Chinese inflatie is van eigen makelij

China wordt een slachtoffer van de krachtige mondiale inflatiedruk die het land met zijn sterke groei zelf heeft helpen bevorderen. Premier Wen Jiabao zegt dat de inflatie inmiddels het grootste economische probleem van het land is. Maar meent hij het ook?

De inflatie is zeker hoog: in april bedroeg zij 8,5 procent, net iets minder dan het twaalfjarige record in februari van 8,7 procent. De voedselprijzen zijn met 22 procent gestegen. De inflatie is het gevolg van China’s beleidsmix: de snelgroeiende export, aangewakkerd door een te lage wisselkoers, heeft geleid tot gigantische buitenlandse valutareserves. Nu het overtollige geld zijn weg vindt in de economie, worden de prijzen omhoog gestuwd.

In reactie daarop zijn de lonen gestegen. Een hypothetisch grote voorraad werkloze landarbeiders heeft de arbeidskosten niet laag kunnen houden. De stedelijke lonen zijn in het eerste kwartaal met 18,3 procent gestegen ten opzichte van vorig jaar.

China hanteert de gebruikelijke middelen om de zich ontwikkelende loon-prijsspiraal te bestrijden. De rente werd vorig jaar zes maal verhoogd en de eisen aan de bankreserves werden verscherpt. De wisselkoers van de yuan mocht sinds het loslaten van de vaste wisselkoers in juli 2005 met bijna eenvijfde toenemen ten opzichte van de Amerikaanse dollar.

Maar de strijd tegen deze ‘gevaarlijkste’ economische bedreiging maakt geen al te overtuigende indruk. De rente is met 7,4 procent lager dan de inflatie. Zo’n negatieve reële rente heeft niet bepaald een afschrikkende werking op kredietnemers. En de stijging van de yuan – die nooit groot genoeg is geweest om de daling van de dollar ten opzichte van de euro bij te benen – is in het tweede kwartaal vrijwel helemaal tot stilstand gekomen.

Er zijn goede redenen voor deze aarzelende reactie. Door het ‘goedkope geld’ en de ondergewaardeerde wisselkoers kon China honderden miljoenen banen creëren. Een plotselinge grote opwaardering van de yuan zou de Chinese export minder concurrerend maken en tot een golf van werkloosheid in de steden leiden. Dat zou wel eens destabiliserender kunnen zijn dan een dubbelcijferige inflatie.

De Chinese autoriteiten hopen misschien dat de tragere mondiale economische groei ervoor zal zorgen dat het binnenlandse inflatieprobleem verdwijnt, zonder te veel schade aan te richten op de exportmarkten. Dat zou hun een paar harde beslissingen kunnen besparen. Maar nu de inflatie in de hele wereld om zich heen grijpt, zouden de Chinezen wel eens niet zo gelukkig kunnen blijken.

Vertaling Menno Grootveld

Voor meer commentaaruit Londen:www.breakingviews.com