties te hoog oplopen, gaat ze over op het Fries.

Ook ouders reageren emotioneel op de dreigende sluiting. Marjolein Veenstra haalde haar dochter vorig jaar van Joure naar Goingarijp. Nu ze wellicht terug moet naar Joure, voelt ze zich „besodemieterd”. „Wij zijn de dupe van slechte voorlichting.”

Wethouder Jan Walrecht (Onderwijs, PvdA) trekt het boetekleed aan. Hij heeft zich onjuist laten informeren door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, die hem zei dat het leerlingenaantal drie keer onder de norm van 23 mocht komen.

De twee jaar respijt bleek echter alleen voor dependances te gelden, niet voor zelfstandige basisscholen. Na de sluiting weer openen is voor It Slûske geen reële optie: de oprichtingsnorm in deze gemeente is vastgesteld op tweehonderd leerlingen. De wethouder hoopt nu dat de school zich nog kan aansluiten bij een andere school in de gemeente. Hij ligt er wakker van. „Het is zo sneu. De nieuwbouwwijk is waarschijnlijk in september klaar.” Hij verwacht dat de 29 nieuwe huizen minstens vijf leerlingen zullen opleveren. Na de zomer zou het leerlingentekort alweer zijn opgelost.

„Deze kleine problematiek heeft een enorme impact”, zegt het Friese Tweede Kamerlid Sander de Rouwe (CDA). „Als de basisscholen uit de dorpen verdwijnen, vertrekken ook de jonge stellen met kinderen. De vergrijzing van Friese dorpen is al lang aan de gang, maar dat dringt veel te langzaam door tot Den Haag.” De Rouwe heeft staatssecretaris Sharon Dijksma (Onderwijs, PvdA) gevraagd of ze voor Goingarijp een uitzondering kon maken, maar kreeg nul op het rekest. De wet is onverbiddelijk, luidde haar antwoord.

De CDA-fractie werkt nu aan een initiatiefwetsvoorstel. De fractie is er nog niet over uit of ze de norm van 23 leerlingen wil verlagen, of de minister de bevoegdheid wil geven uitzonderingen te maken voor basisscholen met perspectief. Het voorstel is naar verwachting voor de zomer klaar.

Vooralsnog lijkt Goingarijp hetzelfde lot beschoren als Westhoek. In dit Friese dorpje (270 inwoners) staat het schooltje verlaten in de polder. De school had de laatste twintig jaar altijd meer dan 25 leerlingen. Voormalig directeur Albert Helder: „Er hoeft maar één gezin met drie kinderen te vertrekken, en je bent opeens tien procent van je leerlingen kwijt.”

Een dorpeling, die schuin tegenover de oude school woont, mist de zeventien schoolkinderen die tot vorige zomer dagelijks langsfietsten. „Dat gekwetter langs je raam. Dat brak de dag.”

„We waren net een grote familie, waar de groten op de kleintjes pasten”, zegt Rinze Kooistra, die 25 jaar als hoofdonderwijzer op De Westhoek werkte. De sfeer in het dorp is veranderd, zegt hij. „Het trefpunt is weg.” Nu heeft Westhoek alleen nog een tv-reparateur. Soms komt een patatkraam langs.

Kooistra heeft nog geprobeerd een buurthuis te beginnen in het oude schoolgebouw. „Maar mensen verhuizen liever naar een groter dorp.” Kooistra kan het ze niet kwalijk nemen. Hij heeft zijn huis onlangs ook te koop gezet.