Welk gezicht zet ik op

Stijn Depla (17) vertegenwoordigt Nederland bij de internationale speechwedstrijd van de English-Speaking Union. Hij woont bij zijn ouders Maurits en Toke, Alies (zusje) en Gust (broertje).

Vrijdag 2 mei

Om half elf uit bed, het is vakantie. Ik heb vrij weinig te doen, of beter gezegd, ik heb zat te doen, maar geen zin. Ik zou kunnen gaan werken aan mijn speech, maar veel hoeft er niet meer te gebeuren. De speech over de moraliteit van genetische modificatie waarmee ik de nationale finale heb gewonnen viel onder het internationale topic, ‘New Horizons New Frontiers’, dus een nieuwe speech hoef ik niet te schrijven. Ik zou ook iets kunnen doen aan de vele projecten voor school die nog op mij liggen te wachten. Het is gewoon te mooi weer.

‘s Middags de stad ingegaan, een spijkerbroek en een DVD gekocht.

Iets kopen is genoeg om mijzelf het gevoel te geven dat de dag nuttig was. Consumentisme op zijn best, gelukkig ben ik niet de enige zondaar. Maar bij nader inzien is dat juist het probleem. Nog even gewerkt, post bezorgd, zoals elke vrijdag. Alleen gegeten, omdat de rest van het gezin al in het vakantiehuisje Friesland is. Ik ben thuis gebleven voor mijn voetbalwedstrijd.

Zaterdag

Zaterdag is voor mij voetbal. Al jaren zo, hoewel ik tot mijn spijt de laatste tijd een paar wedstrijden heb gemist, juist door de BBC Awards. Vandaag is de laatste wedstrijd van het seizoen, het is warm en we vallen in voor een ander team. De sfeer is dus rustig en gemoedelijk. Niemand maakt zich druk, maar na het strikken van mijn veters en het omdoen van de aanvoerdersband, komt mijn fanatisme terug. Ik heb een hekel aan verliezen, altijd al gehad. Als we verliezen heb ik de hele zaterdag een rothumeur. We winnen met 8-2 dus mijn dag is goed. De rest van de middag in de tuin gezeten, in de zon, Radio 1 aan, de krant lezen, gitaar spelen. Drie uur vliegen voorbij, toch bekruipt mij het gevoel dat ik eigenlijk iets zou moeten doen aan mijn speech. Morgen. Morgen gratis bier.

Zondag

Ga naar Friesland, de rest van het gezin achterna. De dag verloopt zoals hoort met dit weer. Zeilen, zwemmen (het water is ijskoud) en luieren in de zon. Ik geloof dat het mooie weer van de afgelopen dagen de grootste vijand is van mijn wil om iets te gaan doen. Terwijl ik sloom zit te genieten van de namiddag besluit ik toch maar mijn speech te gaan oefenen. De gebaren, de woorden met nadruk en het belangrijkst de stiltes, vallen op hun plek. Het moeilijkst is om alles binnen de toegestane vijf minuten te houden.

Na een paar keer oefenen besluit ik op te houden, omdat ik het niet wil overdrijven. En hoewel dit klinkt als een slecht excuus om weer te kunnen gaan luieren, zit hier een kern van waarheid in. Er moet een gevoel van authenticiteit zijn in de speech en ruimte voor improvisatie, anders verlies je overtuigingskracht. Het moet geen declameren worden.

Maandag

Morgen ga ik naar Engeland. Vanochtend heb ik lekker gezeild en ik ben een eind gevorderd in Dreams from my father van Obama. Het boek hernieuwt wat van mijn interesse in de Amerikaanse voorverkiezingen. Tot een week of wat geleden checkte ik elke dag cnn.com, maar de voorverkiezingen duren mij inmiddels te lang.

Bij de Daily Show verwoordden ze het goed: ‘The road to the White House’ is veranderd in: The long, flat, seemingly endless bataan death march to the White House. Eenmaal thuis begin ik met inpakken. Zou het te optimistisch zijn om korte broeken mee te nemen naar Engeland? Na het inpakken heb ik de speech nog een paar keer gehouden tegen de muur. De opening is lastig, geen idee wat voor gezicht ik daarbij moet opzetten. Ik kom er ook nu achter dat de adviezen die ik afgelopen maandag heb gehad, een aantal toevoegingen en het advies om langzamer te spreken, een probleem opleveren. Ik hou dit nooit binnen de maximale tijd. Ik haal het nu telkens tot de conclusie. Geen idee hoe ik dit ga oplossen, maar ik ben nu te moe om daar nog over na te denken.

Dinsdag

Vandaag naar Engeland, onder begeleiding van Ingrid de Beer en Hans Kräwinkel, die lid is van het Genootschap Nederland-Engeland. Dit genootschap heeft de hele competitie in Nederland georganiseerd. Mee gaat ook de runner-up van de nationale competitie, Akhila Jambagi, een Nederlands meisje met Indische ouders.

Aangekomen in Londen, checken we eerst in bij het hotel. Mijn kamergenoot is een Pakistaan, een aardige jongen volgens mij, maar ik heb weinig tijd om met hem te praten.

