Benauwende gezinskwellingen

Theater Long Day’s Journey into Night van Eugene O’Neill door Het Nationale Toneel. Gezien: 10/5 Nat. Toneel Gebouw, Den Haag. Daar t/m 7 juni. Tournee volgend seizoen. Inl: 070-3181444 en www.nationaletoneel.nl

Het hoge smalle raam biedt geen uitzicht op de buitenwereld. Dat het augustus is en dat er misschien wel bloemen in de tuin bloeien, dringt amper tot de bewoners door. In Maaike van Langens enscenering van Long Day’s Journey into Night is het zomerhuis van de familie Tyrone een benauwende kerker.

Goed, de mannen gaan er wel even uit om zich in de kroeg te bedrinken, maar voor de rest van de lange dag die de Amerikaanse schrijver Eugene O’Neill in zijn toneelstuk beschrijft, zit iedereen in de woonkamer opgesloten. Mary Tyrone, James Tyrone en hun zonen Edmund en Jamie krijgen zo de gelegenheid elkaar flink op de zenuwen te werken. De verwijten worden steeds agressiever, de zelfbeschuldigingen steeds kwellender en de zo goed weggestopte herinneringen steeds intenser.

In zijn autobiografische drama uit 1939-1941 dreef O’Neill demonen uit door ze op te roepen. Zelfgenezing was zeker een oogmerk van de door Freud beïnvloede auteur, die het stuk in 1912 situeerde, toen hij een stuurloze jongeman was. Net als Edmund, de jongste zoon van James en Mary. Bij het Nationale Toneel speelt Tijn Docter deze gevoelige ziel, die net weet dat hij tuberculose heeft. Docter, met zijn tengere postuur en fijn getekende gezicht, past bij zijn personage. Stilletjes observeert Edmund de anderen vanuit de vensterbank, maar soms wil hij zelf ook iets zeggen – dat hij ernstig ziek is bijvoorbeeld. Zijn ouders doen alsof ze het niet horen. En toch brengt het nieuws een onrust teweeg die het wankele gezinsevenwicht voorgoed uit het lood slaat.

Van Langen bouwt de spanning in die sobere, melancholisch blauwe woonkamer zorgvuldig op. Hoe meer de vier elkaar aandoen, des te meer sympathie het publiek voor hen krijgt. Hun zwaktes ontwapenen hen – al houden ze net dat beetje geheimzinnigheid over dat nodig is om hen interessant te maken. Vooral Ariane Schluter als de moeder intrigeert. Mary is een feeërieke verschijning met een bocheltje, een lieflijk kostschoolmeisje en tegelijk een bitch, een op morfine trippende slaapwandelaarster en een helderziende. Geen van de gezinsleden leeft zo sterk in het verleden als zij. Terwijl ze het verheerlijkt, legt zij de trauma’s bloot. Zoals de dood van een kind, toen het twee was. Haar blikken verschieten van dromerigheid naar gemeenheid, want anderen bezeren kan zij heel goed, en de grandioze slotmonoloog is helemaal van Schluter.

Voor Jaap Spijkers, die Mary’s man speelt, valt het niet mee om aan zoveel acteerraffinement partij te geven. Dat James Tyrone zelf een acteur is, of was, een bekende nog wel, merk je nauwelijks. Zijn onmacht valt meer op dan zijn door z’n succes en door O’Neill gedicteerde dominantie. Je zal ook maar zulke zonen als hij hebben: te beroerd om op eigen benen te staan, terend op zijn zak. James Tyrone junior is voor hem nog wel de grootste aanfluiting: in plaats van een waardig acteur is hij een comadrinker geworden en een notoire hoerenloper. Vincent Linthorst speelt deze verloren zoon met de juiste mengeling van verdriet en cynische liederlijkheid.

Vier zwakke mensen die een sterk ensemble vormen: dat is bij Van Langen het mooie resultaat.