Zeewier Monte Verde is aanwijzing voor trektocht langs de kust

De oer-indianen die 14.000 jaar geleden woonden in Monte Verde (in het zuiden van Chili), waren uitstekend op de hoogte van wat er aan nuttigs en eetbaars was te vinden aan de kust. Terwijl hun woonplaats toen 90 km van de kust lag en en 15 km van een inlandse baai. Dat wordt afgeleid uit de vondst van negen verschillende zeewiersoorten in Monte Verde, waarvan een groot aantal nog altijd wordt gebruikt als medicijn of voedsel. Belangrijk is ook dat de wieren niet allemaal in hetzelfde seizoen geoogste kunnen worden, de bewoners van Monte Verde stonden kennelijk in permanent contact met de kust (Science, 9 mei).

Deze nieuwe vondst door antropoloog Tom Dillehay en zijn Monte Verde-team is belangrijk voor de theorieën over de komst van de mens naar Amerika, de laatste grote expansie van Homo sapiens na zijn eerste stappen buiten Afrika 70.000 jaar geleden. Het belang van de wierenvondst is ten eerste dat de C14-datering ervan nogmaals de ouderdom van Monte Verde bevestigt: ongeveer net zo oud als de lange tijd oudst bekende cultuur in Amerika, die van Clovis uit New Mexico (in ongekalibreerde C14-jaren ca. 12.000 jaar, in gekalibreerde kalenderjaren ca 13.500 jaar geleden – diepe verwarring tussen deze twee gelijkwaardige dateringen teistert overigens het paleo-indianendebat). Die vroege datering zet de ideeën over trage kolonisering van de Amerika’s aan het einde van de laatste IJstijd op losse schroeven. Het is niet aannemelijk dat de 14.000 km van Alaska naar Zuid-Chili in korter dan 2.000 jaar is overbrugd door rondtrekkende jagersgroepen. Maar waarom zijn er dan zo weinig aanwijzingen voor eerder verblijf? Vorige maand maakte Science vervroegd de datering bekend van gefossiliseerde menselijke ontlasting uit Illinois, maar die bleken ook al ‘slechts’ 14.000 jaar oud (gekalibreerde kalenderjaren). En daarom is de nu vastgestelde kennis en het gebruik van de ‘kusteconomie’ zo belangrijk. Het is het eerste directe bewijs voor de kustweg, de highway van het kustgebied langs de bergachtige westkust van beide Amerika’s, dat toen nog veel breder was dan nu door de veel lagere zeespiegelstand – veel van die route ligt nu onder water. Dàt moet de relatief snelle trekroute zijn geweest. Wie handig was met vis en wier kon alle 14.000 kilometer zijn voedsel wel vinden. Al zullen de mondingen van de grote rivieren, extra breed door de smeltende gletsjers wel formidabele barrières hebben gevormd.

Hendrik Spiering