Na de lunch ga ik op eigen houtje naar het Arsenal stadion, ik wilde een shirt van Fabregas, maar helaas, mijn maat is uitverkocht. Dan maar een sjaaltje.

Om zes uur is de briefing voor alle kandidaten, zestig man uit alle uithoeken van de wereld. Armenië, China, de USA en Zuid-Afrika zijn slechts enkele plaatsen. Weinig Europeanen, valt op. Het zijn wel erg veel mensen, ik acht de kans dat ik van al deze mensen win, niet extreem groot. Zeker niet nu blijkt dat ik in heat 1 ben ingedeeld, de heat met de mensen die Engels als eerste taal hebben. Maar ja, om te winnen moet je van iedereen winnen. Ik ga nu eten met het Belgische en Nederlandse gezelschap. Ik hoop dat ik ergens deze dagen mijn speech nog kan oefenen, want ik moet nodig wat dingen schrappen.

Woensdag

De dag begint vroeg, om zes uur om precies te zijn. Mijn kamergenoot uit Pakistan heeft een jetlag en maakt mij helaas ook wakker. We beginnen de dag met een debatworkshop van het ESU. We zijn ingedeeld bij partijen die allemaal moeten proberen zoveel mogelijk van hun punten door te krijgen over de rol van het leger in de nationale assemblee van een fictieve staat. Ik ben een communist en moet een paar geschifte ideeën verdedigen, maar het is wel vermakelijk. Morgen moeten we het debat houden en ik ben verkozen als vertegenwoordiger van onze glorieuze partij.

’s Middags gaan we naar het House of Commons, het Britse parlement, om een debat bij te wonen. Helaas klinkt dat spannender dan het was, er zaten slechts tien parlementariërs die allemaal even geïnteresseerd waren als wij.

Na ons bezoek ben ik door de stad gaan zwerven met wat mensen uit de competitie. We hebben een soort groepje gevormd met een jongen uit de States, een jongen uit Letland, een meisje uit Argentinië, een jongen uit België en een meisje uit Londen.

Met de Amerikaan heb ik een leuke discussie over de doodstraf en de vraag of ethiek inherent is aan de mens of aangeleerd. Het leuke aan de mensen met wie je hier om gaat, is dat je het ene moment een gesprek hebt wat ik normaal ook met mijn vrienden zou kunnen hebben over sport of vrouwen. Het andere moment heb je het over politiek of filosofie, op een zeer intellectueel niveau.

Na onze omzwervingen moeten we naar een toneelstuk, het was best een leuk verhaal, maar de kwalificatie spine-wrecking is ietwat overdreven, vooral veel harde geluiden.

Na het toneelstuk ga ik nog even naar Camden met mensen uit o.a. Wit-Rusland en Litouwen. Wat drinken in een bar. Officieel mag dat pas als je achttien ben, maar niemand controleert.

Donderdag 8 mei

Ons programma vandaag begint met een bezoek aan HSBC, een bank die het hele gebeuren sponsort. Behoorlijk saai, maar het zal wel. Ik praat wat met verschillende andere deelnemers. Ik vermaak me wel.

’s Middags gaan we verder met het parlementspelletje van gisteren. De 2 coalities gaan tegenover elkaar zitten en beginnen een hoop onzin te vertellen. Ik ben voorzitter van de communisten en beschuldig mijn tegenstanders van misdaden tegen de menselijkheid, die ik allemaal ter plekke verzin. Communist in een parlementaire democratie is ook een lastige rol. Vooral het feit dat geen spreker meer dan twee zinnen achter elkaar kan spreken voordat er weer een onderbreking is, zorgt voor een verwarrend, maar vermakelijk debat.

Na een gesprek met een meisje uit Chili over de voormalige dictatuur in haar land, valt het me op dat ik nu al met een heel aantal mensen heb gesproken die uit een land komen wat ergens in de laatste dertig jaar is onderdrukt. Spreken over politiek met deelnemers uit Argentinië, Wit-Rusland, Litouwen, Roemenie en Rusland is interessant, maar raar. De manier waarop zij politiek beleven is gevormd door deze ervaringen en mensen hebben daar een hele andere houding richting politiek. De jongen uit Rusland legde mij uit waarom de Russen eigenlijk niks geven om democratie. Het is interessant om te horen dat er mensen zijn die niet verlangen naar geprezen Westerse waarden als vrijheid en democratie, niet omdat ze bezig zijn met basale dingen als brood op de plank, maar omdat ze een autoritaire staat willen, wat te verklaren valt vanuit de volksaard.

Het is het nu echt tijd om mijn speech te gaan oefenen, na het inkorten ben ik blijven steken op een acceptabele tijd. De voorbereiding is ongeveer hetzelfde als elke eerdere ronde, ik heb de speech al geschreven en oefen hem de avond van te voren.

Tot nu toe heeft het gewerkt, ik hoop morgen ook. Ik zit nu in de lobby met bier, wat te praten. Beter dat ik het morgen niet verkloot.

Mein linke blinke ist kaput

Ich spreche keine deutsch

Schweinehund