Brievencollectie Puccini geveild

Brieven en briefkaarten van de Italiaanse componist Giacomo Puccini en van familieleden worden volgende week verkocht in Haarlem. Een oude verzamelaar wil ervan af.

„Ze wassen mijn kleren niet en ze poetsen mijn schoenen niet, terwijl ik zo’n sloddervos ben!” Dat schreef de 21-jarige Giacomo Puccini aan zijn zus Ramelda in Lucca. De aankomende componist en organist, die ook aankondigde dat hij meer orgellessen ging volgen, klaagde over zijn kosthuis in Milaan. Hij had zich daar kort tevoren ingeschreven op het conservatorium en hij kreeg les van onder anderen Amilcare Ponchielli, nog steeds beroemd als de componist van La Gioconda.

De briefkaart van 3 februari 1882 behoort tot een collectie van meer dan 36 brieven en briefkaarten van de Italiaanse componist Giacomo Puccini (1858-1924) en van familieleden en kennissen, die volgende week donderdag worden geveild bij Bubb Kuyper in Haarlem. De verkopende verzamelaar wil volgens het veilinghuis anoniem blijven, hij is geen Italiaan en hij is op leeftijd.

De Puccini-collectie hoort natuurlijk thuis in Italië, in zijn geboorteplaats Lucca of in zijn woonplaats Torre del Lago. Maar door de veiling zal de verzameling hoogstwaarschijnlijk geheel verspreid raken. De brieven en kaarten worden apart geveild met een geschatte opbrengst van tussen de 150 en 1000 euro per stuk.

Dat de collectie uiteenvalt en niet meer als geheel is te raadplegen, wil niet zeggen dat Puccini’s teksten en notities nu voorgoed verloren zijn. Op een enkele uitzondering na, staan deze brieven en kaarten, samen met honderden andere, afgedrukt in het boek Puccini com’era ('Puccini zoals hij was’, 1973) van Arnaldo Marchetti.

De vroege kaarten aan zijn zuster Ramelde maken duidelijk dat Puccini een gevarieerd en spectaculair uitgaansleven had. Zo zag hij Der Freischütz van Weber in de Scala, Simon Boccanegra van Verdi en Nozze in prigione van Emilio Usiglio. Maar ook zag hij op de Nationale Tentoonstelling van 1881 een Duitse circusact met driehonderd paarden.

Die kaarten staan wat haaks op de geruststellende brieven die Puccini naar zijn moeder schreef om haar op de hoogte houden van zijn nogal armelijke dagelijks leven. „Mijn vroege avondeten bestaat uit een paar lepels minestrone alla milanese, wat kaas en een halve liter wijn. Dan steek ik een sigaar op, ga naar de Galleria om heen en weer te lopen tot negen uur en kom dan hondsmoe thuis.”

De familie Puccini bracht al vier generaties componisten en musici voort, maar dat betekende niet dat moeder Puccini, zelf ook afkomstig uit een muzikale familie, vanzelfsprekend omging met andere musici. In 1884 schreef ze haar zoon dat Alfredo Catalani, de componist van de opera La Wally, in Lucca was, maar dat ze niet naar hem toe ging, omdat men zei dat hij „een egoïst” was.

Van groot persoonlijk leed getuigt een kaart aan Ramelda uit 1891 over de dood van zijn broer Michele, die na een verblijf in Argentinië in Brazilië stierf aan de gele koorts. „Arme Mi’ele! Eenzaam gestorven. God weet wat hij geleden moet hebben.”

Een van de aardigste kaarten is de ongedateerde foto die Giacomo Puccini en Carlo Carignani, zijn vriend en de arrrangeur van pianoversies van zijn opera’s, vanuit Bagni di Lucca stuurden naar Puccini’s uitgever Ricordi in Milaan. De fotograaf drukte de foto af als een ‘cartolina postale’, die Puccini en Carignani op de adreszijde signeerden.

Puccini had alle reden om aardig te zijn voor zijn uitgever. De invloedrijke Giulio Ricordi had Puccini in zijn arme tijden geholpen met een maandtoelage. Met zijn steun voor de opera Le Villi (1884) stond hij aan de basis van het wereldsucces van Puccini.

Veiling: 20 t/m 23/5 Haarlem. (Puccini-collectie, waarschijnlijk 22/5 18.30 uur). Info: www.bubbkuyper.com