Prof zoekt klas

Twaalf VWO’ers krijgen voortaan een deel van hun studie cadeau van de KNAW. De jarige academie wil meer contact met de school. Derk Walters

Het doek ‘Allegorie op het onderwijs’ (Ferdinand Bol, 1663) is vanwege het jubileum tijdelijk verhuisd van het Rijksmuseum naar het Trippenhuis van de knaw. opname/scan 1999

Ze hadden natuurlijk het probleem van de hondenpoep kunnen oplossen. “Of de files.” Maar de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) koos bij haar tweehonderdjarig bestaan voor “een cadeau aan het Nederlandse onderwijs”, zegt president Frits van Oostrom van de Akademie. Afgelopen donderdag vierde de KNAW haar veertigste lustrum in de Beurs van Berlage in Amsterdam, in aanwezigheid van koningin Beatrix.

Daar maakte de Akademie bekend dat ze ‘profielwerkstukken’ [zie kader] op het vwo gaat bekronen. Vanaf volgend jaar verdienen elk jaar twaalf examenkandidaten – drie per profiel – een jaar gratis studeren aan een Nederlandse universiteit of hogeschool naar keuze.

De KNAW behartigt de belangen van de wetenschap en bewaakt de kwaliteit ervan. De leden van de Akademie zijn maximaal 220 gerenommeerde hoogleraren. Ieder nieuw lid wordt geselecteerd door de zittende leden, op basis van wetenschappelijke verdiensten.

Bij het brainstormen over een uit te reiken cadeau, zegt Van Oostrom, heeft de KNAW zichzelf de vraag gesteld “wat past in de geest van de Akademie”. Het antwoord luidt: prijzen toekennen. “In haar tweehonderdjarige geschiedenis heeft de Akademie duizenden prijzen uitgereikt.”

prijsvragen

Klaas van Berkel, hoogleraar geschiedenis na de Middeleeuwen aan de Rijksuniversiteit Groningen, kan dat beamen. Afgelopen donderdag overhandigde hij het eerste deel van zijn studie naar de geschiedenis van de 1808 tot 1914 – aan de koningin. Al vanaf haar oprichting reikte de Akademie prijzen uit, zegt Van Berkel, zelf Akademielid. “Eerst als prijsvragen, later als bekroning van individuele wetenschappers.”

Deze keer kiest de KNAW niet voor het lauweren van hoogleraren, maar “nadrukkelijk” voor het voortgezet onderwijs. Van Oostrom: “Wij willen benadrukken wat het onderwijs voor een land betekent. Daarbij hebben we nagedacht over de vraag welk deel van het onderwijs het meest raakt aan de wetenschap. Zo zijn we op de profielwerkstukken uitgekomen.”

In haar verleden had de KNAW een moeizame verhouding met het onderwijs, vertelt Van Berkel. „Al sinds de negentiende eeuw woedt de discussie of de Akademie zich zou moeten inlaten met onderwijs. Dat is er eigenlijk nooit echt van gekomen. Ik denk dat het terecht is dat de KNAW nu erkent dat wetenschap niet zonder stevige basis in het onderwijs kan.”

nobelprijs

Als er al een relatie tussen wetenschap en lager of voortgezet onderwijs bestond, zegt Van Berkel, verliep die via leraren. De hoogleraren van nu mogen niet of nauwelijks hebben lesgegeven aan bijvoorbeeld een middelbare school, in het verleden was dat vrij normaal. Het bekendste voorbeeld is de natuurkundige Johannes Diderik van der Waals. Hij werd opgeleid tot onderwijzer, was leraar op de hbs en studeerde in zijn vrije tijd wis- en natuurkunde. Hij werd uiteindelijk hoogleraar en won in 1910 de Nobelprijs voor natuurkunde.

De overstap van leraar naar hoogleraar komt vrijwel niet meer voor. Van Berkel: “Ik denk dat de beste academici eerder promoveren en in de wetenschap actief blijven dan dat ze voor de klas gaan staan.” Een gevolg daarvan is dat leerlingen in toenemende mate pas tijdens het eerste jaar van hun studie in aanraking komen met de bevlogenheid van een goede hoogleraar. En zelfs dat niet meer altijd, zegt Van Berkel. “De meeste studenten leren de hoogleraren helaas pas na hun eerste jaar kennen.”

Uit een enquête onder KNAW-leden bleek dat de meeste tophoogleraren hun eerste stappen in de wetenschap hebben gezet door de inspiratie van een leraar op de middelbare school. Van Berkel: “Je mag het bijna niet zeggen, maar ik heb de indruk dat tegenwoordig minder mensen voor de wetenschap kiezen door toedoen van een bevlogen leraar.”

inspirator

Van Oostrom is positiever gestemd. In zijn ogen is kan de leraar nog steeds optreden als “motivator, inspirator en coach” van leerlingen. Daarom is de Onderwijsprijs niet alleen bestemd voor de leerlingen die de beste werkstukken hebben gemaakt, maar ook voor hun begeleiders.

