Na de col een ijsje eten

Met de start van de Ronde van Italië is het wielerseizoen in volle gang. Maar de geoefende wielertoerist kan ook zijn eigen cols bedwingen. In het Zwitserse Andermatt bijvoorbeeld.

De Sustenpas (2224 meter) is, net als andere passen in de buurt, een berg van extremen. De klim benadert de perfectie. Mooier, maar vooral rustiger, heb je ze niet. Tijdens anderhalf uur klimmen op de fiets, komt er drie keer een auto langs: steeds dezelfde zwarte Hummer. Aan het eind van het dal wachten drie sneeuwbergen de fietser op. Ze zijn scherp als haaientanden. Maar dan, bij de afdaling, verandert alles. Bij de eerste haarspeldbocht staat, midden op de weg, een verkeersregelaar in oranje reflecteerhesje. Iets lager rijdt een met camera’s behangen cabriolet voor een dure zilverkleurige auto uit. Het duo sjeest onverantwoord hard door hun haarspeldbocht. „Je boft”, zegt de sjofele seingever uit Duitsland. „Je bent een van de eerste stervelingen die dit nieuwe model ziet.” De reclamefilmopname is ter ere van de geboorte van een nieuwe Mercedes Benz (kosten: 200.000 euro, volgens de verkeersregelaar). Er klinken ondertussen harde knallen. Twee kilometer verder staat een hele legerkaravaan op de gletsjer voor een oefening. Zo gaat het eigenlijk steeds: de klim vindt plaats in paradijselijke rust, boven is het spektakel troef.

De Sustenpas is een van de zeven passen die vanuit Andermatt (1400 meter) in kanton Uri te beklimmen zijn. Het grote voordeel van deze pleisterplaats is dat fietsers cols altijd kunnen combineren met andere cols. Er zijn verschillende rondjes te maken (zie kader). In korte tijd voert een fietstocht naar volledig andere werelden met andere landschappen, ander weer en andere taalgebieden. Een oversteek over de Gotthardpas en, hop: palmbomen, Italiaanse ijsjes en de heerlijkste cappuccino. Neem je de Oberalp-pas richting het oosten dan ben je binnen een uur in het Romaanstalige Graubünden. De Furkapas (2400 meter) in het westen is weer de toegang tot het kanton Wallis, de Sustenpas tot Berner Oberland.

Alleen in Andermatt zelf is weinig te beleven. In het plaatsje is de Mariahilfkapellen uit 1740 en een streekmuseum dat bijna altijd dicht is. Verder is er een winkelstraat met tientallen hotels en restaurants en dan heb je het wel gehad. Om het nog vrolijker te maken is de hoogvlakte rond Andermatt zo goed als boomloos. De Russische generaal Suworow heeft hier, in een oorlog met Napoleon, de tactiek van de verschroeide aarde wel erg letterlijk toegepast. Alsof er een vloek op rust wordt sindsdien elk bos vernietigd door lawines of bosbranden. Het hoogtepunt van de dag is, veelzeggend, de doorkomst van de postkoets om half elf ’s ochtends. Dan klinken de schelle tonen van de posthoorn, zetten twee agenten met veel vertoon de smalle hoofdstraat af, waarna de postkoets getrokken door 5 paarden een keer heen en weer rijdt met een handvol toeristen achterin.

De volgende berg is de Grimsel. Tot halverwege de klim is er niets aan de hand. Dan begint het weer te spoken. Links van de weg staat een informatiebord voor de Gelmerbahn; met een stijgingspercentage van 106 procent de steilste spoorbaan ter wereld. Even later blijkt de hele berg doorboord te zijn met ondergrondse treintjes en kabelbaantjes. De berg was eeuwenlang in het bezit van de Zwitserse krijgsmacht. In het geheim legde deze een ondergronds netwerk aan tussen de geschutsinstellingen, troepenonderkomens en commandoposten. Kraftwerke Oberhasli, dat hier zeven stuwmeren exploiteert, nam de verdedigingswerken tien jaar geleden over en stelde ze open voor het publiek. Fietsen voelt hier, tussen muren van zeventig meter hoog, als Kleinduimpje in Reuzenland. Op een van de muren staat een kolossale blauwe waterelf afgebeeld in een geschilderde waterval van ware afmeting. Zou dit het grootste schilderij van Europa zijn?

Het is drie kilometer afdalen tot Gletsch: het begin van de klim naar de Furka. Het kleine dorp met twee grote hotels heeft aan de gletsjer haar naam te danken. Tot het eind van de negentiende eeuw groeide de gletsjertong als een bezetene. In het dal ontstond een supersneeuwbal van een paar honderd meter doorsnee. Het was een kwestie van tijd of deze zou het dorp verpletteren. Op foto’s in het kleine museum is te zien hoe de kolos dreigend naast het dorp ligt. Tot in 1867 (dus lang voor het broeikaseffect) de gletsjer zich leek te bedenken en weer even snel begon te krimpen. In dertig jaar smolt de hele bal weg. Nu moet de wielrenner 400 hoogtemeters maken om de gletsjer te zien. Elk jaar wordt 350.000 kg ijs uit het binnenste van de gletsjer gehakt, om een toeristische ijsgrot te maken. De gletsjer is beroemd. Ook vanwege de achtervolgingsscène uit de James Bond film Goldfinger (1964). In de afdaling naar Andermatt, vlak boven Realp, wordt 007 beschoten. Sean Connery raast dan langs hotel/galerie Furka (nu in een nieuw jasje gestoken door de Nederlandse architect Rem Koolhaas). De scène eindigt in Andermatt.

