Burgemeestersmacht

Een gebiedsverbod, een meldingsplicht en een groepsverbod. Dat zijn de nieuwe preventieve maatregelen die de burgemeester straks van het kabinet mag opleggen. Ze zijn te vinden in het wetsvoorstel ‘Maatregelen bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast’ waarmee de ministerraad vrijdag heeft ingestemd.

De officier van justitie krijgt ook nieuw repertoire. Een gedragsaanwijzing, een gebiedsverbod, contactverbod en een therapieplicht tegen agressie of verslaving. De meeste maatregelen, waarmee de Tweede Kamer nog akkoord moet gaan, lopen vooruit op sanctionering of controle door de rechter en duren niet langer dan een paar maanden. Het te bestrijden antisociale gedrag bestaat uit voetbalvandalisme, straatoverlast (vernielzucht, pesterijen), intimidatie van getuigen, agressief activisme (dierenrechten) en homohaat.

Het is het politieke antwoord op onrust in de samenleving. En op een diep verlangen naar daadkrachtig ingrijpen. Vooral de burgemeester wordt ‘opgetuigd’: in het belang van de openbare orde mag hij burgers verbieden zich „niet zonder redelijk doel buiten op te houden in een groep van vier of meer mensen”. Dit is dus geen noodrecht voor bijzondere omstandigheden meer, maar voortaan ‘gewoon’ recht. Althans, dat moet het worden. Wat wat ‘redelijk doel’ is, mag ter plaatse ingevuld worden. Het geeft de cliché-politievraag ‘wat denken wij dat wij hier aan het doen zijn’ wel tanden.

Aan de ambtsketen komt dus een sheriff-ster te hangen. En nu maar hopen dat de burgerrechten en de rechtsbescherming van het individu bij deze niet gekozen functionarissen in goede handen zijn. Wie die burgemeester is, met zijn eigen mandaat, wordt dus voor de burger nog belangrijker.

Van de politie zal fijnmazig toezicht worden gevraagd op al die personen die zich aan zo’n nieuw contact-, groeps- of gebiedverbod hebben te houden. Kunnen de korpsen dat aan? Niets gevaarlijker voor de legitimiteit van de overheid dan het toekennen van nieuwe machten aan een apparaat dat ze niet weet toe te passen.

Nog interessanter is waar het kabinet nu van afziet. Het wetsvoorstel ‘Bijdrage politiekosten bij publieksevenementen’ van de voormalige minister Remkes (VVD) wordt ingetrokken. Dit kabinet kiest voor het op zichzelf juiste uitgangspunt dat handhaving van de openbare orde principieel een overheidstaak is. Maar moeten dan ook alle kosten steeds door de belastingbetaler worden gedragen?

Het vorige kabinet vond op goede gronden dat voetbalgeweld zo uit de hand liep, dat een uitzondering redelijk was. Dit kabinet wil de voetbalvandalen preventief in hun wijken en straten vasthouden, maar stuurt de rekening niet naar de KNVB of de clubs. Die keuze is duidelijk, maar ook riskant. Het legt een hoge hypotheek op de effectiviteit van maatregelen, die nog moet blijken. De clubs hebben hun meevaller echter al binnen. Het profijtbeginsel (de – indirecte – veroorzaker van geweld betaalt) is te vroeg van tafel gehaald.