De leraar als motivator, dat klinkt als het ‘oude leren’. Klopt, zegt Van Oostrom. “Ik denk dat geslaagde profielwerkstukken een combinatie vormen van wat men het oude leren noemt en het nieuwe, activerende leren. De leerling moet zelfwerkzaam zijn, de leraar moet inspireren. En de schoolomgeving moet stimulerend zijn.” Vandaar dat ook de scholen van winnende leerlingen in de prijzen vallen. Zij krijgen een plaquette – Van Oostrom: “Als bewijs dat er behoorlijke waar wordt verkocht” – en bezoekjes van KNAW-hoogleraren.

Wat is nou een goed profielwerkstuk? Wint de meest wetenschappelijke scriptie? Kwaliteit is van belang, zegt Van Oostrom, maar ook de originaliteit doet ertoe. De neerlandicus was laatst bij de presentatie van profielwerkstukken op de school van zijn zoon. “Daar waren twee briljante meisjes, die een werkstuk hadden gemaakt over de samenhang tussen de oerknal, zwarte gaten en de relativiteitstheorie. Tijdens de presentatie kon je merken dat de meisjes zich aan het onderwerp hadden vertild. Dáár had een goede leraar moeten ingrijpen en hun moeten vertellen dat ze slechts een van de drie onderwerpen hadden moeten kiezen. Een hoogleraar natuurkunde vertelde me dat ook hij geen werkstuk had kunnen schrijven over die drie onderwerpen samen.”

harder lopen

Op dezelfde presentatie waren twee jongens, vertelt Van Oostrom verder, die zichzelf de vraag hadden gesteld of kinderen in groep zeven harder gaan lopen op de zestig meter als ze een pil krijgen waarbij wordt verteld dat ze er harder van gaan lopen – een placebo. “En ze gíngen harder lopen. Ik vond dat een heel origineel onderwerp, keurig uitgevoerd, volgens wetenschappelijke normen. Van zo’n werkstuk kan ik echt enthousiast worden.”

Van Oostrom is zich ervan bewust dat er veel wordt geklaagd over het niveau van het onderwijs. Natuurlijk zijn er zorgen, zegt hij. “Maar daar moeten we ons toch tegen teweerstellen. Als ik aan alle negativiteit zou meedoen, zou ik een brombeer worden. Dat moment hoop ik nog even te kunnen verdagen.”

Het gaat om het plezier, vindt de KNAW-voorzitter. Om het ontdekken. Dan heeft hij een goede aan de man die hem later deze maand opvolgt, fysicus Robbert Dijkgraaf. Deze wetenschapper staat bekend als popularisator van de wetenschap. Met zijn site proefjes.nl hoopt hij jonge kinderen het plezier van natuurwetenschap en techniek te laten inzien. Daardoor zouden er op de lange termijn meer bètastudenten moeten komen.

rode lijn

Dijkgraaf constateert dat veel Akademieleden nu al betrokken zijn bij het voortgezet onderwijs, bijvoorbeeld in adviescommissies. Adel verplicht, vindt hij. “Of ik voor een geleerd gezelschap of een groep basisscholieren sta, het gaat me om de liefde voor het vak.” De ‘rode lijn’ tussen onderwijs en wetenschap moet worden gekoesterd, vindt de aanstaande K N A W-president. “Er staan nu nog te veel schotten tussen het voortgezet en het hoger onderwijs. Die moeten weg.” Wa t kan de KNAW daaraan bijdragen? Een club topacademici staat weinig anders te doen dan naar scholen gaan. “De hoogleraren komen naar je toe”, aldus Dijkgraaf. Zelf houdt Dijkgraaf al geregeld voordrachten op scholen, „met veel plezier”.

Een van de schotten tussen onderwijs en wetenschap is het niveauverschil tussen vwo en universiteit. Met die overstap slechten leerlingen een ‘lastige drempel’, zei onlangs de commissie-Meijerink, die in opdracht van het ministerie van Onderwijs adviseerde over gewenste niveaus in het onderwijs. Er bestaat, mede naar aanleiding van het parlementair onderzoek naar onderwijshervormingen, de neiging bij de bewindslieden op Onderwijs om scherper vast te leggen wat scholieren moeten kennen en kunnen.

Zelf is Dijkgraaf niet zo pessimistisch over het niveau van vwo’ers. “Ik hoop dat jurerende Akademieleden soms de bibliotheek in moeten duiken om een werkstuk van een scholier te kunnen beoordelen. Dan ben ik helemaal tevreden.”

Proefjes.nl, met proefjes om zelf te doen en lespakketten (vanaf 8 jaar).