Ondertussen is er ook van de rust in Andermatt weinig meer over. Gisteravond laat is er een ongeluk gebeurd in de autotunnel. Nu deze is afgesloten, wordt het verkeer over de oude route, via Andermatt, geleid. Dat past niet meer. Op de anders zo rustige straat naar de Gotthardpas staan de auto’s bumper aan bumper.

Er gaan twee wegen omhoog: de provinciale weg – voor het autoverkeer – en de Via Tremolo: een perfect onderhouden weg van witte kasseien waar de fietser ongekend door elkaar wordt geschud. Het is de Koppenberg (uit de Ronde van Vlaanderen) maal twintig. Boven staat een museum over de geschiedenis van deze pas en die van Andermatt. Tussen 1810 en 1830 werd de Via aangelegd. Postkoetsen konden vanaf toen in één keer over de pas. Het luidde een bloeiperiode in voor Andermatt. In het topjaar 1875 werden 72.000 mensen overgezet. Andermatt groeide uit tot het belangrijkste verkeersknooppunt tussen Noord- en Zuid-Europa. De post en andere goederen gingen van hieruit naar Berner Oberland, Wallis, Uri en Graubünden en verder naar het buitenland. Over dezelfde bergpassen die nu zo goed per fiets bereikbaar zijn.

Vijf jaar na dit hoogtepunt werd de spoortunnel onder de Gotthard geopend. Onmiddellijk belandde de economie van Andermatt in een diepe recessie. Niemand ging meer in de postkoets naar boven. Rond 1930 waren er zelfs vergevorderde plannen om het kale dal te transformeren in een stuwmeer. De tussenkomst van de Tweede Wereldoorlog verhinderde dat. De geschiedenis is hard. In 2016 zal ook de spoortunnel onder de Gotthard in onbruik raken. Twintig kilometer voor Goschenen wordt de langste spoortunnel ter wereld (57 kilometer) aangelegd. Voor Andermatt verandert er niets. Dat heeft allang afgedaan als verkeersknooppunt.

Het regent in Andermatt. Vreny Mattli, de waardin van het hotel, heeft vanochtend vroeg hout gehaald bij de familiehut bij de Oberalppas (2044). Aan de andere kant van de pas, in Graubünden, is het droog, weet ze. Dan zal het in het Italiaanstalige Ticino helemaal lekker zijn. Dat klopt: 25 graden. Maar dan is het weer klimmen geblazen. Over de Gotthard vanaf de zuidkant. Elke vakantie heeft tenminste één nachtmerrie en die is nu. Er waait een harde wind: de Nordföhn, en er staat een groot verkeersbord: San Gottardo 55 km. Dat betekent 55 kilometer klimmen met harde wind tegen in een claustrofobisch dal. Want in dit Ticino-dal zijn de spoorverbinding tussen Italië en Zwitserland, de snelweg en de drukke provinciale weg samengepropt. Het verkeer raast aan alle kanten voorbij. Deze halve Italianen maken er een sport van zo dicht mogelijk langs de fietsers te scheuren. Na 35 kilometer gaan auto’s en treinen gelukkig ieder hun tunnel in en begint het steilere gedeelte van de klim. Meteen weer die serene rust. Het begint te sneeuwen, maar het is goed zo. De sneeuw wordt sneeuwstorm. Kleddernat en uitgeput kom ik in het hotel aan. Om me op te peppen vertelt Frau Mattli dat vroeg in de ochtend veertien lokale schapen zijn opgegeten door een Italiaanse beer.

Wat doet het autoluwe Andermatt daarna weldadig aan. Niet dat het dorpsbestuur daarvoor iets hoeft te doen. De doorsnee automobilist past ervoor zich misselijk te kronkelen op de bochtige Alpenwegen. Wat een verademing zijn nu de oubollige kaasfonduerestaurants, het Schlafen im Stroh (20 Frank per nacht) en de fitte pensionado’s op skistokken.

De laatste dag is het zeven graden. Zelfs voor Andermatt uitzonderlijk koud in het zomerseizoen. Het museum is nog steeds dicht. De koffie nog steeds slap. Dan nog maar even de Furka op. Even koffie drinken bij Koolhaas. Om vier uur in de middag sta je op 2400 meter. Na een heerlijke nacht in een slaaprijtuig rijdt de trein ’s ochtends om negen uur, Amsterdam binnen. Dat is dan toch weer het voordeel van een, voormalig, verkeersknooppunt.