Roomse heisa

Maandag 12 mei is het 23 jaar geleden dat paus Johannes Paulus II een bezoek aan de Jaarbeurs in Utrecht bracht. De toenmalige werkstudent Jan van der Haar sloeg het pauselijke bezoek gade.

Het pauspasje van de afruimober

23 jaar geleden werden Nederland en Utrecht in mei vereerd met een bezoek van paus Johannes Paulus II (1920-2005). De domstad stond op haar kop, de Autonomen met hun rellen en het weer met zijn buien werkten niet mee.

Destijds was ik afruimober in de Pepperbox, het zelfbedieningsrestaurant van de Koninklijke Nederlandse Jaarbeurs. In een hemelsblauw Mao-jasje en zwarte broek haalde ik bladen met borden vol etensresten, bestek en glazen op en selecteerde de boel in het afruimhok. Dit studentenbaantje kreeg elan door het bericht dat de paus op bezoek zou komen.

In de ochtend van 12 mei 1985 ging ik, voorzien van een speciaal pauspasje, door de beveiliging, van onder tot boven doorgelicht op springstoffen, wapens en ander subversief materiaal. Niemand die bedacht dat de Pepperbox wemelde van de messen en vorken.

Op het moment suprême, na de lunch, stonden we gereed voor een oog in oog met zijne heiligheid. De pontifex zou in de hal met de kardinaal en de bisschoppen voorbij paraderen. Mijn hart bonsde. Al het antipapisme van generaties Biblebeltboeren en vooral mijn domineevader – lid van de Gereformeerde Bond, de SGP, de Nadere Reformatie en het Gekrookte Riet – stond op scherp. Alsof Mohammed naar de berg kwam, terwijl niemand op hem zat te wachten. Noch de strenge calvinisten met de martelaren van vroeger, noch de vrijgevochten katholieken met de inquisitie van toen. ‘Popie Jopie go home!’

Maar het bezoek ging door. Alle draaiboeken en protocollen waren gereed. De camera’s zoemden en klikten en we waren in gespannen afwachting. Daar kwam de kerkvorst aangehobbeld: in een wapperend wit gewaad met witte cape en wit kalotje op. De rug licht gebogen. En toen hij op nog geen meter afstand voorbij sjokte, zijn blik verstrooid op mijn jasje, dacht ik bij zoveel abstinentie in de forse kaaklijn: God, het lijkt wel een Veluwse boer. Wadowice werd Epe. De messen bleven in de bak. Daarna viel er een spanning weg in de Pepperbox. De heilige vader ging naar de overkant, naar de Beatrixhal om de mis op te dragen. In het restaurant konden we op een televisietoestel zijn verrichtingen volgen. De oversteek per pausmobiel met de wegafzettingen, de politiewachten, de helikopter voor het overzicht. De werkelijkheid was multidimensionaal, meer dan ooit vervreemdend. Tijdens de eucharistie werd het opeens donker en barstte er, zo zagen we uit het raam en op het scherm, een gigantisch noodweer los, vergezeld van slagregens. Het was of de hemelse vader alle misnoegen over dit pausbezoek vertaalde in een ouderwetse donderpreek.

Na afloop resteerden van het mediacircus acts als Willibrord Frequin die aan een tafeltje zijn KRO-Brandpuntverslag zat te typen. En de toen speciaal ingehuurde verslaggever voor NRC Handelsblad Gerard Reve werkte aan Roomse heisa. In nomine Patris et Filii et Spiritus Sancti.