‘Onthechten vrezen toch de eenzaamheid’

Bij de Theatercompagnie ging gisteravond De eenzame weg van Schnitzler in première: „De onthechte kunstenaars lijden er toch onder dat ze met niemand verbonden zijn.”

Over de volle breedte van de zaal ontrolt zich een golvende weg met steile hellingen en fikse afgronden. Recht boven zo’n afgrond zit actrice Katja Herbers. Zij speelt het jonge meisje Johanna, dat zielsveel houdt van een oudere man, een schrijver. Maar hij vat haar liefdesverklaring op als een uitnodiging tot een vrijblijvende affaire. Dat misverstand heeft verregaande gevolgen – tijdens de repetitie is de spanning al voelbaar. Maar regisseur Theu Boermans is niet tevreden. Hij roept: „Maak het niet te soft!” En: „Het moet blijven knarsen!”

Het Amsterdamse gezelschap De Theatercompagnie werkt aan De eenzame weg van Arthur Schnitzler. Waarin de ouderen zich vastklampen aan de jongeren, en jongeren als Johanna door toedoen van de ouderen kapot gaan. Het is zware kost, maar Schnitzler verpakte zijn zedenschets in elegante zinnen. Welbespraakt en niet zonder humor kijkt zijn intelligentsia naar zichzelf; de bon mots en bittere grappen vliegen je om de oren.

Arthur Schnitzler (1862-1931) kwam uit het gecultiveerde milieu van de geassimileerde joodse burgerij in Wenen. Hij was een tijdje arts en interesseerde zich net als zijn stadsgenoot Freud vooral voor de geest. Het menselijk bewustzijn, ontdekte hij, is een woeste draaikolk van gevoelens, gedachten en driften. Ieder moment verandert die draaikolk van samenstelling – het ooit zo robuust geachte menselijk karakter blijkt een vluchtig iets.

Deze constatering, gecombineerd met een ongekende lust tot experimenten onder kunstenaars, leidde tot nieuwe opvattingen onder de burgerlijke orde. In de plaats van rust en continuïteit kwamen speelsheid, vrijheid en vrijblijvendheid. Het ik-tijdperk was geboren. Schnitzler zag al meteen de nadelen van dat ik-tijdperk: eenzaamheid.

„Dit stuk gaat over ons soort mensen”, zegt acteur Jappe Claes (55). Hij speelt een oudere man, een zwervende kunstenaar, die terugkeert om zijn zoon te zien. En die vervolgens die zoon claimt, al heeft hij zich nooit om hem bekommerd. „Het gaat over vrijgevochten types die rond hun vijftigste vaststellen dat ze buiten hun carrière toch iets meer hadden moeten investeren. In andere mensen dus. Nu zijn ze doodsbang voor de eenzaamheid van de ouderdom.”

Hij strijkt over de smoezelige kleren die hij ook op de bühne draagt en zegt: „Ik vraag me bij het opbouwen van deze rol steeds af of je echt iets voor anderen kunt doen. Of doe je iets altijd voor jezelf? En dan: hoeveel passies kun je aan in je leven? Kun je én de kunst én mensen dienen? Je ziet zo vaak dat kunstenaars die voor hun carrière kiezen een potje van hun privéleven maken.”

Mirande Jongeling (47) speelt in het stuk een oudere actrice. Jongeling: „Drieëntwintig jaar geleden had zij een verhouding met de door Claes gespeelde beeldend kunstenaar. Ze werd zwanger, liet op zijn verzoek abortus plegen. En dan ontdekt ze dat hij een kind heeft, van drieëntwintig jaar. Ze heeft altijd geteerd op een gezamenlijk verdriet en nu blijkt dat zijn verdriet van een heel andere aard is dan het hare.”

Wat de kern van de voorstelling voor haar is? „Hoe die estheten de onthechtheid prediken – en er toch onder lijden dat ze met niemand zijn verbonden.”

Dat geëxalteerde, dat individualistische, dat egocentrische; ze herkent het wel uit eigen kring. Maar Katja Herbers (27), die het jonge meisje Johanna speelt, zegt: „Ik kom uit een gezin van musici. De nare kant van het kunstenaarsleven heb ik nooit meegemaakt. Als je jezelf hebt verwezenlijkt, ben je juist leuker voor anderen. Terwijl in dit stuk geldt: hoe ouder, hoe idioter de mensen zich gaan gedragen.”

Herbers worstelt met hoe daadkrachtig haar personage mag zijn. „Johanna wil zich verdrinken. Dat is haar oplossing. Dat heeft iets heel actiefs. Maar ze is wel een slachtoffer, van de ouderen, van hun manier van leven. Té kordaat mag zij dus niet zijn.”

Miranda Jongeling, die de oudere actrice speelt, moet juist wél kordaat spelen, op het bitsige af, want zo onderdrukt haar personage haar pijn. „Ik moet strak praten en bewegen, zonder versieringen. Dat gaat tegen mijn speldrift in.”

Wanneer is deze voorstelling geslaagd? Katja Herbers: „Als je de fouten van de figuren op het toneel herkent. Want dan hoef je ze zelf niet meer te maken. Het onvermogen van mensen om goed met elkaar om te gaan, daar kun je, als je er niet zelf middenin zit, hard om lachen.”

T/m 7 juni Compagnietheater te Amsterdam. Info 020-5205320 en www.theatercompagnie.nl.